'CRUIJFF LAAT MIJ WEER VOETBALLEN'

Een profvoetballer wars van sterallures. Gheorghe 'Gica' Popescu (28), de rijzige Roemeen met de mediterrane inslag en de Brabantse tongval, speelt dinsdag met Barcelona tegen zijn oude club PSV in de kwartfinale van de UEFA Cup. 'Winnen van PSV betekent nog meer respect in Eindhoven.'

Franceso Bracero is een drukbezet man. Barcelona's perschef bemiddelt tussen voetballers en verslaggevers en dat valt van zijn gezicht af te lezen. De moedeloze blik verraadt een weinig benijdenswaardig bestaan. Een interview hier, een vraaggesprek daar. De talloze verzoeken doen Bracero duizelen. Met opgetrokken schouders heft hij om de zoveel minuten beide armen in de lucht, gevolgd door een diepe, bijna demonstratieve zucht.

Het is dinsdag, de ochtendtraining op de bijvelden van het imposante Nou Camp-stadion zit erop en in de catacomben van de Futbol Club Barcelona is het een drukte van belang. Journalisten lopen af en aan, pen en microfoon in de aanslag. De onstuimige jacht op quotes is een kolderiek schouwspel en doet vermoeden dat trainer Johan Cruijff zojuist zijn ontslag heeft gekregen of genomen. Of heeft El Presidente Josep Lluis Núñez opnieuw een controversiële uitspraak gedaan?

Niets van dat alles, zo blijkt. De eindeloze reeks sportbladen, -magazines en -programma's moeten gevuld. Nieuws of geen nieuws. Voetbal en FC Barcelona, in Catalonië is niets heiliger dan die twee-eenheid. Volkssport nummer één stuwt de oplagen en kijk- en luistercijfers omhoog.

Temidden van alle hectiek staat Gheorghe Popescu. Een baken van rust, omringd door chaos. De rijzige Roemeen torent boven alles en iedereen uit. Vanzelfsprekend ontkomt ook hij niet aan de opdringerige menigte. Geduldig en ontspannen glimlachend staat hij zijn ondervragers te woord. Waar sommige medespelers het stadion via de achterdeur ontvluchten, kost het dagelijkse ritueel van vraag en antwoord over Barça hem weinig moeite.

Een kwestie van verantwoordelijkheidsgevoel, verklaart hij even later met een licht Brabants accent. Noem het plichtsbesef. “Wij voetballers moeten ons werk doen. Dat moeten wij zo goed mogelijk doen. Daarvoor worden wij betaald. De belangstelling van de media hoort bij het voetbal.”

De 28-jarige Roemeen, koosnaam 'Gica', praat zoals hij voetbalt: gedisciplineerd en plichtsgetrouw. De woorden worden onbewust onderstreept door zijn uiterst sobere voorkomen. Alleen het fonkelende horloge om de linkerpols verwijst naar weelde en welstand. Maar anders dan veel van zijn collega-miljonairs heeft hij geen snobistische trekjes.

Gheorghe Popescu is wars van sterallures. Eenvoud en bescheidenheid sieren de Roemeense international. Afkomst verloochent zich niet. Zelfs niet in het mondaine Barcelona. “Ik kijk graag terug op mijn jeugd in Roemenië, ondanks de vaak moeilijke omstandigheden waarin wij onder het bewind van Ceausescu moesten leven. Maar iedere periode kent goede en slechte momenten. Het is zaak altijd van de goede momenten te genieten en van de slechte momenten te leren.”

Woorden die Johan Cruijff als muziek in de oren klinken. De coach noemde de oud-speler van Universitatea Craiova, Steaua Boekarest, PSV en Tottenham Hotspur onlangs de ideale voetbalprof. “Popescu is echt een voorbeeld voor de andere spelers”, constateerde de trainer tevreden in het maandblad Sport International. Begin vorige maand herhaalde de zelden complimenteuze coach zijn lofzang op de meervoudig Roemeens voetballer van het jaar. Aanleiding vormde het immer beladen competitietreffen met Real Madrid toen Popescu een hoofdrol vertolkte op het middenveld. Hij legde Reals spelbepaler Michael Laudrup aan banden en stond met zijn onnavolgbare rushes door het centrum van de Madrileense defensie aan de basis van de 3-0 thuisoverwinning op de aartsrivaal. Woensdag nog schoot de sierlijke middenvelder Barcelona voorbij stadgenoot Espanyol (3-2) in de return van de halve finale van de Spaanse beker.

“Wij gaan steeds beter spelen. Barcelona doet niet voor niets nog steeds op alle fronten mee: het kampioenschap, de beker en de Europa Cup. Dat is de verdienste van Cruijff. Ik heb veel respect voor hem. Ben hem ook zeer dankbaar. Hij heeft mij naar Barcelona gehaald en de positie gegeven die mij het beste past. Een min of meer vrije rol op het middenveld. Cruijff weet mijn kwaliteiten optimaal te benutten. Ik pas heel goed in het systeem van Barcelona. Cruijff heeft mij weer laten voetballen.”

Hoe anders was het ruim een half jaar geleden, vlak na zijn aankomst in Barcelona. Popescu gold bij de start van de Spaanse competitie als een omstreden aankoop in de ogen van veel supporters. Met weemoed en verlangen dachten de socios terug aan het succesvolle sterrenteam onder aanvoering van Ronald Koeman, Hristo Stoitsjkov en Romario. Het wantrouwen van de fans nam toe door de teleurstellende prestaties in de eerste maanden van het nieuwe seizoen. Popescu deelde in de malaise binnen de lijnen en de opvolger van de populaire Koeman kon maar weinig goed doen bij pers en publiek. “Het begin van het seizoen verliep moeizaam. Aanpassingsproblemen. Ook voor mij. Barcelona had een totaal nieuwe ploeg. Cruijff had het moeilijk. Hij was gespannen, soms hard.”

