Twee keer 45 minuten plus verlenging; Bennie Jolink over ideeën als onweersbuien

De rockgroep Normaal zingt al 21 jaar in het Achterhoeks en toch is de band populair in heel Nederland. Tijdens concerten in feesttenten en sporthallen vermaakt het publiek zich met 'h⊘ken'. “Wij maken heel perfect muziek, met weinig missers, al is er geen hond die het merkt.”

Het tapijt is drassig, de lucht verzadigd van bier en zweet. Achtienhonderd paar vuisten beuken omhoog op het ritme van de strijdkreet, een kort maar krachtig: 'h⊘ken!, h⊘ken!'. Halfblote lichamen krioelen door elkaar, wie twee biertjes heeft gekocht drinkt de ene op en gooit de ander over iemand heen. Mijn buurman gaat van puur plezier op de grond liggen, zijn vrienden stapelen zich op hem. In deze sporthal, gevuld met achttienhonderd Normaal-fans, is geen wc, wie moet plassen rent dampend naar buiten en doet het in de sneeuw.

Vanavond begint de Achterhoekse groep Normaal aan een nieuwe tournee, De Veldtocht '96, in de eigen omgeving, de Hamelandhal te Lichtenvoorde. Fans van Normaal, de 'anhangers', blijken op een heel eigen manier van een concert te genieten: ze kijken nauwelijks naar de band, ze ondergaan de muziek als een motor voor uitzinnig gedrag. De oer-rock van Normaal, met de gitaarriffs als van Chuck Berry en het gebroken stemgeluid van zanger Bennie Jolink, daagt uit tot een gemoedelijk duwen en trekken. Want de aanhangers zijn net jonge honden, ze bijten wel maar niet dóor.

Dat het podium ondertussen vol staat met hydraulisch bewegende decorstukken en de belichting uitgekiend van kleur verandert, zal de meesten ontgaan. De liefhebbers zijn te druk met het kapot trekken van het kleed dat de groene gymnastiekvloer moest beschermen tegen stampende klompen. Met stukken tapijt over zich heen bewegen ze zich even later als molshopen door de zaal.

Deze manier van plezier maken heet 'h⊘ken'. H⊘ken is alles wat 'ruig, onbenullig en lekker is, zolang het maar niets te maken heeft met seks of geweld', vertelt Bennie Jolink (1946, Hummelo) een dag eerder in de keuken van Kantoor Normaal. “Het is hossen, bier gooien, over de grond rollen, vreselijk achterlijk doen,” zegt hij. “Maar wel vriendelijk, bij onze optredens gebeurt nooit iets ernstigs. Op zijn hoogst trekken ze elkaars t-shirt stuk.”

In de 21 jaar dat Normaal nu bestaat hebben de leden zich ontwikkeld tot uitstekende muzikanten, zoals te horen is op de deze week verschenen cd Top Of The Bult. Het simpele stramien van een boogie of een langzame blues wordt opgevuld door kundig verweven gitaarsolo's en steeds verfijndere arrangementen met trekzak en blazers. De band streeft tegenwoordig naar 'perfectie', zegt Jolink, en zijn grootste onzekerheid vóór een optreden is dan ook dat er fouten gemaakt worden. “Er kan van alles misgaan, de techniek begeeft het, of een muzikant wordt geraakt door rondvliegende projectielen, waardoor hij van de wijs raakt.”

Maar zou het publiek zich storen aan zo'n vergissing? “Nee natuurlijk niet, daar gaat het ook niet om. Ik vind het juist hardstikke mooi dat het publiek er een gigantische bende van maakt terwijl wij ons best doen om foutloos te spelen. In twintig jaar word je ongewild steeds professioneler en als er iets mis gaat irriteert dat. Dus maken wij heel perfect muziek, met weinig missers, al is er geen hond die het merkt.”

Boerenland

Ieder jaar treedt Normaal binnen acht maanden 120 keer op, in feesttenten en sporthallen door het hele land ('het hele platteland'). De groep is vooral geliefd bij boeren. “Ik kom zelf niet uit een boerengezin,” zegt Jolink. “Maar mijn andere familieleden zijn allemaal boeren, ik woon op het boerenland en ik zing over boeren.” Buiten de Achterhoek is Normaal nog populairder dan thuis, waar ze tot het 'establishment' gerekend wordt, aldus Jolink. Van Drente tot Zeeland, en van West-Friesland tot Limburg komen jaarlijks tienduizenden h⊘kers op de been. Ze dragen allemaal hun eigen afdelings-shirt, zo bleek in Lichtenvoorde. 'H⊘kers uit Zwolle' of 'H⊘kers-team Beilen' was er op ruggen en buiken te lezen.

