Stakingsleider Blondel dwingt bond op knieën

PARIJS, 1 MAART. Hij wordt De Generaal genoemd, maar Al Capone lijkt soms meer geëigend. Marc Blondel, een van de stakingsleiders van november en december 1995, heeft deze week het congres van Force Ouvrière, Frankrijks derde vakcentrale (achter CFDT en CGT), met 78,8 procent van de stemmen achter zich gekregen.

De oppositie tegen de havana's consumerende leider was dit jaar voor het eerst taai, rustig en zeker van haar zaak. Jacques Mairé, voorman van de Parijse afdeling van FO, hoopte dit keer op 30 procent van de stemmen. Hij richtte zijn pijlen op de trotskistische elementen in de vooral bij ambtenaren sterke beweging. Het heeft na weken bittere strijd niet meer dan 21,2 procent opgeleverd.

De voornaamste functie van de kritiek op Blondels visie en methodes is geweest dat de aangevallen generaal zich genoopt heeft gezien zijn ware gezicht te tonen. De perfecte apparaatspoliticus heeft het gewonnen, de man die niet schuwt zijn 'medestanders' een voor een op loyaliteit aan te spreken en alle complottheorieën van de wereld hanteert.

Blondel heeft ook de geschiedenis herschreven van die weken waarin Frankrijk verlamd en de regering verbijsterd toekeken. FO blijkt van A tot Z de eerste viool te hebben gespeeld. De vroege, hoogst symbolische handdruk met de CGT-leider Viannet, blijkt maar een bagatel te zijn geweest. Terwijl in die eerste stakingsdagen het initiatief dermate bij de voormalige communisten lag - FO splitste zich in 1947 van de CGT af - dat Blondel moest aanhaken.

Toen de machtsvraag was beklonken, was er gisteren nog even tijd voor vragen. Over het vervolg op de stakingen, over hoe de tekorten in de gezondheidszorg moeten worden betaald, waar de groei vandaan moet komen. Toen bleek opnieuw: een groot tacticus is nog geen strateeg. Op het volgende congres, in 1999 is Blondel 60. De verslagen Jacques Mairé: “Ik hoop dat er dan jongere en betere kandidaten zijn dan hij en ik.”