De eigengereide coach verweerde zich op de voor hem bekende wijze tegen de kritiek die ook intern de kop opstak, en volhardde in zijn aanpak. Popescu deed hetzelfde. “Cruijff is vertrouwen in mij blijven houden. Ook daar ben ik hem dankbaar voor. Hij is keihard als het moet en dat moet ook, anders red je het niet bij deze club. Johan Cruijff is de man die Barcelona nodig heeft.”

Het vertrouwen is wederzijds. Als een van de weinigen kan Popescu rekenen op een basisplaats in het vaak van samenstelling wisselende collectief van Cruijff. Andere buitenlandse sterspelers, zoals de Kroaat Robert Prosinecki en Popescu's tobbende landgenoot Gheorghe Hagi, krijgen nauwelijks speelminuten. Het tweetal, al dan niet geblesseerd, doodt de tijd op bank of tribune. Hagi heeft zijn zaakwaarnemer inmiddels opdracht gegeven uit te zien naar een andere werkgever. Popescu, in de nationale ploeg getooid met de veelzeggende bijnaam Baciul (De Hoeder), ontfermt zich bij Barcelona als vanouds over zijn veelgeplaagde collega-international. “Gheorghe is mijn vriend. Ik praat veel met hem en zeg hem zijn hoofd niet te laten hangen. Hij maakt moeilijke tijden door. Zijn goede spel bij het WK in Amerika heeft hier hoge verwachtingen gewekt, maar sindsdien is hij helaas vaak geblesseerd geweest.”

Als blijk van waardering wees Cruijff tot veler verrassing nieuwkomer Popescu vlak na zijn entree aan als reserve-aanvoerder, achter routinier José Maria Bakero. “Bakero is de echte baas van de ploeg. Ik ben gewoon maar één van de elf, zoals iedereen baas in zijn eigen positie. Ik wil nooit dé leider zijn, zo zit ik niet in elkaar. Zoiets komt vanzelf. Dat is afhankelijk van de resultaten en de manier van spelen. En van je karakter.”

De overgang naar Barcelona maakte een einde aan het kortstondige avontuur bij Tottenham Hotspur in Engeland. Het eenjarige verblijf in de Londense arbeiderswijk mondde uit in een nachtmerrie nadat hij in september 1994 voor negen miljoen gulden vertrok uit Eindhoven. Ondanks een hoopvol begin door toedoen van manager Osvaldo Ardiles, de frêle Argentijn die een continentale speelstijl voorstond. “We zouden Europees gaan spelen en hadden daar ook de spelers voor: Klinsmann, Dumitrescu, Sheringham, Barmby. In het begin liep het fantastisch. Het veldspel was redelijk verzorgd. Maar het probleem lag achterin. De verdediging was een drama.”

De tegenvallende resultaten waren voor geldschieter Alan Sugar reden Ardiles na een paar maanden te ontslaan. 'Ossie' ging, Gerry Francis kwam. “Een echte Engelse trainer. Aanhanger van de lange-halen-snel-thuis. Francis zette mij centraal op het middenveld. Ik zag die ballen alleen maar langs vliegen, negentig minuten lang. Het was net een tenniswedstrijd. Na iedere wedstrijd had ik last van een stijve nek. Voor spelers zoals ik is het heel moeilijk om je in Engeland te handhaven. Weinig creativiteit, weinig voetbal.” Cruijff verloste hem, geheel volgens afspraak. “De eerste contacten met Barcelona dateren uit de tijd dat ik naar Tottenham ging. Ze vonden mij de ideale opvolger van Koeman, die toen bezig was aan zijn laatste seizoen.”

Het afscheid van White Hart Lane verliep aanmerkelijk soepeler dan het vertrek uit Eindhoven. Praten over PSV, de club waar hij ruim vier jaar onder contract stond, kost hem nog altijd moeite. Veel woorden wil hij dan ook niet kwijt over de komende tegenstander in de kwartfinale van de UEFA Cup. Na enig aandringen: “Winnen van PSV betekent nog meer respect in Eindhoven”.

Het is een publiek geheim dat de Roemeen zich in Eindhoven evenals vele anderen stukliep op de heersende fluistercultuur. Bovendien leefde hij in onmin met de toenmalige trainer Aad de Mos. “Mijn relatie met De Mos was niet goed. Hij gebruikte mij als voorstopper. Dat is geen positie voor mij.”

Niettemin blijkt de band met Nederland nog altijd hecht. Zijn Nederlands houdt hij niet voor niets op peil door gesprekken met vaste kamergenoot Jordi Cruijff. “Want ik wil zo nu en dan graag Nederlands praten. Ik heb nog steeds een huis in Eindhoven en regelmatig contact met sommige spelers en vrienden bij PSV. Tegenwoordig heb ik weinig vrije tijd. Maar zodra ik kan, ga ik naar Eindhoven. Ik voel een band met Nederland. Heb mooie tijden beleefd en dat vergeet ik niet. Misschien keer ik ooit wel terug. Wie weet.”

Vooralsnog lonkt Spanje. Een mediterraan tussen de mediterranen. Zon, zee en voetbal. Mooier kan niet, zegt Popescu. “Barcelona is als een droom. Iedere wedstrijd is een verademing. Mogen voetballen voor tachtigduizend mensen. Wie wil dat nou niet?”