'Den Haag moet helderheid verschaffen'; Zwolse burgemeester over betogingen extreem-rechts

ROTTERDAM, 2 MAART. De Zwolse burgemeester J. Franssen (VVD) stond een week geleden in zijn stad een demonstratie toe van extreem-rechts, iets wat de meesten van zijn collega's verbieden met het argument dat dit zal leiden tot verstoring van de openbare orde. Franssen betoogde echter dat het demonstratierecht in Nederland niet selectief mag worden toegepast. Zowel de burgers van Zwolle als de politiek vielen over hem heen, tot bleek dat Franssen eigenlijk een stiptheidsactie voerde tegen de politieke onwil om maatregelen te nemen tegen extreem-rechts. Toen raakten de meningen verdeeld.

Wat was precies de overweging om deze demonstratie toe te laten?

“Het grondwettelijk vrijheidsrecht om te mogen demonstreren. Je moet van zeer goeden huize komen om daaraan te tornen. Dreiging van strafbare feiten tegen derden is op zichzelf geen reden om een demonstratie te verbieden. Dreiging van wanordelijke situaties evenmin. De politie heeft namelijk middelen om de openbare orde te handhaven. Als je de overtuiging hebt dat optimale politie-inzet voldoende is om de orde te handhaven, moet je het recht om te demonstreren voor laten gaan.

Een andere reden was dat de aankondiging van een tegendemonstratie door anti-fascisten tot nu toe voor veel burgemeesters een reden was om een demonstratie van extreem-rechts te verbieden. Dan gaat dreigen met tegengeweld de straat regeren. En dat kan in een rechtsstaat nooit worden getolereerd.''

Het toelaten van de demonstratie was dus gedeeltelijk bedoeld als politiek signaal. Wat wilt u daarmee bereiken?

“Ik constateer dat demonstraties van extreem-rechts bij de burger gevoelens oproepen die diep insnijden. Extreem-rechts is heel bedreigend. Dan denk ik: Daar moeten we met z'n allen iets aan doen. Wat ik wil is dat de minister van Binnenlandse Zaken en de Tweede Kamer komen met beleid op nationaal niveau, dat ze deze zaak niet overlaten aan burgemeesters die met hun rug tegen de muur staan.”

Wat vond u van de reacties die u kreeg uit politiek Den Haag?

“Eerst reageerde het CDA bij monde van Van der Heijden. Die zei: U heeft een punt want het is waar dat burgemeesters niet met een smoesje demonstraties mogen verbieden. Toen kwam Rehwinkel van de PvdA die wilde nadenken over wettelijke maatregelen. En vervolgens begonnen de VVD en D66 over de bescherming van het wettelijk demonstratierecht, omdat ze dachten dat ik demonstraties wilde verbieden. En toen zei De Graaf van D66 nog dat ik voldoende instrumenten heb om het te verbieden, maar hij zei er niet bij welke. Toen dacht ik: Ja, daar schiet je ook niets mee op.”

Wat wilt u dat de politiek doet?

“Ik vind dat er een veel actiever beleid moet komen van politie en justitie. Nu worden lang niet alle mogelijkheden benut. De intrekking van zendtijd bijvoorbeeld. En als bepaalde dingen in de wet niet helder genoeg geformuleerd zijn, dan moet je dat veranderen. In artikel 140 (deelname aan een verboden organisatie) en 137c (belediging van groepen mensen, discriminatoire uitingen) van het Wetboek van Strafrecht is op dit moment zelfs ontzetting uit het kiesrecht niet als bijkomende straf opgenomen. Ik vind dat in zulke gevallen ook het demonstratierecht zou moeten kunnen worden ingetrokken. Maar ik heb niet gepleit voor een demonstratieverbod, zoals in sommige kranten is vermeld. Dat zou mij niet eigen zijn.”

En wat vond u van de instemmende reacties van extreem-rechts, die aankondigden dat ze uw toestemming gingen gebruiken om ook elders te kunnen demonstreren?

“Walgelijk. Maar het onderstreept de noodzaak dat Den Haag zijn verantwoordelijkheden neemt. Het is niet goed dat Den Haag hierover geen helderheid verschaft.”

Maar Den Haag is toch helder? Den Haag zegt: Er is vrijheid van demonstratie. Punt.

“Maar tegelijk zit Den Haag met de heftige reacties die demonstraties van extreem-rechts veroorzaken bij de burger. En ze zitten er toch zeker voor die burger? Dan kan Den Haag dit toch niet afdoen met een steriele verwijzing naar het demonstratierecht? Ik vind dit typisch een kwestie waarover de Tweede Kamer een principieel debat moet voeren. Als men de burger wil bereiken, moet men dat doen.”

Wat doet u als er nu weer een demonstratie-aanvraag komt van de CD?

“Dat weet ik niet. Elke situatie moet op zichzelf worden bekeken.”

Maar gezien uw standpunt kunt u het nauwelijks weigeren.

“Het zou best kunnen dat er door de reacties die nu zijn losgekomen wel een probleem met de openbare orde dreigt. Dat moet ik dan bekijken.”