Pas nu krijgt Kraków oog voor een joodse wijk waar nog nauwelijks joden leven; In memoriam in verval

Op weinig plekken in Europa is de vernietigende werking van het nationaal-socialisme beter in het dagelijks leven zichtbaar dan in Kazimierz. In deze joodse wijk van Kraków leefden voor de Tweede Wereldoorlog bijna zeventigduizend joden. Nu zijn het er nog maar zo'n honderddertig. En nog steeds is het bewaren van de joodse cultuur in de verpauperde wijk voor velen niet vanzelfsprekend. Op de grens van onwetendheid en antisemitisme.

Anna kan er ook niets aan doen. Ze is onze gids voor de Schindler's List Tour, maar uitgerekend op deze zondagochtend heeft de accu van de bus het begeven. De chauffeur is op zoek naar een nieuwe en heeft beloofd binnen een half uur terug te zijn. Dan zal Anna ons leiden langs locaties van Steven Spielbergs film over de Duitse zakenman, die tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan duizend joden uit Kraków redde door ze in zijn fabriek te werk te stellen. Samen met vijf ongeduldige Amerikaanse toeristen, die in één dag heel Kraków willen 'doen', zit ik te wachten in het joodse koffiehuis in de Szerokastraat in Kazimierz.

De Szerokastraat, waar een groot deel van Schindler's List zich afspeelt, is eigenlijk meer een langwerpig pleintje. Voor de oorlog was dit het hart van het joodse gedeelte van Kazimierz, een oude wijk iets ten zuiden van het centrum van Kraków. Hier bevinden zich, praktisch naast elkaar, vier synagogen en een mikvah, een ritueel badhuis. De kleine zestiende-eeuwse joodse begraafplaats is een van de oudste van Europa. Van de Szerokastraat leiden verschillende smalle straatjes naar de Rynek Nowa, een sfeervol marktpleintje met in het midden een joods slachthuis. Aan die straatjes staan bij elkaar nog eens vier andere synagogen.

Op de Rynek Nowa vindt, zoals iedere zondagochtend, de joodse vlooienmarkt plaats. Er worden voornamelijk tweedehands kleren verkocht, maar de meeste zien er niet veel beter uit dan de kleren die de sjofele verkopers zelf dragen. Toch wordt er ook op deze koude ochtend druk gehandeld.

Joods is de vlooienmarkt slechts in naam. Het handjevol monumenten is eigenlijk het enige in Kazimierz dat nog herinnert aan de levendige joodse wijk van vroeger. Van de acht synagogen wordt alleen de kleinste tegenwoordig regelmatig gebruikt voor gebed. De andere zijn ingericht als museum of concertzaal, of ze staan domweg te verkommeren. In heel Kraków wonen nog maar zo'n 130 joden, voor de oorlog waren dat er bijna 70.000, een kwart van de bevolking. Het overgrote deel leefde in Kazimierz.

De situatie in Kraków is niet veel anders dan in andere Poolse steden. De overlevenden van de Holocaust bleken, net als in andere landen trouwens, na de oorlog niet erg welkom. Maar in tegenstelling tot elders kwam het antisemitisme in Polen regelmatig aan de oppervlakte. Al in 1946 vond in de stad Kielce een pogrom plaats waarbij veel slachtoffers vielen. De communistische regering beëindigde de relatie met Israel na de Zesdaagse Oorlog in 1967 en een jaar later werd er een campagne gestart tegen joodse intellectuelen, waardoor zo'n 20.000 joden het land verlieten.

Ook na de val van het communisme was er regelmatig sprake van openlijk antisemitisme. Walesa kreeg de internationale publieke opinie over zich heen toen hij tijdens de verkiezingen in 1989 zei dat sommige politici zich niet 'achter hun Poolse namen' moesten verschuilen. In datzelfde jaar ontstond een conflict over de bouw van een Carmelitessen-klooster in Auschwitz. Toen daartegen in joodse kringen werd geprotesteerd, sprak kardinaal Glemp van een 'joodse samenzwering' in de pers. Bij de laatste presidentsverkiezingen werden op de katholieke zender Radio Maria, in een dagelijks live-programma, door luisteraars verschillende politici ervan 'beschuldigd' joods te zijn.

Instortingsgevaar

Anna komt opgelucht vertellen dat de chauffeur is gearriveerd. Buiten staat een oude Ford Transit met drie versleten bankjes achterin. We hobbelen een rondje over de Szerokastraat en komen via een van de zijstraten op de Rynek Nowa. Anna neemt ons mee naar een smalle steeg. “Herinnert u zich die scène waarin een kleine jongen zich verstopt onder een trap? Die is hier opgenomen,” zegt ze. De Amerikanen knikken bevestigend. “Wie wonen er nu in die huizen?” vraagt een van hen en hij wijst op de galerij met een rijtje krakkemikkige deuren op de eerste verdieping. “Poolse gezinnen,” zegt Anna, “meestal arme mensen.”

