Deskundigen zien geen misbruik voorkennis in HCS-affaire

ROTTERDAM, 2 MAART. Voormalig Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen heeft bij de verkoop van HCS-aandelen geen misbruik gemaakt van voorkennis. Dat concluderen, aldus doorgaans betrouwbare bronnen, de getuigen-deskundigen die voor het gerechtshof in Den Haag een onderzoeksrapport hebben geschreven over de zogeheten HCS-affaire.

Hoogstwaarschijnlijk zal het openbaar ministerie als gevolg van het oordeel van deze deskundigen dinsdag - als het nieuwe proces tegen Van den Nieuwenhuyzen voor het Hof in Den Haag begint - vrijspraak eisen. Dat zelfde gebeurde in de RDM-affaire, waarbij Van den Nieuwenhuyzen eveneens verdachte was. Toen concludeerden deskundigen ook dat de kennis die de ondernemer bezat geen koersgevoelige informatie betrof, voorwaarde om voor misbruik van voorkennis bestraft te kunnen worden.

De beide getuige-deskundigen, mr. G. Panjer, voorzitter van de Vereniging van Beleggingsanalisten, en Ajax-penningmeester A. van Os, een ervaren beurshandelaar, concluderen unaniem dat Van den Nieuwenhuyzen in de zomer van 1991 niet heeft geweten wat de koers van het aandeel HCS zou doen als de buitenwereld had geweten wat er in de nacht van 30 juni tijdens geheim crisisberaad over HCS was afgesproken. De informatie die de bij het beraad aanwezige Van den Nieuwenhuyzen had kan dus, volgens de onderzoekers, niet als koersgevoelig worden aangemerkt. Daags na dat beraad verkocht Van den Nieuwenhuyzen samen met Unigro-eigenaar E. Albada Jelgersma en paardenmiljonair L. Melchior 4,1 miljoen aandelen HCS. Maar daarbij is dus geen sprake van misbruik van voorkennis, zo zeggen Panjer en Van Os. Panjer uit in zijn rapport overigens wel kritiek op de handelwijze van Van den Nieuwenhuyzen op het Damrak ten tijde van de reddingspoging van HCS.

Nadat Van den Nieuwenhuyzen voor de Amsterdamse rechtbank in april 1994 was vrijgesproken, meende het hof in dezelfde stad een half jaar later dat Van den Nieuwenhuyzen zich wel schuldig had gemaakt aan misbruik van voorkennis en legde een gevangenisstraf op van een half jaar plus 100.000 gulden boete. In mei vorig jaar haalde de Hoge Raad een streep door dit vonnis en verwees de zaak terug naar het hof in Den Haag.

De Hoge Raad achtte twee feiten onvoldoende bewezen. Het hof had ten eerste niet duidelijk kunnen maken dat Van den Nieuwenhuyzen wist of de koers van het aandeel HCS zou gaan stijgen of dalen als de geheime informatie over het reddingsplan naar buiten zou komen. Verder was volgens de Hoge Raad niet duidelijk geworden dat de voormalige bedrijvendokter van de transactie financieel had geprofiteerd.