De HSL doorklieft ofwel de kerk of een flat met honderd woningen

Het besluit over het definitieve tracé van de hogesnelheidslijn komt naderbij. Verkeer en Waterstaat liet gisteren de verschillende varianten zien. Hoe de HSL langs een molen raast of door een kerk heen.

DEN HAAG, 2 MAART. Een paar weken nog en het kabinet neemt een besluit over het tracé van de hogesnelheidslijn: wordt het de Bos-variant, het bestaande spoor of een lijn door het Groene Hart? Na zeven jaar debat zijn er nog drie varianten over, maar voor elke variant geldt dat tegenover de voordelen ongeveer evenveel nadelen staan. Dus hangt het er maar vanaf met welk doel voor een bepaald tracé wordt gekozen.

De variant over het bestaande spoor via Den Haag is “het meest interessant vanuit het lokaal-economische perspectief”, zei projectleider W. Korf gisteren tijdens een persexcursie. De Bos-variant is door zijn bundeling met snelwegen en het ontzien van het Groene Hart “het beste voor het milieu”. Het tracé door het Groene Hart tenslotte “sluit aan bij het internationale hogesnelheidstrein-concept” van 300 kilometer per uur en zo min mogelijk bochten.

De race gaat vooral tussen de laatste twee varianten. Volgens de ontwerpers van Rijkswaterstaat en de Nederlandse Spoorwegen beperkt het gebruik van het bestaande spoor de capaciteit voor binnenlands vervoer in de volgende eeuw te veel. Onderzoekers van de TU Delft die door de gemeente Den Haag zijn ingeschakeld bestrijden dat. Om uit de welles-nietes-discussie te geraken voeren enkele hoogleraren dezer dagen op verzoek van beide partijen een zogeheten audit uit. Beide partijen hebben aangekondigd zich bij hun oordeel, dat volgende week wordt uitgebracht, neer te leggen. Als Rijkswaterstaat gelijk krijgt, zal de bestaande-lijnvariant geen rol meer spelen in de discussie. Wordt daarentegen de opvatting van de TU-onderzoekers bevestigd, “dan moeten de kaarten opnieuw worden geschud”, zei H. van der Sluijs van het projectteam HSL gisteren. In dat geval is het niet aannemelijk dat het kabinet al deze maand een besluit kan nemen.

Maar ook als het een van de andere twee varianten wordt moeten nog allerlei problemen worden opgelost. Koortsachtig goochelt het projectteam met verschuivingen van een paar meter naar links en een paar meter naar rechts om het de gemeenten, waarmee druk wordt overlegd, naar de zin te maken. Maar dat is niet eenvoudig. Zo wenst Zoetermeer, om de toekomstige bouwlocatie Zoetermeer-Oost te ontzien, de spoorweg zo veel mogelijk naar het oosten. Enkele kilometers zuidelijker wil Bleiswijk het spoor zo ver mogelijk naar het westen. “Maar het moet wel aansluiten”, aldus Van der Sluijs.

Ten opzichte van het tracé door het Groene Hart staat de Bos-variant in het overlegcircuit met de lagere overheden voorlopig op achterstand. Doordat het ontwerp nog maar een paar maanden geleden serieus ter hand is genomen, is het minder in detail uitgewerkt dan het tracé door het Groene Hart, dat tot nu toe de voorkeur van het kabinet heeft.

Vanuit de bus proberen de deelnemers aan de excursie zich een beeld te vormen van de nog niet bestaande spoorlijn in het landschap. Van bermsloot tot bermsloot is het tracé 33 meter breed, nog afgezien van eventuele geluidswallen. Waar langs de A4 de Meerburgerwatering loopt siert een molen, die juist wordt gerestaureerd, het Hollandse polderlandschap. Linksom kan niet, want tussen de molen en de snelweg is te weinig ruimte. Rechtsom kan, maar die oplossing laat de molen verweesd achter tussen een zesbaans snelweg en een spoordijk. “Voor dit soort dilemma's staat het projectteam nou”, zegt Van der Sluijs, die suggereert dat je desnoods de hele wetering met molen en al kunt verplaatsen.

In Leidschendam zou het Bos-tracé de A4 moeten kruisen. De keuze van het kruispunt luistert nauw. Een paar meter naar voren en een van de eerste afscheidingskerken van Nederland wordt doorkliefd, een paar meter naar achteren en een flat met een kleine honderd woningen moet tegen de vlakte. “De kerk is een van de dwangpunten: een kerk verplaats je minder makkelijk dan een molen”, constateert Van der Sluijs.

In de bus wordt intussen het uiterste gevergd van het voorstellingsvermogen. Niet alleen het spoor moet in het landschap worden gedacht, maar waar het weiland zich nu nog tot de horizon uitstrekt, moet men zich de ene keer een uitgestrekt “woud met centrum- en satellietbossen” voorstellen, dan weer gebieden die “recreatief worden ingericht met beplantingselementen” of vele duizenden woningen tellende nieuwbouwwijken. De virtuele werkelijkheid van de Randstad in het jaar 2005 kan de polders nog niet van het netvlies verdringen.