Wie rondloopt in Kazimierz kan zich nauwelijks voorstellen dat deze wijk in 1978 integraal op de Wereld Monumentenlijst van de Unesco is geplaatst. De meeste huizen zijn oud, de muren hebben diepe scheuren, het pleisterwerk laat los en op veel ramen en deuren zit nauwelijks nog verf. De huizen lijken het vuil, dat heel Kraków smerig maakt, hier nog beter vast te houden. Sommige zijn met een paar planken dichtgetimmerd, andere worden omringd door braakliggend terrein, waar zo te zien in geen jaren naar is omgekeken.

Op weinig plekken in Europa is de vernietigende werking van het nationaal-socialisme nog zo goed in het leven van alledag zichtbaar, als in Kazimierz. Er is hier een hele cultuur weggevaagd en na de oorlog ontbrak het de communistische regering in Polen aan het geld en vooral ook aan de wil om die cultuur opnieuw op te bouwen. De wijk bleef leeg achter. Joden die de nazi-terreur overleefden keerden niet naar hun huizen terug, maar vertrokken massaal naar Amerika of naar Israel. De Poolse regering zette nieuwe gezinnen in de leegstaande huizen. Kazimierz trok vanwege de lage huren vooral het armere deel van de Krakówse bevolking aan, mensen zonder scholing en zonder uitzicht op verbetering van hun situatie. Ook uit andere delen van Polen werden mensen door de regering in deze wijk gedropt.

Zo creëerde de overheid een probleem, dat een halve eeuw later alle pogingen om de wijk nieuw leven in te blazen laat mislukken. Van bijna driekwart van de huizen is de eigenaar onbekend. Ten tijde van het communisme was de eigendomskwestie geen onderwerp van betekenis. Maar na de val van de muur in 1989 veranderde dat. Vroeger werden de huizen en de bewoners van Kazimierz uit geldgebrek aan hun lot overgelaten, nu is het uit angst dat de ware eigenaar onverwacht komt opdagen. De gemeente beperkt zich tot het voorkomen van instortingsgevaar - waar ze overigens haar handen vol aan heeft.

Volgens Krysztof Görlich, een van de loco-burgemeesters van Kraków, is het eigendomsprobleem binnen een paar jaar opgelost: “Internationale wetten op dit gebied zeggen dat de overheid eerst alles in het werk moet stellen om de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen te vinden. Als uiteindelijk zelfs adverteren in een nationale en daarna ook nog in ten minste één internationale krant niets uithaalt, gaat het huis na enkele maanden over in staatsbezit. De staat geeft het daarna aan de stad en wij zoeken investeerders die de renovatie op zich nemen.”

Maar Görlich stelt de zaak wellicht wat rooskleurig voor. Juist in Polen zijn joodse organisaties, gezien het verleden, waakzaam. Malgorzata Walczak, coördinator van het door de Europese Unie gefinancierde revitaliseringsproject in Kazimierz, is er dan ook niet zo zeker van dat de kwestie zo gemakkelijk zal worden opgelost. Al is dat absoluut noodzakelijk voordat van enige herleving van de wijk sprake kan zijn: “De eigendomskwestie werkt verlammend op de ontwikkeling van Kazimierz. Het is al een paar keer gebeurd dat een renovatie moest worden stopgezet toen een eigenaar zich ineens meldde. Om dezelfde reden kan de braakliggende grond niet zomaar worden bebouwd.”

Goede Duitser

Wat de film Amadeus deed voor Praag, en Death in Venice voor Venetië, deed Spielbergs film over Oskar Schindler voor Kazimierz. De joodse boekwinkel aan de Szerokastraat probeert met de Schindler's List Tour op die belangstelling in te spelen. In de winter zijn hier niet veel toeristen, maar in het hoogseizoen worden dagelijks zeker drie groepen rondgeleid - vooral Amerikanen, en joden op zoek naar hun wortels. “En Duitsers natuurlijk,” zegt de boekhandelaar met een ironisch lachje, “want die zijn dolgelukkig dat ze eindelijk eens een goede Duitser hebben gevonden.”

