Belegger kan munt slaan uit EMU en ecu

In navolging van onze oosterburen beginnen ook Nederlandse spaarders en beleggers zich ongemakkelijk te voelen over de komst van de euro. Als we vanaf 1 januari 1999 inderdaad onderdeel zijn van de Economische en Monetaire Unie (EMU), dan zijn onze gulden en de euro voorgoed in een vaste verhouding van ongeveer twee gulden per euro aan elkaar geklonken. Vanaf dat moment bepaalt niet meer onze eigen De Nederlandsche Bank maar de Europese Centrale Bank de hoogte van onze rente en inflatie. Die verschuiving doet Duitse en Nederlandse spaarders en beleggers huiveren, want rente en inflatie zijn cruciaal voor de waardeontwikkeling van hun vermogen. Wie nu geld opzij zet in sterke guldens is er niet bij gebaat als dat bezit straks, door toedoen van zwakke Europese broeders, noteert in futloze euro's. Is dat mogelijk? Ofwel, moeten Nederlanders vrezen voor de waarde van hun spaarrekeningen, aandelen, obligaties, erfenissen, lonen en pensioenen?

Absoluut niet, meent drs. Ewoud Schuitemaker, onderzoeker van het Economisch Bureau van de ABN Amro. “Volgens het Verdrag van Maastricht streeft de Europese Centrale Bank, net als de Bundesbank en De Nederlandsche Bank, naar een maximale inflatie van nul tot twee procent per jaar. Tot de EMU toegelaten landen met een wat hogere geldontwaarding zullen hun inflatie uit eigenbelang snel tot dat percentage beteugelen. Anders prijzen ze zichzelf uit de markt.” De rente kan, wegens aanvankelijke onzekerheid over het monetaire beleid van de Europese Bank, in het begin een fractie hoger zijn dan nu, voorspelt Schuitemaker. “Maar zo'n klein verschil valt weg tegen de normale schommelingen. De euro wordt dus gewoon een sterke munt.”

De redenering van Schuitemaker volgend zal de euro de Nederlandse spaartegoeden, aandelen, obligaties, lonen, pensioenen en hypotheken nauwelijks raken. Geen verlies op guldens dus, maar ook geen winst. De belegger die munt wil slaan uit de EMU, zal moeten uitwijken naar andere valuta. Neem ecu-beleggingen. Voor beleggers die optimistisch gestemd zijn over de EMU, noemt Schuitemaker die 'interessant'.

De ecu is nu nog een mandje met twaalf van de vijftien Europese munten. De gemiddelde waarde van die munten vormt de theoretische koers. De ecu is echter niet bijster populair. Op de 'markt' doet deze kunstmatige munt nu zo'n 2,5 procent onder de gemiddelde waarde van de valuta in het mandje. Met het oog op de EMU biedt die omstandigheid winstperspectief. Schuitemaker: “Als de EMU er inderdaad komt, dan stijgt de marktkoers van de ecu voor 1999 naar de theoretische koers. Daarnaast worden bij de start alle beleggingen in ecu's, tegen een koers van één op één, automatisch omgezet naar euro's. Dat is een voordeel, want de euro is meteen een sterkere munt dan de ecu omdat er alleen landen aan meedoen met een lage inflatie. Het gevolg is dat de euro-rente straks lager is dan de ecu-rente nu. Dat levert koerswinsten op voor beleggers in ecu-obligaties waarvan de aflossing in euro's vaststaat.”

Wellicht is het voor de aankoop van ecu-beleggingen nog wat vroeg. De kans dat de EMU doorgaat acht Schuitemaker 'duidelijk groter dan vijftig procent'. Maar pas ergens in 1997 verwacht de ABN Amro van de financiële markten een duidelijkere uitspraak over hun geloof in de EMU. Vanaf dat moment zullen ecu en euro naar elkaar toe groeien.

Naast ecu-beleggingen bieden de obligatiemarkten van kandidaat-EMU-landen met een hogere rente dan wij mogelijk winstperspectief. Schuitemaker: “Naarmate de monetaire unie dichterbij komt, moeten de rentes van Frankrijk en België geleidelijk naar het Duitse en Nederlandse niveau dalen. Dat heeft een opwaartse werking op de obligatiekoersen in die landen, en mogelijk stijgen ook de aandelenkoersen. Ben je dus positief over de kans dat de EMU er komt, dan is het aantrekkelijk om te gaan beleggen op Belgische en Franse beurzen.”

De aankoop van Belgische en Franse effecten moet gebeuren als de rente nog relatief hoog is. Het komt dus aan op juiste timing. De ABN Amro verwacht dat de renteverschillen tussen Nederland en kandidaat-EMU-landen met hogere rentes voorlopig nog blijven bestaan. Wellicht groeien de percentages zelfs pas naar elkaar toe wanneer begin 1998 definitief is welke landen aan de EMU meedoen. Daarna beslist de EMU waarschijnlijk elke twee jaar of er nieuwe landen bij komen. Slimme beleggers kunnen dan opnieuw proberen te profiteren van dalende rentes van aspirant EMU-leden.

Maar ook Nederlandse aandelenbezitters die 'niets doen' hebben mogelijk baat bij de euro, meent Schuitemaker. “Door de EMU ontstaat straks een veel grotere aandelenmarkt waarbinnen geen valutarisico's bestaan. De verwachting is dat kleine beleggers daardoor op grotere schaal in aandelen zullen stappen, wat een positief effect kan hebben op de koersen.” Daarnaast is de EMU gunstig voor de resultaten van bedrijven, verwacht Schuitemaker. “Ze komen voor homogenere markten te staan, ze hoeven geen kosten meer te maken om valuta-risico's af te dekken, en ze kunnen gemakkelijker investeren in andere delen van het EMU-gebied. Ook die factoren kunnen beurskoersen doen stijgen.”

Tenminste, als de EMU er echt komt. Beleggers die daarop, met Franse, Belgische en ecu-beleggingen, verkeerd gokken, zitten straks met valuta-risico's. Vooral de ecu kan, bij een eventueel afblazen van de EMU, uit de gratie raken, want er is geen enkele centrale bank die moeite doet om die munt te steunen.