Hollands Dagboek

Op 26 mei 1991 werd in Leiden een vrouw dood in haar woning aangetroffen met een ballpoint in haar hoofd. Volgens deskundigen was zij gestruikeld en op de ballpoint gevallen. Volgens de politie was er sprake van een perfecte moord, de 'balpenmoord'. De echtgenoot, de twee dochters en de zoon van het slachtoffer werden als verdachten aangemerkt. Uiteindelijk werd zoon Jim (26) vorig jaar tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij zou zijn therapeute in 1993 bekend hebben zijn moeder met een kleine kruisboog te hebben gedood. Vorige week diende het hoger beroep. Zijn zussen Jessica en Esmé en hun echtgenoten Andrés en Ed woonden de zitting bij. De vader van Jim (57, hoogleraar aan de Leidse universiteit) hield dit dagboek bij.

Woensdag 21 februari

De dag van de waarheid. Jessica, Esmé, Andrés, Ed en ik gaan vroeg naar Den Haag. We worden zowaar meteen in het Paleis van Justitie binnengelaten, omdat ik de videoband van mijn schiet- en valproeven moet afgeven bij de technici die bezig zijn de door ons gehuurde apparatuur te installeren. Jim is al in het gebouw. Hij is nog even 'vrij man', want de schorsing van zijn detentie loopt pas bij het begin van de zitting af. Daarom kan ik nog even met hem praten.

Dan begint het wachten in de hal. We krijgen al gauw gezelschap van de advocaten (Raymakers en mevrouw Ficq), de opgeroepen deskundigen, cameraploegen, journalisten, familie, vrienden, bekenden en belangstellenden. Er hangt een sfeer van 'nu gaat het gebeuren'.

Eerst wordt achter gesloten deuren ons bezwaarschrift tegen het achterhouden van stukken behandeld. De uitslag is zoals verwacht. De eerste verklaring van de therapeute bij de CID, uit september 1994, op basis waarvan Jim indertijd is aangehouden, verdraagt blijkbaar het daglicht niet, want die krijgt niemand te zien. Ook het Hof niet. Dat is moeilijk verenigbaar met het principe van een 'fair trial', maar de advocaten hebben - terecht - besloten zich op de hoofdzaak te concentreren: de presentatie van ons wetenschappelijk tegenbewijs. Die presentatie begint nadat de schorsing van Jims detentie verlengd is tot de uitspraak en verloopt uitstekend. Dit is 'onze' ochtend. De deskundigen die de mythe van de 'balpenmoord' met zoveel inzet bestreden hebben, zijn er, op Van Rij na, allemaal: Worst, Cohen, Van Andel, Lubbers en natuurlijk Van der Pol van het AMC. Die geeft een indrukwekkende presentatie van zijn schietproeven met (geprepareerde) mensenhoofden. Die proeven tonen aan, net als de latere proeven van Van Andel, dat Jim veroordeeld is voor iets wat niet kan.

Vervolgens wordt mijn videofilmpje vertoond. We stellen met voldoening vast dat ik er goed aan gedaan heb te laten zien dat bij een val een ballpoint onbeschadigd in zijn geheel in een modelhoofd 'verdwijnt'. Veel mensen kunnen zich dat blijkbaar niet voorstellen. Na de aanvullende expertises van de fysicus Lubbers en de forensisch geneeskundige Cohen is het wetenschappelijk pleit eigenlijk al beslist. De resultaten van de mosterd-na-de-maaltijd-proeven van het Gerechtelijk Laboratorium, die 's middags gepresenteerd worden, bevestigen namelijk de conclusies van Van der Pol. De zitting eindigt om vijf uur. Jim gaat snel naar zijn tijdelijk onderkomen, waar zijn vriendin op hem wacht. Wij praten nog wat na met de advocaten en gaan dan terug naar Leiden.

Thuisgekomen bel ik Jim. Hij klinkt uitgeput. Eigenlijk had vanmiddag een streep onder de zaak gezet moeten worden. Hopelijk gebeurt dat morgen. Ik hoop dat hij het volhoudt. We bestellen pizza's en bekijken de journaals en Nova. Vooral het optreden van Crombach in Nova doet ons goed. Net als - eerder - Van der Schoot, Beyaert, Van Marle, Diekstra, Wagenaar en Hoefnagels keurt hij het optreden van de therapeute af. En ook is hij van mening dat de inhoud van een therapie niet in de rechtszaal thuishoort.

