Teylers blijft tijdmachine, ook met vleugel erbij

HAARLEM, 1 MAART. Koningin Beatrix heeft vandaag de nieuwe vleugel van Teylers Museum in Haarlem geopend. Ze tekende het gastenboek waarin ook haar groot- en overgrootmoeder en keizer Napoleon hun handtekening zetten. De nieuwbouw, een ontwerp van architect Hubert Jan Henket, is de vijfde uitbreiding van het museum sinds de oplevering van de Ovale Zaal in 1784. Daarmee is Teylers Museum, opgericht uit de nalatenschap van de textielfabrikant Pieter Teyler van der Hulst, het oudste museum van Nederland. Henkets lichte, door het vele glas hier en daar haast doorzichtige vleugel biedt ruimte aan een zaal voor tijdelijke tentoonstellingen, een Educatief Paviljoen, een kleine kamer voor het exposeren van boeken uit de beroemde natuurwetenschappelijke bibliotheek van het museum en een ruim café met uitzicht op de binnentuin in Engelse landschapsstijl. De tuin is wegens de strenge winter nu nog niet ingericht, alleen een beuk en een kastanje staan er zichtbaar oud te wezen, al zijn ze met hun honderdvijftig jaar nog steeds jonger dan het museum.

De opening van de nieuwbouw wordt gevierd met drie tentoonstellingen, waarvan een niet uit eigen bezit. In de zaal voor wisselexposities - de enige zonder ramen - zijn 52 schilderijen te zien van de Italiaan Giorgio Morandi (1890-1964), voor een groot deel afkomstig van particuliere verzamelaars. Het werk van Morandi is nog niet vaak in Nederland geëxposeerd, ook al toonde de Kunsthal in Rotterdam deze zomer een keuze uit zijn aquarellen. Morandi schildert doosjes, flesjes en andere nietige voorwerpen, in kleuren die bijna geen kleuren zijn. Het raadsel van de grootsheid die Morandi's nederige materiaal tot gevolg heeft, wordt meestal op het conto van de schilderkunst geschreven - het onderwerp zou er niets toe doen. Maar een foto en een paar voorwerpen uit zijn atelier in een vitrine tonen aan dat dit niet helemaal waar kan zijn. Het groepje voorwerpen is in het gefilterde daglicht in deze zaal haast net zo geheimzinnig en voldongen als op een schilderij. Morandi besteedde vaak meer tijd aan het rangschikken van zijn voorwerpen, die hij bovendien een laagje verf bedekte, dan aan het schilderen zelf. Misschien staat er in zijn bewaard gebleven atelier in Bologna nog wel ergens een niet geschilderde Morandi, een halffabrikaat dat nooit meer die staat van elegante tijdloosheid kan bereiken die het werk van Morandi zo weemoedig maakt. Volgens E. Ebbinge, directeur van het museum, is onder meer voor een expositie van Morandi gekozen omdat zijn werk goed past in de architectuur van de nieuwe vleugel. Beide vallen op door “heldere, edele eenvoud, die tegelijkertijd klassiek en eigentijds weet te zijn”, schrijft hij in de catalogus. In mei komt hier een tentoonstelling over Tom Poes en Heer Bommel.

De twee tentoonstellingen uit eigen bezit vormen een goede verwijzing naar de twee pijlers van het museum, dat in opdracht van Pieter Teyler nog steeds zowel de wetenschap als de kunst wil bevorderen. In de verbouwde Aquarellenzaal hangen tekeningen uit de wereldberoemde verzameling Italiaanse meesters die het museum in 1790 aankocht, waaronder een meisjeskopje van Annibale Caracci dat pas onlangs aan deze schilder is toegeschreven. In het boekenkabinet zijn geïllustreerde boeken over en fossielen van kwastvinnige vissen te zien, de voorouder van alle gewervelde dieren; de kwastvinnen werden in de loop van miljoenen jaren de benen waar wij op lopen. Het is niet te zeggen wat mooier is: de schubben van de Libys superbus die zich 140 miljoen jaar geleden in de kalksteen van Solnhofen hebben gevleid of de ribben van het mannelijk naakt dat Michelangelo in 1511 met rood krijt op een stukje papier zette. Kunst en wetenschap bevruchten elkaar in deze omgeving. Zelfs Morandi doet mee; zijn bedeesde kleuren echoën het beige, het roze en de honderd variaties zand van de fossielen.

