Koopsom - magere polis met flauw fiscaal sausje

Veel mensen die een koopsompolis afsluiten weten slechts één ding zeker: je mag de betaalde premie tot ten hoogste 5.758 gulden (voor 1996) aftrekken van het belastbare inkomen. Die aftrek geldt voor iedereen. Daarnaast bestaan er ruimere aftrekmogelijkheden voor belastingbetalers met een pensioentekort. Door die fiscale prikkel hoort deze verzekering tot de warme broodjes in verzekeringsland, een produkt waar mensen steeds weer op af komen. En welke andere voor- of nadelen biedt deze verzekering? Dat weet niemand. Dezelfde verzekering tegen betaling van een periodieke premie, dus niet eenmalig, is een lijfrentekapitaalverzekering, kortweg lijfrenteverzekering. Ook de koopsompolis, eigenlijk een nietszeggende aanduiding, is een lijfrenteverzekering. Die lijfrente is het door de fiscus verplicht gestelde einddoel van beide verzekeringen.

De koopsompolis is een simpele kapitaalverzekering bij leven. De opzet is als volgt. De verzekerde betaalt eenmaal een premie (in verzekeringstaal een koopsom), die de verzekeraar belegt. Aan het eind van een door de verzekerde gekozen periode - tien jaar, twintig of hoe lang dan ook - keert de maatschappij de koopsom aangegroeid met rente, dividend, koerswinst en sterftewinst uit, na aftrek van administratiekosten, winst en eventueel provisie voor de tussenpersoon. Meestal garandeert (er komen ook andere vormen voor) de maatschappij hoeveel de uitkering aan de (dan levende) verzekerde zal zijn. Veiligheidshalve - niemand weet immers hoe beleggingsopbrengsten uitpakken in de toekomst - rekenen verzekeraars met circa 4 procent rente per jaar, of iets meer als de verzekerde meedeelt, in de winst die de maatschappij maakt. Met het eindkapitaal koopt de verzekerde, desgewenst, een lijfrente. Dat is een tijdelijke of levenslange uitkering die per maand, kwartaal of jaar wordt uitbetaald. Eigenlijk is dit produkt een magere verzekering, want beleggen en sparen in eigen beheer levert met weinig moeite meer op dan 4 procent.

Wie koopt er dan zo'n zuinig belegd broodje zekerheid? Niemand. Maar smeert de overheid er een sausje belastingvoordelen op, dan ontwaakt de eetlust van het Nederlandse volk. Niet alleen in deze tijd, maar ook lang geleden, want een verzekering is al langer dan een eeuw hèt middel om inkomsten- en vermogensbelasting uit te stellen en te verminderen.

De overheid probeert al sinds eind vorige eeuw met verfijnde wetten de te uitbundige voordelen in te perken, maar steeds vinden ingenieuze gidsen mooie sluiproutes langs de fiscale tolgaarders. Zo verandert een simpele verzekering bij leven in een constructie die is dichtgetimmerd met voorschriften, vastgesteld in de wet Brede Herwaardering, een fiscaal deltaplan waarvan delen op 1 januari 1992 zijn ingevoerd. Verzekeringen die zijn afgesloten na die datum vallen onder deze nieuwe wetten. Daarnaast gelden nog oude, vriendelijker regels voor lopende verzekeringen. Deze twee systemen naast elkaar leveren veel verwarring op, hetgeen niet aan de verzekeraars ligt - die voeren gewillig de orders van de belastingdienst uit - maar aan de politiek. Vraag daarom bij twijfel over de afwikkeling van een polis (het ingaan van de lijfrente) raad bij verscheidene adviseurs en/of raadpleeg een belastingalmanak. Vergeet niet dat ook deskundigen soms twijfelen over de strekking van de wet. Het is een lastig vakgebied.

Wat maakt de koopsompolis tot iets bijzonders? Je mag de betaalde koopsom aftrekken van je belastbare inkomen, waardoor de belasting vermindert. Wie in het 50-procent-inkomstenbelastingtarief valt, krijgt van iedere 100 gulden koopsom de helft terug door die belastingbesparing. Een enorm voordeel: je betaalt per saldo ƒ 50, maar de verzekeraar belegt ƒ 100 voor jou. De overheid wil via dit voordeel het individueel (contractueel) sparen voor de oude dag en/of nabestaanden stimuleren. En dat lukt bijzonder goed.

Wat staat er tegenover die gulle aftrek? In de eerste plaats krijg je het opgebouwde vermogen - koopsom plus beleggings- en sterftewinst minus kosten en winst - niet meer in handen: dat is in zijn geheel bedoeld om een lijfrente, een individueel pensioen, te kopen bij een verzekeraar. De lijfrente is normaal belast als inkomen. Zo haalt de fiscus terug wat eerder als aftrek is verleend. Voor de verzekerde/belastingbetaler heeft dat één zeker voordeel: uitstel van belastingbetaling, soms voor tientallen jaren. Plus, maar dat hangt af van de individuele omstandigheden, een belastingvoordeel wanneer de aftrek in het 50 procent of 60 procent tarief valt en de toekomstige uitkering in het 65-plus-tarief van 15,4 procent.

Maar de fiscus haalt meer terug. Over de in de polis opgebouwde onbelaste koerswinst wordt bij uitkering inkomstenbelasting geheven. In het 50 procent-tarief blijft er dus van iedere gulden koerswinst 50 cent over. Wie zelf belegt mag die gulden koerswinst helemaal zelf houden. Per saldo en over lange termijn berekend zal een koopsompolis mede daarom niet gunstiger zijn dan een eigen belegging in met zorg gekozen aandelen.