Spielbergs film is voor de tocht niet meer dan een kapstok om de dramatische geschiedenis van de joden in Kazimierz te vertellen. Die geschiedenis begon in 1495, toen de Poolse koning Jan Olbracht de joden van Kraków per decreet verplichtte om zich te vestigen in het oostelijk deel van Kazimierz. Eeuwenlang leefden de joden daar gescheiden van de rest van de stad, al werd er onder strikte voorwaarden wel handel gedreven. In de negentiende eeuw kwam er verbetering in de situatie. Eerst mochten rijke joden, zakenmensen en kunstenaars - mits 'Europees' gekleed - zich buiten het getto vestigen, later ook anderen. In 1822 werd de scheidsmuur afgebroken tussen het joodse en katholieke deel van Kazimierz, ondanks verzet van beide kanten. Daarna begon een voorzichtige assimilatie van beide culturen; veel joden uit andere delen van Polen trokken om die reden naar Kazimierz. Het gaf de wijk zijn bijzondere karakter. Waar vind je elders in de wereld een plek waar de Rabbi Meiselstraat de Corpus Christistraat kruist?

“Langs de Rynek Nowa staat nog een restant van de oude scheidsmuur,” vertelt Malgorzata Walczak. “Afgelopen zomer bezweek het muurtje, maar het is nu weer opgebouwd, al ben ik er niet zo zeker van dat ze daarvoor dezelfde stenen hebben gebruikt.” Niets wijst er inderdaad op dat deze drie meter lange, fris gemetselde muur een monumentje is. De dakpannen waarmee hij is afgedekt zijn in elk geval gloednieuw. Nergens is een aanwijzing te vinden over de betekenis van de muur. Op een handgeschreven briefje dat op de muur is geplakt, biedt iemand jonge hondjes te koop aan.

De verdwijnende joodse identiteit is volgens Walczak een van de grootste problemen van Kazimierz: “Er komt steeds meer aandacht voor het joodse verleden van de wijk, maar er wonen hier geen joden meer. Vooral toeristen zijn geïnteresseerd in het joodse karakter. En Poolse zakenlieden verdienen daar goed geld aan. Het maakt daardoor een kunstmatige indruk.” Ze doelt ondermeer op het nog maar drie jaar oude, maar onder de Poolse nouveau riche razend populaire Ariel-restaurant. De inrichting maakt een nostalgisch negentiende-eeuwse indruk. De muziek die hier klinkt is joods, net als een deel van het personeel. Maar de eigenaar is Pools.

Joods stigma

Kazimierz zal het in de toekomst waarschijnlijk van het toerisme moeten hebben. Het is een belangrijke manier om buitenlandse investeerders te trekken. En zonder die investeerders kan Kazimierz niks beginnen. De staat en de gemeente hebben geen geld. Het project van de Europese Unie heeft tot nu toe nog niet veel meer dan ideeën opgeleverd; het geld om ze daadwerkelijk uit te voeren levert de EU er niet bij.

Kansen voor het toerisme heeft Kazimierz zeker. Kraków, een van de culturele hoofdsteden van Europa in het jaar 2000, profileert zich steeds nadrukkelijker als toeristisch centrum - authentieker dan Praag, mooier dan Warschau en Boedapest, goedkoper dan Wenen. De behoefte om nog attractiever te zijn is groot en de ligging van Kazimierz, tegen het centrum aan, is gunstig. De vraag is alleen of het toerisme niet juist datgene om zeep helpt waar de toeristen voor komen. De wijk zou weleens een dependance kunnen worden van de oude binnenstad. Bewoners dreigen uit hun huizen te worden gejaagd door het verder oprukken van hotels en restaurants.

De buurtbewoners verzetten zich niet tegen het toerisme zelf, maar wel tegen de eenzijdige aandacht voor het joodse karakter daarvan. De gemeente zou zich meer moeten richten op de katholieke monumenten in westelijk Kazimierz, zoals de veertiende eeuwse Corpus Christikerk. De bewoners in dit deel van de wijk kijken nog steeds met een zekere minachting naar het joodse deel. De straatjes zijn er in hun ogen verpauperd, smerig en somber. En eigenlijk is iedereen in Kazimierz ervan overtuigd dat de wijk lijdt onder wat zij noemen een 'joods stigma'.

Dit soort uitspraken worden over het algemeen niet als werkelijk antisemitisme beschouwd. Malgorzata Walczak spreekt liever van een zekere 'onderhuidse xenofobie'. Ze heeft daar wel begrip voor: “Vooral de ouderen zijn bang dat straks plotseling de joodse eigenaren zullen opduiken die hen uit hun huizen zetten. We proberen ze uit te leggen dat die vrees ongegrond is, dat zij als huurders rechten hebben. Sterker nog, als een eigenaar wordt gevonden is hij verplicht de woning op te knappen.” Maar helemaal geruststellen kan ook Walczak hen niet. Want wat gebeurt er met de huur als de huizen opgeknapt zijn? Dat het zo goedkoop is in Kazimierz komt vooral ook doordat sommige huizen niet eens een badkamer en elektriciteit hebben. De grondprijzen zijn in de laatste drie jaar meer dan vervijfvoudigd. In veel gerenoveerde huizen wonen tegenwoordig kunstenaars, jonge academici en journalisten.