Wie Teylers Museum aan het Spaarne binnengaat, vermoedt lang niets van de veranderingen die het museum ruim eenderde groter maken. De potsierlijk pompeuze gevel uit 1870 is hetzelfde gebleven, evenals de fossielenzalen en de ovale zaal waar de wetenschappelijke instrumenten en gesteenten zijn ondergebracht. De twee schilderijenzalen zijn zelfs weer in hun oorspronkelijke staat teruggebracht: de schilderijen van Schotel en Pieneman hangen weer net zo dicht bij elkaar als op een foto uit de negentiende eeuw.

Het is de grootste verdienste van architect Henket, die eerder de nieuwe vleugel van Museum Boymans-Van Beuningen ontwierp en het Singer Museum in Laren verbouwde, dat alles bij het oude is gebleven. Zelfs het daglicht in de oude zalen wilde hij niet beïnvloeden. Daarom is de zaal voor wisselexposities niet tegen het oude gebouw aangezet. Oud- en nieuwbouw zijn door twee glazen gangen met elkaar verbonden. Ook vanuit de Ovale Zaal is de nieuwbouw te zien - maar alleen als de deur opengaat. “Teylers Museum is een tijdmachine”, zei Henket een dag voor de opening. “Er is nooit iemand aangekomen, en dat is het bijzondere van dit museum. Ik kon er wel iets bijzetten, een toevoeging die duidelijk uit het eind van de twintigste eeuw stamt.” Dit nieuwe onderdeel van de tijdmachine is lichtvoetiger dan de fraaie maar ernstige delen uit de achttiende en negentiende eeuw. De constructie van het gebouw is niet verdoezeld; de palen en balken dragen zichtbaar het dak. Door de zorgvuldige afwerking en het beheerste kleurgebruik - grijs metaal, blank en donker hout - gaat de negentiende eeuw toch niet al te abrupt in de twintigste over.

De nieuwe vleugel heeft ook een van de functies van het oude gebouw overgenomen. In een zaal op de eerste verdieping zullen straks weer demonstraties worden gegeven met natuurwetenschappelijke instrumenten. Voor dat doel werd de Ovale Zaal onder meer opgericht, maar toen de instrumenten zelf museale waarde kregen kon men er alleen nog naar kijken. Nu zullen er weer demonstraties gegeven worden. “Onderwijzers kunnen in het Educatief Paviljoen hun lessen voortzetten en kinderen proefjes laten doen”, vertelt hoofd presentaties Bert Sliggers. “In het weekeinde kunnen jonge verzamelaars hier leren determineren en classificeren, of kleine dieren leren opzetten. Er is ook een schaduwcollectie, met fossielen, stenen, haaietanden en zo meer. Die mogen de kinderen aanraken. Dat mag in het gewone museum niet.”

Als de gemeente Haarlem er voor zorgt dat de richtingaanwijzers in de stad ook echt in de richting van Teylers Museum wijzen, kan straks iedereen zijn weg vinden naar het museum dat nog steeds het beschaafdste en het leukste van Nederland is.

Teylers Museum, Spaarne 16, Haarlem. Di t/m za 10-17u, zo 12-17u. Op 2 en 3 maart is het museum gratis toegankelijk. Giorgio Morandi t/m 12 mei, Italiaanse tekeningen t/m 2 juni, Vissen van Solnhofen t/m 25 mei. Publikatie: Hoogtepunten uit Teylers Museum: ƒ 25,-. Cat Morandi: ƒ 39,90. Op 9 maart is er een Morandi-symposium. Teylers Museum heeft een site op Internet: http://www.nedpunt.nl/ teylersmuseum.