Reisgids

ERIC S. WOOD: Historical Britain

624 blz., geïll., The Harvill Press 1995, ƒ 88,20

Reisgidsen zijn zelden verkwikkelijk om te lezen en alleen bij terughoudend gebruik prettig om mee te reizen. Wie Eric Woods Historical Britain op een tafel ziet liggen, zal meteen denken aan dagenlang sloffen door oververhitte toeristenplaatsen, van de ene voorgeschreven bezienswaardigheid naar de andere. Met deze nieuwe aanwinst zou het nog zwaarder werk worden dan vroeger, want hij weegt een kilo of twee. Een boek om links te laten liggen dan; niet alleen onverkwikkelijk, onbruikbaar ook nog.

Wie het bij gebrek aan andere bezigheid toch maar openslaat is binnen een paar minuten van gedachten veranderd. Het geeft niet op welk punt, aan het begin of in het midden of aan het eind, bij 'The Evolution of Towns' of bij 'Communication and Trade' of bij 'The Coast': Woods boek blijkt overal lezenswaard, al is het van midden in een alinea af. Mason's marks bijvoorbeeld, de persoonlijke merken van steenhouwers die op iedere steen van de oude kerken te vinden zijn, meestal drie of vier strepen in een patroon: droge stof, maar Wood voert er zijn lezer in een enkele pagina mee door verscheidene eeuwen heen. En chester, waarvan oppervlakkige plaatsnaamkundigen veronderstellen dat het altijd wijst op een oorsprong als Romeins castra (Chichester, Winchester, Manchester), wat niet altijd blijkt te kloppen, waar komt het anders vandaan? De verklaring is dat er soms op de plaats van oude Romeinse versterkingen eeuwenlang alleen boerenhuisjes gestaan hebben, totdat na een jaar of duizend een nieuwe vestiging in de buurt de oude naam aannam; en om het moeilijk te maken zijn in Noord-Engeland en Schotland ook chesters gesticht die geen enkele Romeinse voorgeschiedenis hadden.

Zulke problemen worden telkens in enkele zinnen opgehelderd. Ook burghal hidage, waarvan niemand dan enkele Engelse deskundigen zal weten wat het betekent. Een hide is in dit geval geen dierenhuid maar een stuk land dat door een gezin met een ploeg bewerkt kon worden; in de tiende eeuw hadden in tijden van nood de versterkte steden (burghs) uit een hun toegewezen gebied één man per vier hides op te roepen voor de defensie.

Een lezer die met lichtere informatie wil beginnen kan de verklarende woordenlijst voor zich nemen en ontdekken wat een crinkle-crankle is, en een fogou, een selion, een hypocaust en een sheila-na-gig (hypocaust is een herkenbaar hoewel niet vertrouwd woord, dat precies betekent wat het zou moeten betekenen: vloerverwarming; sheila-na-gig is moeilijker: een caricaturale sculptuur van een vrouw met haar geslacht opengesperd, op een kerkmuur aangebracht om de middeleeuwers af te schrikken van ontucht). De kracht van Wood zit er niet in dat hij zijn materiaal opfleurt en gezellig maakt. Hij blijft effen in zijn taalgebruik wat hij ook bespreekt, maar hij is zo vlug in zijn voorbeelden en opheldering dat de lezer zich uit het elektronisch geploeter van alledag opgeheven waant in een wereld waar de menselijke intelligentie onbelemmerd heerst.

Resteert de vraag, waar is zijn boek goed voor? Als reisgids kan het niet dienen. Behalve dat het te zwaar is volgt het ook geen routes. De indeling ervan wordt bepaald door de onderwerpen; de toerist die er zich door liet leiden, zou als een maniak de Britse eilanden moeten doorkruisen en soms honderden kilometers afleggen om Woods volgende regel te bereiken.

Het is dus een boek om thuis te gebruiken, niet als hulp maar als plaatsvervanger van het reizen. Al die haarfijn geformuleerde informatie, begeleid met even haarfijne tekeningen en plattegronden door Rex Nicholls, voor een fractie van de kosten van een Engelse vakantie: de keuze is gauw gemaakt. Wie er aan het slot nog niet genoeg van heeft, wordt verder geholpen met 25 pagina's beredeneerde bibliografie.