Kan de digitale revolutie even ophouden?

Het artikel over de computerparadox van Ferry Versteeg ('Waarom is de produktiviteit van het bedrijfsleven sinds de uitvinding van de computer maar zo weinig gestegen', 24 februari laat één belangrijke factor ongenoemd. Dat is de voortdurende en onstuimige vernieuwing van alles wat met computers te maken heeft.

Elke drie jaar verschijnt er een nieuwe generatie chips in een nieuwe generatie computers, die twee tot vier keer zoveel kunnen als de vorige. Om van die mogelijkheden gebruik te maken verschijnen er nieuwe of opgevoerde randapparaten, zoals modems, harde schijven, CD-ROM-spelers, scanners en ga zo maar door. Er is een onstuitbare stroom nieuwe software: computerprogramma's voor nieuwe mogelijkheden en nieuwe versies van bestaande programma's. Dat geldt voor tekstverwerkers, rekenprogramma's, ontwerpsoftware, maar ook bijvoorbeeld voor besturingssystemen. Iedereen kent wel de reeks MS-DOS/Windows/Windows 95, waarbij de eerste twee zelf de ene na de andere versie hebben beleefd.

Voor bedrijven betekent deze wedloop in de eerste plaats steeds terugkerende uitgaven voor vernieuwing van de computer-infrastructuur. Nieuwe machines, nieuwe software, nieuwe technische aanloopproblemen, nieuwe cursussen voor het personeel, met alle kosten en tijdverlies van dien. Versteeg maakt de vergelijking met de invoering van elektriciteit honderd jaar geleden, maar die vergelijking gaat maar zeer ten dele op. Een infrastructuur voor elektriciteit, inclusief machines voor de opwekking, gaat decennia mee; apparaten om van deze vorm van energie gebruik te maken doorgaans meer dan tien jaar. Computers en toebehoren moeten na luttele jaren worden vervangen hoewel ze het nog prima doen.

In de tweede plaats betekent de toenemende capaciteit van de computer niet één reorganisatie, maar een eindeloze reeks. Eerst deed de (centrale) computer licht administratief werk, toen kwam de personal computer op het bureau, met desktop-publishing en computergesteund ontwerpen. Vervolgens lokale netwerken, het mobiel gebruik van de computer, internationaal elektronisch dataverkeer. En op de werkvloer natuurlijk de invoering van robots en dat soort dingen meer. Elke paar jaar moet de organisatie worden aangepast aan de technische mogelijkheden (het omgekeerde is niet bespreekbaar), met wéér kosten, aanpassingsproblemen en kans op technische en organisatorische catastrofes.

Een technisch aangelegde minderheid van het personeel beleeft veel plezier aan de vloedgolf van nieuwe speeltjes. De meerderheid raakt gefrustreerd en gedesoriënteerd. Hoewel de computers van nu bedrieglijk veel lijken op die van twintig jaar geleden, met hun toetsenborden en beeldschermen, zijn de periodieke veranderingen eenvoudig schokkend. De computer van twintig jaar geleden was een bromfiets. Die van tien jaar terug een auto, en nu hebben we allemaal een straaljager voor onze neus. Of we deze ook even willen leren besturen. Het is niet één invoering van elektriciteit, het is een hele serie. Bovendien: leren omgaan met elektriciteit is het leren drukken op een knop. Bij de computer is dat anders.

Versteeg constateert droogjes dat werknemers de neiging hebben zich hoe dan ook tegen veranderingen te verzetten. Geef ze eens ongelijk. Heb je net MS-DOS en Wordperfect onder de knie, komt daar Windows, en besluit de bedrijfsleiding ook meteen over te gaan op MS-Word. Ben je net lekker bezig op je eigen bureau-pc, moet je weer in het keurslijf van een netwerk. Heb je de vorige reorganisatie verwerkt, kun je je wéér gaan afvragen of je baan blijft bestaan, zo ja wat je in de nieuwe structuur te doen krijgt, wie je nieuwe baas wordt en wie je collega's. En niet te vergeten: in welke mate je elektronisch in de gaten zult worden gehouden. Dit alles komt de werklust en dus de produktiviteit niet ten goede.

Voor zover de computerrevolutie rendement oplevert door efficiënter werken of nieuwe produkten, verdwijnt dat rendement in de zakken van de automatiseerders en verdampt het door de kosten van het reorganiseren. Het zou goed zijn voor de produktiviteit van het bedrijfsleven als er eens een tijdje geen efficiëntieverhogende maatregelen werden genomen. Rust, eindelijk een tijdje gewoon werken. Maar dat zit er niet in. Er komen weer nieuwe chips, nieuwe accessoires voor de pc, nieuwe software, nieuwe herstructureringen. Het einde is niet in zicht; de vooruitgang zal de vooruitgang nog geruime tijd belemmeren.