Donderdag

De dag begint al meteen met gesloten deuren. We moeten een half uur in de ijskoude vestibule wachten, voordat we het Paleis van Justitie in mogen. Ook de zitting begint achter gesloten deuren. De therapeute die vandaag gehoord wordt, heeft een advocaat meegebracht, mr. Utermark. Dat wekt nogal wat verbazing, want zij wordt niet als verdachte, maar als getuige gehoord. Maar in deze zaak is, zo hebben we gemerkt, alles mogelijk. Achter de ten onrechte gesloten deuren buigt het Hof zich over de vraag of mr. Utermark namens de therapeute mag bepleiten dat ze achter gesloten deuren wordt gehoord en of hij daarbij aanwezig mag zijn.

Even later gaan de deuren toch open en begint het debat over de vraag of de 'anonieme' therapeute nu eindelijk eens, desnoods vermomd, in het openbaar gehoord gaat worden. Utermark en de PG (de openbare aanklager) verzetten zich daartegen. Het belang dat Jim heeft bij een behandeling in het openbaar, waarbij iedereen zelf kan horen wat deze 'kroongetuige' te vertellen heeft, weegt volgens hen niet op tegen het belang dat de therapeute heeft bij het ongehinderd kunnen blijven uitoefenen van haar beroep. De schaamteloosheid waarmee ze haar 'belangen' plaatsen boven die van Jim, wiens leven op het spel staat, snijdt ons door de ziel. Utermark laat weten dat de therapeute zich op haar verschoningsrecht zal beroepen als ze in het openbaar moet getuigen. Het zoveelste kromme argument. De bedoeling van het verschoningsrecht is dat therapeuten niet getuigen over een therapie. Het is niet bedoeld als pressiemiddel om in het geheim te getuigen.

Vervolgens houdt Ficq een vlammend en briljant betoog dat de therapeute in het openbaar gehoord dient te worden, omdat de in de wet genoemde criteria voor het horen achter gesloten deuren (goede zeden, openbare orde, staatsveiligheid, minderjarigen, persoonlijke levenssfeer van de getuige) niet van toepassing zijn. Terwijl het Hof zich terugtrekt om te beraadslagen, wordt in de hal druk gespeculeerd over de uitkomst. Velen verwachten dat het Hof niet zal willen zwichten voor het 'dreigement' dat de therapeute zal afhaken als niet aan haar wensen tegemoet gekomen wordt.

Wij weten iets meer van de duistere achtergrond. Voor ons is het besluit dat de deuren gesloten zullen blijven dan ook geen verrassing, maar vele aanwezigen reageren geschokt. Terecht. Pas aan het eind van de dag zullen ook zij begrijpen wat vermoedelijk de belangrijkste drijfveer van het OM is om de therapeute 'uit de wind' te houden en haar eerste verklaring bij de CID achter te houden. Toen zij in september 1994 met haar verhaal naar de CID stapte, 'daartoe op het idee gebracht door een kennis', was haar verhaal bij de politie en justitie al bekend. Het betekent namelijk dat het OM de rechters misleid heeft door bij de tweede aanhouding van Jim te doen alsof haar verhaal voor de politie en het OM 'volkomen nieuw' was, en dat maakt Jims tweede detentie van bijna zeven maanden onrechtmatig. Ook betekent het dat de therapeute nog het een en ander heeft uit te leggen.

Na uren komen Ficq en Raymakers uit de rechtszaal. Aan hun strakke gezichten lezen we af dat de gang van zaken onbevredigend geweest moet zijn. Maar wel zijn ze er in geslaagd de rol van de therapeute in het één-tweetje tussen politie/justitie en de CID duidelijker te maken. De therapeute heeft met de 'kennis' die haar op het idee heeft gebracht om met haar verhaal naar de CID te gaan, gesproken in het bijzijn van een derde, een kennis van die kennis. Iemand van de politie.

