Vertaling

In het CS van 23 februari toont Peter Abelsen zijn onvrede over mijn bespreking van zijn vertaling van de roman De knoflookliederen, door de Chinese schrijver Mo Yan. In mijn stukje zeg ik dat bepaalde verkeerd vertaalde passages ook op de 'gewone' lezer vreemd overkomen. Abelsen betwijfelt dit en achteraf geef ik hem gelijk. Echter, zijn suggestie dat ik het boek niet echt gelezen heb, maar slechts bewust gezocht heb naar 'sinologische ongerijmdheden' is onjuist. Wie een vertaald werk bespreekt, dient aandacht te besteden aan de merites van de vertaling. Na lovende woorden over Mo Yan en diens roman geuit te hebben, moest ik constateren dat Abelsens vertaling, door fouten en dubbelzinnigheden in de Engelse tekst waarop zij gebaseerd is, leidt tot een verlies aan literaire waarde van het origineel.

Abelsen blijkt bij zijn 'begrijpende lezing' van de tekst te zijn uitgegaan van een karikatuur van het Chinese platteland: boeren mogen er niet vloeken en er mogen geen flatgebouwen staan. Onderdeel van de kracht van Mo Yans werk is juist dat hij met dit soort stereotiepen breekt. De registers die zelfs de meest timide boeren bij Mo Yan bezigen, zijn in het Chinees uitgesproken plat en het dorpsbestuur zetelt in grimmige, onheilspellende kazernes. Wie uit het Chinees vertaalt, kan niet kiezen voor woorden als 'barakkenkamp', omdat niets wat er staat ook maar in de buurt komt van die betekenis.

Ik wil het wel met Abelsen eens zijn dat vertalen van taal X naar taal Y via taal Z in principe kan, maar het gaat wel erg ver om plompverloren te beweren dat het niets uitmaakt hoeveel stappen er tussen bron en doel worden genomen. De betere Nederlandse hervertalers beseffen dit en zijn niet te trots of te slordig om problematische passages voor te leggen aan iemand die taal X wel kent. Wie dit niet doet, kan best 'een hele kluif' aan een vertaling hebben gehad, maar is vergeten het bot schoon te likken.