Ook de avant-garde kan ontspannen zijn

Concert: Ives Ensemble met werken van Wolff, Culver, Cage en Fox. Gehoord 29/2 De Ijsbreker Amsterdam, herh. 2/3 De Unie Rotterdam, 3/3 De Utrechtse School Utrecht en 4/3 Schouwburg Arnhem

Drie premières en een werk dat nog maar een enkele keer eerder in Nederland is gespeeld: het Ives Ensemble draait er zijn hand niet voor om. Dit leverde een boeiend en uitermate veeleisend programma op, dat culmineerde in Christopher Fox Themes & Variations (1992-1996), geheel op de huid van het tienkoppig Ives Ensemble geschreven.

Het valt uiteen in drie kwartetten, twee trio's en één quintet, die elkaar deels overlappen, en daarmee ontstaat tevens een statement over het begrip kamermuziek in het algemeen. Fox streefde naar delen waarin klanken de tijd markeren, dan wel omspelen. Dit leverde een vergaarbak aan ideeën op, sterk wisselend van niveau, variërend van een op hol geslagen fagot in à bout de souffle, snerpende quasi-Japanse hofmuziek in tangled, een slap Satie-filmmuziekje in intersections en, als verrassende finale, een intens comtemplatief stringquartet. Nog interessanter vond ik Architectonic Space van Andrew Culver, wiens naam waarschijnlijk bekender klinkt als voormalig assistent van Cage dan als componist. Architectonic Space is een poging de ideeën van Dom van der Laan, zoals die zijn te vinden in zijn boek Architectonische Ruimte, akoestisch te projecteren. Deze Benedictijner monnik uit Vaals ontwierp een soort van driedimensionale gulden snede en vertaald in muziek leverde dit een waanzinnig precieze partituur op met in plaats van noten Herz-getallen tot twee cijfers na de komma, en met tijdsduren tot op de honderdste seconde nauwkeurig! Ieder instrument beschikt over acht toonhoogtes waarvan er slechts één gemeenschappelijk is.

Van alle microtonale composities die ik tot nu toe hoorde is dit werk zeker een van de meest fascinerende, een soort van hemels orgel in spannende spectrale verschuivingen. Misschien was de instrumentatie niet geheel gelukkig, met name de trompet mengde slecht en klonk te materieel.

Verrassend was ook de Nederlandse première van Prelude for 6 Instruments in a minor uit 1946 van John Cage, dat in diens nalatenschap gevonden werd. Het is op te vatten als een soort van voorstudie voor de Sixteen Dances. Fluit, trompet, fagot, piano, viool en cello voeren een verrassend scherp betoog met veel kleine versierinkjes in de fluit, als een soort van hectische Amerikaanse Webern, waarbij overigens de dynamische tekens in partituur en partijen niet geheel congrueren.

Ten slotte waren nog de twee Eisler Ensemble Pieces van Christian Wolff, gecomponeerd voor het Londense ensemble van John Tilbury. Dig a Hole in the Meadow heeft als thema een lied uit de Appalachen over een vrouw die de dood vond in een gevecht met de politie, die haar kwalijk neemt dat ze illegaal alcohol stookt. Wolff toont hierin aan dat avantgarde-muziek ook ontspannen kan zijn, geestig zelfs.