Na de lunchpauze geeft de getuige-deskundige prof. Van der Staak zijn oordeel over de verklaringen van de therapeute. Herhaaldelijk krijgt hij nauwelijks de kans om uit te spreken of überhaupt te antwoorden op vragen, maar hij laat zich niet van zijn stuk brengen. Hij maakt op overtuigende wijze duidelijk dat de verklaringen van de door angst bevangen therapeute met grote scepsis dienen te worden bekeken.

Om half vijf is het zo ver: het requisitoir van de PG. Hij begint met te zeggen dat de ballpoint in het hoofd van mijn vrouw en de verklaringen van de therapeute zijns inziens wettig bewijs vormen dat Jim zijn moeder met een kleine kruisboog heeft vermoord. Vervolgens somt hij, tot onze verbijstering, ook de insinuaties, halve waarheden en leugens op die eerder bij de rechtbank door de officier van justitie als 'steunbewijs' werden opgevoerd en die allang zijn doorgeprikt. Zo komt hij o.a. weer aandragen met het verhaal van de amanuensis: in het schooljaar '86-'87 zou een groepje leerlingen waarvan Jim deel uitmaakte over een perfecte moord met een pen gesproken hebben. Maar: zeven van de acht gehoorde oud-leerlingen van Jim hebben verklaard zich niets van zo'n gesprek te kunnen herinneren en de achtste, die nooit met dat groepje optrok, heeft verklaard: “Nu u dit aan mij vraagt kan ik mij daar wel iets van herinneren, maar wie er over heeft gesproken weet ik niet. Ik weet ook niet in welke sfeer dit toen naar voren is gebracht.” Zonder blikken of blozen verdraait de PG deze feiten, en ook alle andere 'gebakken lucht' - zoals Ficq het later in haar pleidooi treffend karakteriseert - wordt door hem nog eens extra vertekend en misleidend opgediend. Alleen de irrelevante associaties van de officier, waarvan deze zelf indertijd opmerkte dat ze als 'gestoord' beschouwd mochten worden, herhaalt hij niet. Iedereen houdt zijn adem in en vraagt zich af hoe zijn eis zal luiden.

Dan volgt de verrassende ontknoping: hij eist vrijspraak. Zijn tirade was niet op een veroordeling gericht, maar maakte deel uit van een tactiek van verschroeide aarde - terugtrekken maar eerst nog zoveel mogelijk schade aanrichten. Hij eist vrijspraak omdat het door hem opgesomde 'bewijs' zijns inziens weliswaar wettig is, maar (net) niet voldoende overtuigend is. Sommigen denken dat hiermee de kous af is, maar Raymakers en Ficq - en wij - denken daar anders over. Raymakers geeft een historisch overzicht van het geknoei van de politie en het OM. Hij vertelt onder meer dat een van de rechercheteamleiders de vorige week onder ede heeft verklaard op een warme zomerdag in 1994 met een AG (advocaat-generaal) en de zaaksofficier besproken te hebben hoe het - toen nog niet bij de CID 'ondergebrachte' - verhaal van de therapeute 'praktisch' kon worden gebruikt. Dit zou tot de niet-ontvankelijkheid van het OM kunnen leiden, maar de advocaten willen liever vrijspraak wegens gebleken onschuld. Raymakers analyseert zorgvuldig het wetenschappelijk bewijs dat tot de conclusie ongeval heeft geleid. Vervolgens betoogt Ficq dat de verklaringen van de therapeute onrechtmatig zijn (omdat schending van een beroepsgeheim een strafbaar feit is), onbetrouwbaar en, gezien het wetenschappelijk bewijs, volkomen irrelevant. Dan rekent Ficq af met de 'gebakken lucht', waarmee de PG ten onrechte 'een geur van schuld' heeft gecreëerd en vraagt ze het Hof nadrukkelijk om vrijspraak wegens gebleken onschuld. Tenslotte verzoeken de advocaten het Hof direct na de zitting uitspraak te doen en in elk geval Jims onrechtmatige gevangenhouding op te heffen omdat hij aan het eind van zijn krachten is.

Beide verzoeken worden afgewezen.

