Snel! Vlugzout!; Het mechanisme van misverstanden in kluchten

Bij het RO-theater in Rotterdam worden vanaf volgende week drie kluchten gespeeld. De serie begint met De tante van Charlie, een klucht die al meer dan honderd jaar volle zalen trekt. “Iemand niet laten uitspreken schept de vereiste misverstanden en het leugentje om bestwil maakt alles alleen maar erger. En deuren, veel deuren op precies aangegeven plaatsen. Deuren zijn essentieel.”

'Three of a kind' in het RO-theater in Rotterdam: 'De tante van Charlie' 6 t/m 16/3, 'De man die kwam dineren' 3 t/m 13/4, 'Arsenicum en oude kant' 1 t/m 11/5.

Jack en Charles bevinden zich in een netelig parket - en dat komt goed uit, want netelige parketten zijn onmisbaar in een klucht. Op hun studentenkamer te Oxford hebben ze twee betoverende jongedames uitgenodigd voor de lunch, in de hoop hen ten huwelijk te vragen. Maar het spreekt vanzelf dat Kitty en Amy de invitatie pas hebben aangenomen toen ze hoorden dat daarbij ook de tante van Charles aanwezig zal zijn. Het zou voor nette meisjes immers onbetamelijk zijn zomaar, zonder chaperonne, bij jongeheren op bezoek te gaan. Het probleem is echter dat tante haar komst plots per telegram heeft uitgesteld. Hoe kunnen Jack en Charles nu in vredesnaam voorkomen dat Kitty en Amy alsnog toestemmen in de lunch?

Charley's Aunt ging op 21 december 1892 in het Royalty Theatre in Londen in première en bleef daar vier jaar achtereen publiek trekken. Niet alleen had auteur Brandon Thomas een herkenbaar beeld geschetst van de mores van zijn tijd, maar bovenal was hij erin geslaagd een uitgangspositie te vinden voor veel hilarische situaties. Want hoe redden Jack en Charles zich eruit? Door een briljante ingeving: hun studievriend, de jeugdige lord Henry Francourt Babberley, is toevallig een toneelstukje aan het repeteren waarin hij is uitgedost als een oude dame - en hij wordt haastig overgehaald de tante te spelen.

Zo wordt lord Henry een oertype uit de klucht: de man in vrouwenkleren, die af en toe per ongeluk uit zijn rol valt en toch door de andere personages niet als zodanig wordt herkend. Sterker nog - terwijl hij de kans benut als lieve tante aaitjes en kusjes van de twee kittige jongedames te oogsten, moet hij alle zeilen bij zetten om zich de voogd van de meisjes van het lijf te houden. Deze barse man van middelbare leeftijd valt namelijk als een blok voor de tante van Charles. Hoe moet dat aflopen? En wat zijn de gevolgen als ook de echte tante van Charles nog ten tonele verschijnt?

In de - overigens schaarse - literatuur over de klucht blijft Charley's Aunt nooit onvermeld. Geen wonder ook, dat dit het stuk is waarmee het RO-theater volgende week een reeks van drie kluchtprodukties in de regie van Koos Terpstra begint. Het is in veel opzichten exemplarisch. Thomas stelt het mechanisme van de misverstanden snel en efficiënt in werking. In een paar woorden maakt hij ieders drijfveren duidelijk, waarna de eerste paniek ontstaat doordat iemand de butler niet laat uitpraten. Als de man meteen de kans had gehad te zeggen dat er een telegram van tante was, had men de situatie in alle rust kunnen oplossen. Maar nee. Overhaast moet er een leugentje om bestwil worden verzonnen (de verkleedpartij van lord Henry) en vervolgens is de zaak niet meer te houden.

Dat zijn twee beproefde middelen: iemand niet laten uitspreken schept de vereiste misverstanden en het leugentje om bestwil zet een keten van reacties in gang die alles alleen maar erger maken. En zo hoort het ook; als iedereen de moeite nam goed naar de anderen te luisteren en elkaar meteen de waarheid zou zeggen, was er geen klucht. Maar niemand luistert en niemand durft de waarheid te zeggen; er moeten uit alle macht figuren worden gered en façades worden opgehouden. Tot het moment waarop de kluwen van misverstanden en leugens zo onontwarbaar is geworden, dat alleen het vlugzout nog soulaas biedt. Misschien is dat ook de reden waarom de klucht sinds het Victoriaanse tijdperk juist in Engeland zo goed gedijt.