Het hoofdkwartier van de band, Kantoor Normaal is te vinden op het industrieterrein van Zelhem, een dorp in de buurt van Doetinchem. Daar bevinden zich in één gebouw een oefenruimte, boekingskantoor, opslag van decorstukken en een garage voor de trucks. In deze goed georganiseerde omgeving loopt Jolink, in zwarte kleren en op groene cowboylaarzen, rond alsof hij zich nog steeds verbaast over de verworvenheden van zijn band. Hij wijst naar de merchandise, eindeloze stapels t-shirts met Normaal-logo's en een muurtje van wit kartonnen doosjes: “Dat zijn glazen met onze gezichten erop, daar hebben we waarschijnlijk toch iets te veel van besteld.”

Normaal was twintig jaar geleden de eerste Nederlandse rock 'n' roll-band die zich uitdrukte in dialect. In navolging van Peter Koelewijn, die eind jaren vijftig voor het eerst Nederlandstalige teksten met rock 'n' roll combineerde, bewees Normaal dat ook het Achterhoeks voor meer geschikt is dan voor cabaret. In 1977 haalde de groep de tweede plaats van de hitparade met hun single Oerend Hard. Nu, twintig jaar later, is er een kleine hausse aan de gang van groepen die in hun streektaal zingen. In de Achterhoek is door voormalige Normaal-leden Boh Foi Toch opgericht (die via de SRV-man en kleine dorpswinkeltjes meer dan 60.000 exemplaren verkocht van een in eigen beheer uitgebrachte cd), in Limburg bestaat sinds enige jaren Rowwen Hèze, in Drente Skik en in Friesland Reboelje.

“Al die bands moeten de tegenzin van het publiek overwinnen, want zeker buiten de eigen streek houdt men niet van dialect. Jack Poels, de zanger van Rowwen Hèze heeft tegen me gezegd: 'Als het Normaal niet was gelukt om door die weerzin heen te breken dan was het ons ook nooit gelukt'.” Jolink ging in dialect schrijven toen hij na een jaar in Amsterdam weer terug was in zijn geboorteplaats Hummelo. Hij was met ruzie weggegaan van de lerarenopleiding, die hij na het afronden van de kunstacademie in Enschede, was gaan volgen. De woede moest hij van zich afschrijven. “Achterhoeks was de taal waarin ik mijn frustraties het best kon uiten.”

Dialecten zijn altijd een hobby van Jolink geweest. “Ik kan ze allemaal verstaan, van Gronings tot Limburgs. En ik vind het leuk om te zoeken naar een bijzondere manier om iets te zeggen. Elk dorp heeft zijn eigen spitse uitdrukkingen, die op mij vernuftig overkomen maar die de mensen zonder nadenken zeggen omdat het voor hen de gangbare zegswijze is. Dat zijn juweeltjes.”

'De remmen los en 't dr⊘htjen strak/ dan vuul ik mien pas op mien gemak/ ik bun wegpiraat al ri-j ik niet/ 't is zo gebeurd veur da-j ien ziet', zingt Jolink in de H⊘ken Boogie op de nieuwste plaat. “Daar zit zo'n uitdrukking in die ik mooi vind, 'met 't dr⊘htjen strak' dat slaat op het gaskabeltje aan de handvaten van een motor.”

Het Achterhoeks verschilt volgens Jolink niet sterk van het Nederlands. Alleen de uitspraak is anders, de 'ronde' klanken worden samengeknepen tot 'eu' of 'ie'. “Iets specifieks is wel dat het Achterhoeks ongeveer 150 verschillende termen heeft voor 'voortbewegen': lopen, stiefelen, gijselen, en ook 'h⊘ken'. 'H⊘ken' is een ruige manier van rijden: je zegt bijvoorbeeld 'hij kwam er op die fiets toch anh⊘ken' of 'hij h⊘kte zijn auto de bocht door'. Iemand zei ooit dat wij 'echte h⊘kmuziek' maakte en daar is onze geuzenterm uit ontstaan.”