Journalisten tonen zich verbaasd over het feit dat we niet juichend de zaal uitkomen. Ik probeer onze gemengde gevoelens uit te leggen: opluchting dat vrijspraak is geëist, 'teleurstelling' - ik moet me, hoe frustrerend dat ook is, ingetogen en diplomatiek blijven uitdrukken zolang de zaak nog onder de rechter is - over het feit dat niet althans Jims onrechtmatige gevangenhouding is opgeheven en dat hij nu nóg eens twee weken in slopende onzekerheid moet leven.

Thuisgekomen bel ik hem. Hij is uitgeput. Zijn vriendin ook. De goedbedoelde gelukwensen op het antwoordapparaat laat ik onbeantwoord. We flansen een maaltijd in elkaar, staren naar de reportages op tv en gaan dan, moe en leeg, naar bed.

Vrijdag

De kater. De tactiek van de PG heeft gewerkt. Een paar kranten hebben zijn ongegronde verdachtmakingen klakkeloos overgenomen. Als hij zijn vrijspraak wegens ongeldig bewijs krijgt, blijft de mythe van de balpenmoord ons - en vooral Jim - misschien de rest van ons leven achtervolgen.

We kunnen alleen maar hopen dat de deskundigenrapportages en de minutieuze ontrafeling, in de pleitnota's van de als 'steunbewijs' opgevoerde insinuaties, halve waarheden en leugens het Hof zullen overtuigen. Ik bel Jim. Hij is totaal op, kapot. Ik hou het kort en troost me met de gedachte dat zijn vriendin bij hem is. Zij is ook door de hel gegaan, maar dank zij haar heeft Jim deze nachtmerrie tot nu toe overleefd. Jessica en Andrés proberen - aangeslagen - de draad van hun bestaan weer op te pakken. Esmé is totaal gesloopt en kruipt na het ontbijt weer in bed. Met het oog op de NRC-fotograaf ruim ik de ergste puinhopen een beetje op. Verder doe ik het rustig aan.

Ed bereidt een lekkere maaltijd. Als hij niet ook overgekomen was, zouden we de afgelopen maand kilo's afgevallen zijn. 's Avonds komen mijn jongste broer en zijn vrouw langs. Zij hebben de afgelopen vijf jaar meer dan wie ook met ons meegeleefd. Mijn broer zegt dat hij in een paar dagen tien jaar ouder is geworden. We maken de balans op en bestrijden de kater met cynische humor. Dat is, zo hebben we de afgelopen jaren ondervonden, de enige manier om overeind te blijven.

Zaterdag

We doen boodschappen, een paar wasjes, en ruimen een beetje op. 's Avonds kijken we naar Sonja. Hadden we misschien beter niet kunnen doen. Ze heeft niet begrepen dat een pen die voldoende vaart heeft om het oogkasdak te doorboren daarbij altijd schade oploopt, zoals je aan kokend heet water altijd je vingers brandt. Bovendien verwijt ze de advocaten dat die niet veel eerder onderzoek hebben laten doen, terwijl de advocaten van meet af aan deskundigen hebben laten opdraven en daarbovenop ook nog de proef op het AMC wisten te organiseren. En dat alles omdat het OM heeft nagelaten te onderzoeken of de ten laste gelegde moord met een kleine kruisboog überhaupt wel mógelijk was. Kennelijk heeft Sonja haar huiswerk niet gedaan en beseft ze niet dat omkering van de bewijslast - 'guilty until proven innocent' - verwerpelijk is. Zelfs haar strafgeleerde gast Buruma ontgaat dat. Het is om doodmoe van te worden. Maar dat zijn we al.

Zondag

We proberen wat uit te rusten. Lukt niet erg.

Maandag

Jim en zijn vriendin komen eten. Ze zijn aan het eind van hun krachten. Aan tafel trekt de grauwsluier eventjes op en lijkt alles even zoals het ooit - een jaar geleden - geweest is. Lijkt.

Pas in de auto, als ik ze naar huis breng, praten we over de dingen die we onder het eten bewust even hebben laten rusten.

Dinsdag 27 februari

Weer een dag van afwachten, toegedekt met bezigheden.

Bijna vijf jaar nu, sinds 26 mei 1991. Is het einde van de nachtmerrie nu eindelijk in zicht, of houdt het nooit meer op?

Nog ruim een week tot de uitspraak.