Uitgevers kunnen niet meer om elektronische krant heen

“De vervanging van de krant door elektronische media, daar zijn we voorlopig nog niet aan toe”, zei Fred Kappetijn, directeur elektronische media van PCM Uitgevers, gisteren op een congres van het Cebuco over de krant van de toekomst. 'Voorlopig niet' is al een heel andere teneur dan die van een eerder congres over hetzelfde onderwerp, een jaar geleden georganiseerd door het Bedrijfsfonds voor de Pers. Toen was de gedachte nog dat de krant toch wel zou blijven bestaan. Die had de komst van de radio en de televisie immers ook overleefd.

Het afgelopen jaar is de situatie echter ingrijpend veranderd. Een jaar geleden waren de eerste Nederlandse kranten bezig voorzichtig het Internet te verkennen, nu is elke grote dagbladuitgever met ten minste één titel aanwezig op het net. Het Internet is in elk geval te belangrijk geworden om te negeren.

Tekenend voor wat er de afgelopen twaalf maanden is gebeurd was de voordracht van Roger Fidler, die zich in het laboratorium van het Amerikaanse mega-uitgeversconcern Knight-Ridder heeft beziggehouden met de ontwikkeling van een concept dat hij Tablet noemt: een vlak beeldscherm zonder toetsenbord waarop een krant is te lezen inclusief plaatjes, video en geluid; bladeren gaat door het aanraken van het scherm op bepaalde plaatsen met een pen. De inhoud van om het even welke krant zou op een geheugenkaart kunnen worden geladen, en die geheugenkaarten zouden door elke kiosk kunnen worden opgeladen van een snel computernetwerk. Dat zou de Arizona Republic in Amsterdam even gemakkelijk verkrijgbaar maken als in Phoenix.

Fidler was er een jaar geleden ook, vertoonde toen dezelfde video als nu, en hield in grote lijnen hetzelfde verhaal. Eén verschil: hij is niet meer in dienst van het laboratorium van Knight-Ridder. Hij is zelfstandig consultant geworden. Deze grote dagbladuitgever heeft zijn lab gesloten en besteedt nu al zijn ontwikkelingsgeld aan zijn aanwezigheid op het Internet. De informatiestructuur die Fidler voor zich zag op het Tablet - je tipt een verhaal aan en dan krijg je een uitgebreidere versie, je tikt op een plaatje en je krijgt een animatie of een nieuwsvideo - is door de tijd ingehaald. Het bestaat gewoon allemaal al, op het World Wide Web. Miljoenen mensen gebruiken het elke dag.

Fidler maakte een vrij strikt onderscheid tussen on line media en off line media, die volgens hem beide wel een toekomst hebben. De vraag is echter of zo'n onderscheid zin heeft. Draadloze verbindingen, bijvoorbeeld via mobiele telefoons, zijn al zo gewoon dat je ook op een terrasje een verbinding met een computernetwerk kunt maken, al is het maar om even te controleren of de berichten die in je elektronische krant staan nog niet zijn achterhaald. In het mediakatern van dagblad Trouw werd afgelopen zaterdag een concept beschreven van een on line en draagbare versie van een elektronische krant: een apparaat ter grootte van een mobiele telefoon, dat opengeklapt twee smalle, staande beeldschermen naast elkaar biedt. Op het ene verschijnen dan de koppen en de navigatiemenu's, op het andere de kolommen tekst. Die tekst zou worden binnengehaald met een draadloze verbinding. Het apparaat van Trouw bestaat nog niet, maar is met nu al beschikbare technologie wel te bouwen.

Hans Dona, directeur van de Brabant Pers, demonstreerde op het congres vol trots het nieuwe uiterlijk van het Eindhovens Dagblad op Internet. Het Eindhovens Dagblad is van alle Nederlanse kranten het meest uitgebreid op het net aanwezig, onder meer met een archief van 150.000 artikelen. Uit de dagelijkse krant worden 25 à 30 artikelen geselecteerd voor plaatsing in de Internetversie van de krant.

Toegang tot de Internetkrant van het Eindhovens Dagblad is gratis, evenals het zoeken in het archief. Voor Dona was dat een duidelijke en bewuste keuze: als uitgever zou je op Internet niet aan de inhoud verdienen, maar aan advertenties, aanvullende dienstverlening (zoals op maat gemaakte knipselkranten), en transacties. Zijn strategie is in de eerste plaats verdedigend: “Laat een ander niet met jouw positie weglopen.” De krant moet ook op het Internet zijn sterke punten - de inhoud en het betrouwbare imago - uitventen.

Internet zal de krant niet vervangen, meent Dona, maar er is wel reden tot ongerustheid. De informatiebehoefte van mensen wordt steeds heterogener. Er ontstaan steeds meer publieksgroepen, die steeds moeilijker met één algemeen medium zijn te bedienen.

Tot dan toe waren gisteren alle sprekers met een grote boog om de redactionele inhoud van de krant heengelopen. Pim de Pagter, voorzitter van de Nederlandse Dagblad Pers, had het in zijn inleiding uitvoerig over adverteerders en consumenten. Lezers noemde hij één keer, journalisten kwamen niet aan bod. Net als een jaar geleden op de bijeenkomst van het Bedrijfsfonds leek het alsof de doorbraak van het Internet naar een breed publiek geen journalistieke consequenties zou hebben.

Johan Olde Kalter, hoofdredacteur van De Telegraaf, rekende snel af met die gedachte. Ook de grootste krant van Nederland zit sinds enkele weken op Internet. Waar de Brabant Pers vooral investeerde in de modernste techniek, koos de Telegraaf voor de redactie. Tien redacteuren werden speciaal voor de Internetversie van de krant vrijgemaakt. Ter vergelijking: bij NRC Handelsblad, dat al bijna een jaar op het Internet is te lezen, althans voor een klein deel, bedraagt dat aantal nog steeds nul.

Er zullen steeds meer gespecialiseerde redacteuren komen, stelde Olde Kalter. Door de reislust van mensen neemt de nieuwsgierigheid toe naar de landen waar ze zijn geweest. Redacties zullen groeien, want er komt meer nieuws, er moet meer worden geselecteerd en dat is meer werk. Een grote redactionele staf is dan ook noodzakelijk. Maar de gedachte dat de nieuwe tijden meer journalistiek werk vergen is nog niet tot alle hoofdredacteuren doorgedrongen, laat staan tot directeuren van dagbladondernemingen.