Vliegen met je oren; Kinderfestival over dromen

Het Al Farabi festival wordt van 1-4 maart in Amsterdam gehouden in verschillende theaters. Het boekje Dat heb ik gedroomd... is voor ƒ 7,50 te koop in alle theaters die meedoen. De festivalkrant ligt in de theaters en kan aangevraagd worden bij Onvlee & Cohen, tel. 020-618 21 78

Er zijn mensen die dromen iedere nacht. Zeggen ze. Anderen dromen nooit. Zeggen ze. Onderzoekers hebben gevonden dat iederéén droomt. Maar niet iedereen onthoudt die dromen, dat is het verschil. Als je ze wel onthoudt zijn ze soms heel eigenaardig, soms ook buitengemeen gewoon. Dan droomde je bijvoorbeeld dat je in de keuken stond en dat je moeder cola inschonk maar je broertje zei: die is voor mij en daar was je vriendin en we gingen buiten spelen. Einde droom. De keuken was bij nader inzien trouwens niet de keuken thuis maar die van oma. En je moeder, was dat haar eigenlijk wel? Ja, want het voelde zo. Nee, want ze zag er niet helemaal zo uit. Zulke dingen. Dromen is een raar goedje, zelfs als het heel gewone dromen zijn.

Dan praten we nog niet eens over bijzondere dromen, waarin je kan vliegen, waarin de poes kan praten, waarin je cadeaus krijgt, in de zeventiende eeuw terecht komt of een vreemd land bezoekt. In dromen kan veel gebeuren. Ook vreselijke, enge dingen.

Ik heb vannacht iets raars gedroomd

en toch was 't een beetje pret.

Het ging over een heel groot paard

dat kroop bij mij in bed.

Ik moest toen heel erg huilen

en m'n mama kwam eraan.

Ze zei: “Wat is er nou gebeurd?

Wat heb je nu gedaan?''

Ik vertelde mijn verhaaltje

en m'n ogen waren nat.

Mijn moeder zei: “Wees maar niet bang

een nachtmerrie is dat.''

Daarna is mamma weggegaan

en moest ik heel hard gapen.

Toen ben ik na een lange tijd

weer heel erg diep gaan slapen.

Dat dichtte Mariska Post (12). Het is een grappige manier om het woord nachtmerrie te gebruiken, zowel letterlijk: een merrie die in de nacht komt, als figuurlijk: een enge droom. Het Al Farabi kinderfestival, dat dit jaar voor de vijfde keer in Amsterdam gehouden wordt, gaat deze keer over dromen. Daarom is aan kinderen gevraagd een gedicht te schrijven over dromen. Alle soorten dromen. Enge en mooie en lieve en dagdromen, dromen van rijkdom en prinsessen en van vriendjes - alles. En daar moest dus een gedicht van gemaakt worden. De beste gedichten zijn door een jury (Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout en Jules Niemel) uitgekozen en die staan nu in een boekje: Dat heb ik gedroomd... heet het.

Goeie gedichten staan er in, bij voorbeeld deze van Mohamed Aghbal (8), met heel slim rijm:

Ik ben een olifant

Ik kan vliegen

met m'n oren

maar de eekhoorn

kon niet horen dat ik viel

'Oren' rijmt misschien op 'eekhoorn' maar zeker op 'horen', dus tot daar schommelt het gedicht lekker stevig door en dan ineens, páts, 'ik viel'. Dat rijmt nergens meer op. Dat is een serieuze klap.

Wat zijn gedichten toch leuk. Wie deze leest krijgt er zelf ook echt zin in, ook in niet rijmende trouwens. Susanne Buijs (11) schreef een gedicht waar je wel even over na kunt denken:

Ik stap op mijn fiets

als een lelijk oud vrouwtje.

Ik kom op school

als een klein bang haasje.

Ik geef de juf een hand

als een gewoon gezellig kind.

Zou ze dat gedroomd hebben? Of droomt ze dat elke ochtend met haar ogen open? Dat is het geheim van haar gedicht.

Op het Al Farabi festival wordt nog veel meer gedroomd. Het is een groot droomfeest met droommuziek en toneel over Hodja in dromenland, en een tentoonsteling met droomspulletjes en je kunt je laten schminken en iemand uit je dromen worden en als je droomt van optreden in de schijnwerpers dan kan dat ook - oh er kan héél veel als we eenmaal beginnen te dromen.