Cross

In de liedjes van Normaal komen allerlei equivalenten voor van 'h⊘ken', zoals 'brekken', 'daldeejen', 'ketsen' en 'ballejateren'. “Allemaal woorden voor ongeveer hetzelfde.” De teksten schrijft Jolink sinds begin jaren tachtig meestal samen met zijn buurman Bennie Migchelbrink, die zelf niet in de band zit. “Bennie was vroeger zo'n jongen die dronken op tafel sprong en dan zei 'roept u maar'. Dan zei iemand bijvoorbeeld 'De Kut' en dan zong hij 'Er is een lichaamsdeeltje, dat noemt men wel..', enzo verder. Ik nodigde hem eens uit om thuis samen wat te schrijven en de eerste keer was het gelijk raak met 'Mama Waar Is Mien Pils', een Top 10-hit. Tegenwoordig komt hij bij me, dan drinken we samen een goed glas port of cognac, roken een sigaar en leveren zo per avond in ieder geval éen liedje.

“Tijdens het schrijven denk je nergens aan, of het een ballad moet worden of iets anders. Ideeën zijn als onweersbuien; het kan drie maanden droog zijn en dan ineens komen er heel veel achter elkaar.”

Bennie Jolink raakte pas in muziek geïnteresseerd toen hij halverwege de twintig was. In het hervormde gezin Jolink stond vroeger alleen een harmonium om kerkelijke liederen op te spelen. Bennie's helden waren sportlieden, geen popsterren. “Mijn eerste idool was motorcrosser Jan Klink, 'Het Atoomkanon van Helmond', die was woester dan iedereen. Ik was helemaal gek van hem. Hij reed op een grote BSA en sprong verder dan wie ook, met zo'n gemeenkijkende kop onder die helm. Ooh, ik kon niet slapen als ik naar de cross was geweest.

“Die hartstocht heb ik later nooit voor popsterren gevoeld. Jan Klink kon iets machtigs met zo'n machine, dat kan een zanger toch niet. Zo'n opgeblazen ego dat met zijn heupen staat te draaien om de meisjes aan het gillen te krijgen. Dat stelt toch niets voor, dat kan iedereen. Ik kan het zelfs.

“Sommige zangers waardeer ik, zeker, zoals Joe Cocker en John Lennon. Maar wat ik voor hen voel, dat kan niet in de schaduw staan bij wat ik voel voor Yvonne van Gennip of Ellen van Langen. Die mensen hebben er zoveel voor moeten doen, zo hard moeten vechten. Ik vind Tina Turner ook fantastisch, die zag ik vroeger eens optreden met de Ikettes. De Ikettes sprongen een meter hoog, maar toen kwam Tina zelf en zij sprong nog óver de Ikettes heen.

“Fysieke kracht door training en mentale disciple, die bewonder ik. Bij popsterren komt het allemaal maar aangewaaid.”

Hoe fysiek is muziek spelen voor Jolink zelf?

“Ik vat een optreden op zoals een voetballer een Europa Cup-wedstrijd; het is twee keer 45 minuten plus verlenging, en je geeft je helemaal. Als ik na afloop niet uitgeput ben, dan was het niet goed. Bij ons jubileumconcert vorig jaar, toen we twintig jaar bestonden, heb ik zelfs de eindstreep niet gehaald. Ik moest voortijdig op een brancard worden afgevoerd. Ademgebrek.”

Nu Jolink bijna vijftig is, vindt hij deze manier van optreden met drie à vier concerten per week, te zwaar. De Veldtocht '96 is dan ook de laatste tournee die op deze manier gehouden wordt. Na het laatste concert, in oktober, gaat Jolink zich bezinnen op de toekomst van Normaal. “We zullen wel blijven optreden hoor, alleen minder. Het 'h⊘ken' kun je niet zomaar opheffen.”

De volgende avond in de Hamelandhal, bij het eerste optreden van de groep sinds maanden, gedragen de fans zich alsof ze behalve van Normaal al die tijd ook van ieder ander genotsmiddel onthouden zijn. Jolink schiet met draadloze microfoon over het podium, heft zijn vuist naar de zaal en drinkt tussen de nummers door uit een bierflesje dat voor de gelegenheid is gevuld met sportdrank. Hij draagt een oranje satijnen broek, een zwart overhemd en een stropdas van koeienhuid.

Dan posteert hij zich, gemeen kijkend van onder zijn zwarte cowboyhoed, midden op het podium. De benen staan een eindje uit elkaar en de knieën zijn gebogen - er zou zo een BSA onder passen.

Normaal: Top Of The Bult. Mercury (532102). Normaal is te zien 2 mrt Dancing Café Dollenburg, Goorn; 7 mrt Burgerweershuis, Deventer; 9 mrt De Bonte Wever, Slagharen; 15 mrt I.T.C. Terrein, Boskoop; 16 mrt Hal Buddinghof, Ruinerwold; 22 mrt Feesttent, Nieuweroord; 23 mrt Sporthal, Surhuisterveen, 30 mrt Feesttent, Wintelre.