Onttroond

In de slotscène van het televisiedrama To Play the King, waarvan de KRO afgelopen zondag de vierde aflevering uitzond, werd een Engelse koning gekroond die de korte broek nog lang niet was ontgroeid. De geëcarteerde vorst - door het kabinet tot aftreden gedwongen - werd opgevolgd door zijn twaalfjarige zoon, die zo te zien naar adem hapte onder het gewicht van zijn hermelijnen mantel en zijn koninklijke kroon. De nieuwe koning verscheen op het eind van de film maar heel even en half verborgen onder de aftiteling in beeld, maar net lang genoeg om de symbolische betekenis van de gebeurtenis te onderstrepen. De koning is dood, leve de koning.

De troonswisseling verliep met de ceremoniële bedaardheid waarin de Engelsen meer dan vier eeuwen geoefend hebben. De oude koning was niet door een revolutionaire garde van zijn troon verwijderd, maar door een kabinet dat de monarchie met hart en ziel was toegedaan. De Prime Minister, Francis Urquhart, motiveerde zijn ingreep met een paradoxaal argument dat in de constitutionele geschiedenis vaker voor amusante opwinding heeft gezorgd. Het kabinet had het aftreden van de koning geëist 'in het belang van de monarchie'.

Een briefschrijver die reageerde op het stuk dat ik veertien dagen geleden schreef over de krachtmeting tussen de Eerste Minister en de koning twijfelt aan het constitutionele realiteitsgehalte van de bestsellers van Michael Dobbs, waarop de televisieserie is gebaseerd. “De soep zal nooit zo heet worden gegeten als in de hier weergegeven confrontatie tussen de koning en de minister-president, want een politicus zal zich er tevoren altijd rekenschap van geven dat het (Engelse) volk in die omstandigheden gauw geneigd is het voor de koning op te nemen.” Volgens deze briefschrijver hebben Dobbs en de televisiebewerkers de machtsrelatie tussen de politiek en de kroon veel te theoretisch benaderd.

Toch is het bij de abdicatie van Edward VIII in 1936 precies zo gegaan als Michael Dobbs het in zijn romans schetst. Winston Churchill (vriend van de koning) prees het aftreden van de koning in het Lagerhuis als een daad die getuigde van “moed, eenvoud en oprechtheid”, maar in werkelijkheid was de koning, die tegen de zin van zijn ministers met de door het kabinet afgekeurde Mrs. Simpson wilde trouwen, door premier Baldwin, met de steun van zijn hele kabinet, tot aftreden gedwongen.

Volgens Martin Gilbert, de officiële biograaf van Churchill en de nauwkeurigste bron op dit terrein, sloeg Churchill de plank mis doordat hij niet precies wist hoe de kaarten in het kabinet lagen. Baldwin had Churchill weliswaar globaal op de hoogte gesteld van zijn strijd met de weerspannige Edward (en hem ook toegestaan deze als adviseur bij te staan), maar hem niet verteld dat zijn geduld met de koning op was.

In zijn boek over die periode geeft Gilbert alle posities weer: “Wat Churchill en het Lagerhuis niet wisten was dat het kabinet besloten had dat de koning moest aftreden als hij niet afzag van zijn wens om Mrs Simpson te trouwen. En wel onmiddellijk” (Martin Gilbert: Winston Churchill. The Wilderness Years; London, 1981, blz. 169).

Terwijl Churchill nog dacht dat het zo'n vaart niet zou lopen en erop aandrong de koning nog enige bedenktijd te gunnen, in de hoop dat Edward van een huwelijk zou afzien, had het kabinet de tijdbom al afgesteld. Op 6 december ging een ultimatum in dat de koning minder dan drie weken de tijd gaf om een beslissing te nemen. Vooral Chamberlain, schrijft Gilbert, stelde de voorwaarde de koning niet meer dan achttien dagen te geven, omdat hij als minister van financiën er belang bij had de crisis binnen die termijn tot een oplossing te brengen. “Een langer aanhoudende crisis kan de Kerstaankopen drukken.”

De confrontatie tussen de koning van Michael Dobbs en premier Francis Urquhart is een regelrechte kopie van de abdicatiecrisis van 1936. Dobbs' koning riep een koningskwestie over zich af doordat hij zich in de politiek mengde en in een televisietoespraak vèrgaande sociale hervormingen bepleitte, die fundamentele kritiek op de regering inhielden. De koning had een politieke doodzonde begaan, die hij met zijn koningschap moest bekopen.

De constitutie (ook als het een ongeschreven constitutie betreft) vereist een bovenpartijdige koning, die zich buiten de partijpolitiek houdt en geen partijpolitieke sympathieën laat gelden. Doet hij dat toch, dan vindt hij het kabinet en de grondwet tegenover zich.

Francis Urquhart verspilde geen tijd meer aan beleefdheidsbetuigingen en hield de koning in ongeflatteerde termen voor dat zijn kabinet bij de verkiezingen zojuist herkozen was en dat de koning een eventueel beroep op het volk derhalve wel kon vergeten.

In een iets minder gunstige positie toonde Baldwin zich minder toegeeflijk tegenover Edward VIII dan Francis Urquhart tegen zijn koninklijke tegenspeler was: Baldwin verbood Edward VIII een direct beroep op het volk te doen en hield de radiotoespraak tegen, waarmee de koning publieke steun voor zijn huwelijk met de politiek omstreden en tweemaal gescheiden Amerikaanse Wallis Simpson wilde uitlokken . Onder geen beding wilde de regering de in ongenade gevallen Amerikaanse (van wie de koning zijn oorverdovende Amerikaanse accent had overgenomen) tot koningin van Groot-Brittannië bevorderen.

De (door Baldwin opgestookte) regeringsleiders van de overzeese 'dominions' sterkten de Britse regering in haar verzet tegen een huwelijk en ook de oppositie in het Lagerhuis viel Baldwin bij. Baldwin was echter niet zeker geweest van de Labour Party, omdat Edward onder de socialistische arbeiders veel sympathisanten had en vooral indruk had gemaakt met een bezoek aan de kolenmijnen. De koning had zich het povere lot van de mijnwerkers aangetrokken en bij zijn vertrek de gouden frase uitgesproken: 'Something must be done'. Maar van een morganatisch huwelijk wilden de socialisten toch niets weten. 'Our people won't 'ave it', sprak Ernest Bevin en daarmee was het lot van de koning bezegeld.

Michael Dobbs liet zijn premier harde noten kraken in zijn beslissende krachtmeting met de koning. In de hitte van de strijd lieten de beide heren binnenskamers woorden vallen die zij daarbuiten nooit in de mond zouden durven nemen. Baldwin en Edward VIII scholden niet, al waren hun tegengestelde standpunten nog zo onverzoenlijk. Integendeel, ze namen met pijn afscheid van elkaar. “Baldwin huilde”, noteerde een secretaris. Ook de koning huilde, maar bij hem heette het: “Hij weende”.