Attractiepark

Zo wakkert de politiek van het voormalige communistische Polen nog steeds een anti-joodse houding aan. Joachim Russek ('Ik ben niet joods, maar niemand is nu eenmaal perfect') is directeur van de Judaica Foundation en hij wijdt die houding vooral aan onwetendheid, van echt antisemitisme merkt hij weinig. De Judaica Foundation opende een paar jaar geleden in het hart van Kazimierz, in een 19de-eeuws voormalig gebedshuis, een splinternieuw centrum voor joodse cultuur - kosten: maar liefst twee miljoen dollar, grotendeels betaald met een speciale gift van het Amerikaanse Congres. “Dat is veel geld,” geeft Russek toe, “zeker voor Poolse begrippen. Maar wat is twee miljoen als je bedenkt dat hier voor de oorlog zeventig duizend joden woonden? Minder dan 30 dollar per persoon. Dat is niet veel voor een monument dat mede voor hen is opgericht. Ik was in het begin wel bang voor scheve gezichten. Maar dat viel mee. Buurtbewoners kwamen binnen en vroegen of dit alleen voor joden was. Nee dus. De tweede vraag luidde: kunnen we hier werk krijgen? Mensen accepteren het gebouw, de muren zijn nog steeds vrij van graffiti.”

Russek vindt dat Kraków een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor de joodse geschiedenis: “Met Auschwitz en Birkenau vijftig kilometer hier vandaan, mogen we niet vergeten dat Polen de grootste joodse begraafplaats ter wereld is. We hebben de plicht om de joodse traditie levend te houden, zelfs al wonen hier nauwelijks nog joden.”

De vraag is alleen hoe dat moet. Volgens Zbigniew Zuziak, voormalig stadsarchitect van Kraków, bestaat het gevaar dat Kazimierz een soort joods attractiepark wordt. Van de kitscherige nostalgie van het Ariel restaurant moet hij weinig hebben: “Kazimierz moet geen imitatie van het verleden worden. Want over welk verleden praten we? De oude stad uit de 14de en 15de eeuw? De periode van na de Zweeds-Poolse oorlog, toen grote delen van de stad vernield waren en volgens de toenmalige inzichten werden herbouwd? Of de negentiende eeuw, een tijd waarin de sociale structuur in de wijk veranderde, met grote consequenties voor het uiterlijk?”

Zbigniew Beiersdorf, hoofd van de afdeling monumentenzorg, wil juist het traditionele uiterlijk van Kazimierz behouden: “We hebben uitstekende bronnen, die goed inzicht geven in hoe de buurt er vroeger uit heeft gezien. Op basis daarvan moeten we het verleden zo nauwkeurig mogelijk reconstrueren. Moderne tendensen mogen in Kazimierz niet de overhand krijgen. Het probleem is, dat we afhankelijk zijn van investeerders - veelal uit het buitenland. Met het geld dat voor monumentenzorg beschikbaar is, kunnen amper de kerken en synagogen worden opgeknapt. Investeerders hebben eigen opvattingen over renovatie. Daarom zijn we voorzichtig met vergunningen. Een McDonald's hebben we in Kazimierz liever niet.”

De wijkbewoners zal dat allemaal een zorg zijn. Zij willen dat hun huis eindelijk wordt opgeknapt. Ze hebben er genoeg van dat veel verfraaiingen beperkt blijven tot de gevels. Een veel gehoorde grap is hier, dat monumentenzorg beter de huizen zelf zou kunnen restaureren en de gevels laten zoals ze zijn. Want de toeristen schijnen graag de bouwvallen te fotograferen.

De joodse congregatie in Kraków, die kantoor houdt in een oud gebouw aan de rand van de wijk, maakt zich om een andere reden zorgen. Het gevaar bestaat dat door de modernisering juist de authentieke details, die zo typerend waren voor het joodse karakter van de wijk, verloren gaan. De congregatie beheert de acht synagogen, maar weet er nauwelijks raad mee. Volgens bestuurslid Czestaw Jakubowicz, zelf de zestig ruim gepasseerd, heeft de congregatie zijn handen vol aan de vele oude leden: “De joodse gemeenschap in Kraków wordt ieder jaar kleiner, omdat er veel mensen doodgaan. Onze eerste taak is hen te helpen. Wat er met de synagogen moet gebeuren als er niemand meer over is? Daar heb ik nog niet over nagedacht. Misschien komt voor die tijd de Messias.”