Uitbreiding

Het Stedelijk Museum in Amsterdam wil een nieuwe depotruimte, aldus verschillende berichten in de dagbladen van vorige week. Voor deze ruimte, die het Stedelijk samen met het Amsterdams Historisch Museum wil gaan gebruiken, is 17 miljoen gulden nodig.

Het was een vreemd bericht. Want de wens voor meer depotruimte was juist een van de redenen dat Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum, een meervoudige opdracht uitschreef voor de uitbreiding van Nederlands meest vooraanstaande Museum. In februari 1993 werd het ontwerp van de Amerikaan Robert Venturi uitverkoren, mede omdat zijn plan, anders dan die van de andere gevraagde architecten, binnen het gestelde budget van 30 miljoen gulden bleef. Maar dit laatste bleek tegen te vallen: een gedetailleerde berekening bracht aan het licht dat de bouw van Venturi's uitbreiding niet 30, maar 72 miljoen gulden zou kosten. Zonder veel gemor paste Venturi zijn plan aan: niet de oorspronkelijk gevraagde 17.000 vierkante meter, maar slechts 10.000 vierkante meter groot zou de uitbreiding worden.

Vervolgens werd lange tijd niets meer vernomen van de bouwplannen van het Stedelijk tot een jaar later, in april 1994, de uitbreiding plotseling nog verder geslonken bleek tot nog maar 5.000 vierkante meter en 2.500 vierkante meter tellende renovatie van het oude gebouw. Toen werden ook wat details bekend over de vorm van de inkrimpingen. De monumentale ingang tussen het oude Stedelijk en de nieuwbouw was geheel verdwenen uit het oorspronkelijke plan en de al bestaande Nieuwe Vleugel, een doos uit de jaren zestig, zou blijven bestaan. Tekeningen van Venturi's uiteindelijke uitbreiding werden niet getoond.

Het was nog niet het einde van de moeizame geschiedenis van de uitbreiding van het Stedelijk, dat inmiddels in Rudi Fuchs een nieuwe directeur had gekregen. Plotseling schoof Fuchs in november 1994 de Portugese architect Siza naar voren als architect van de uitbreiding. Als officiële reden werd gegeven dat geen overeenstemming kon worden bereikt over Venturi's contract, maar uit alles bleek dat Fuchs veel liever met zijn eigen keuze, Siza, in zee ging dan met die van zijn voorganger.

Schetsen of tekeningen van Siza's plannen zijn inmiddels nog steeds niet gepubliceerd. Maar wel is dankzij de berichten vorige week één ding duidelijk geworden: in de steeds veranderende nieuwbouwplannen is de depotruimte al lang gesneuveld. Vier jaar duurt de bouwklucht van het Stedelijk nu al en nog steeds moet de eerste paal van de uitbreiding worden geslagen. En wanneer dit eindelijk zal gebeuren, dan is, zo blijkt nu, een van de twee ruimteproblemen van het Stedelijk, die aanleiding waren tot de nieuwbouwplannen, nog steeds niet opgelost. Daarvoor is nog eens 17 miljoen nodig, maar voor dit bedrag plus de oorspronkelijke 30 miljoen had ook heel goed een van Venturi's ontwerpen kunnen worden uitgevoerd.