Al vijf maanden na de Londense première, op 8 mei 1893, werd De tante van Charlie in Nederland gepresenteerd door de heren Kreukniet & Poolman, directeuren van de Salon des Variétés in Amsterdam. Zelf speelde de populaire Henri Poolman de hoofdrol, “in zwart satijnen japon met wit kanten fichu en muts met paarsche linten”, en hij deed dat blijkens een recensie in het weekblad Asmodée “zoo onwederstaanbaar komisch” dat het publiek “van den eenen lach in den anderen gesmeten wordt zonder tijd te hebben op adem te komen”. Weliswaar was hier volgens de recensent van het Nieuws van de Dag sprake van “de zotste en primitiefste vergissingen en de kinderlijkste grappen”, maar dat mocht niet hinderen. Maandenlang daverde het in de Salon, waar nog maar kort geleden elektrisch licht was geïnstalleerd, van de lachorkanen.

Kassucces

Het stuk hield dan ook langdurig repertoire en deed herhaaldelijk dienst als gegarandeerd kassucces voor gezelschappen met financiële nood - en dat waren er veel, in die subsidieloze tijd. Alleen de vooraanstaande J.B. Schuil van het Haarlems Dagblad was er al in 1914 een beetje op uitgekeken: “Om zoo'n stuk (-) te genieten, moet je eigenlijk òf heel jong zijn, òf zeer weinig hebben gezien en ik merkte gisteren heel duidelijk, dat ik aan deze twee voorwaarden niet meer voldoe.” Maar ook nadien blijkt uit de kritieken dat het keer op keer raak was. “De lach giert door de zaal,” meldde De Tijd in 1932. “De dwaze capriolen van den als oude dame verkleeden student, en zijn avonturen, in die gedaante, met grijze aanbidders en met de blozende aangebedenen zijner vrienden, ontketenden een lange reeks nadrukkelijke lachsalvo's,” schreef het Algemeen Handelsblad in 1939.

Ook na de oorlog is De tante van Charlie nog menigmaal gespeeld. Tot in 1973 zelfs, toen Luc Lutz de titelrol speelde in een tv-produktie voor de VARA. Al uit de beschrijving van het decor op de eerste pagina van het script, in een vertaling van de actrice Joekie Broedelet, blijkt dat de klok hier honderd jaar terug werd gedraaid: een buffet waarin vier flessen champagne en een fles wijn, bovenop een koperen blad met drie tumblers, een chiffon en een karaf whisky, boven het buffet een foto van een roeiteam en een paar roeispanen, een zitbank waarop vier kussens en een tijdschrift, twee eetkamerstoelen met een witte sjaal over één ervan, een gipsen beeld met zwierig gedrapeerde studententoga en vierkante baret, een eettafel met asbak, boeken en een lege vaas, een kleine piano met muziekboeken erop, een ovalen spiegel met foto's van actrices erin gestoken, twee fauteuils met witte sweater over één ervan, een schrijfbureau met schrijfpapier, enveloppen, een prullenmand, een sigarettendoosje, inktstel, pennen en vloeibladen, een sigarendoos en een rood Turks vloerkleed.

En deuren, veel deuren op precies aangegeven plaatsen. De klucht is, anders dan het blijspel, geen botsing van karakters - hoe luchtig ook - maar een meedogenloos doordraaiende trits van gebeurtenissen. Deuren zijn daarbij essentieel. Men kan erdoor op ongelegen momenten ten tonele verschijnen, men kan zich erachter verstoppen en men kan erachter worden weggewerkt. Wie zich achter een deur bevindt, neemt geen deel aan de handeling en weet ook niet wat er zich intussen op het toneel afspeelt. Wij, in de zaal, wel. Dat maakt ons, net als bij Hitchcock, beter geïnformeerd dan de figuren in het stuk. Wij voorzien, sneller dan de spelers, hoe mis het kan gaan als iemand te vroeg of te laat opkomt of afgaat door een deur.

Zolang we tenminste in de handeling kunnen geloven. Als de acteurs alleen maar gek doen, interesseert die ons niet. Geen voorstelling is zo rampzalig als een klucht waarin kluchtig wordt gespeeld. Voor de acteurs is het de kunst nog nèt geloofwaardig te blijven. Dat is lastig; de personages in een klucht vertonen weliswaar menselijke trekken, maar hun psyche wordt niet noemenswaardig door die gebeurtenissen beïnvloed. Ze blijven wie ze zijn, ze moeten alleen uit de nesten zien te komen. Hooguit is de kwaaie pier uit het begin soms aan het slot een goeierik geworden, maar zo'n metamorfose voltrekt zich nooit geleidelijk en onder invloed van argumenten - altijd à bout portant, terwille van de goede afloop.

“De klucht kan het best worden omschreven als a travesty on human misfortunes,” schreef de in dit genre gespecialiseerde acteur Tom Walls in 1930 in het boekje Excursions in farce. De dubbele betekenis (travesty betekent hier 'karikatuur') is onopzettelijk, maar het kan geen toeval zijn dat juist de travestie, als de opperste vorm van verstoppertje spelen, zo'n belangrijke rol speelt in de klucht. Heel wat kluchtfiguren hebben zich vanwege het koddige effect in dameskleren gehuld - en toch had geen van hen daar méér succes mee dan lord Henry Francourt Babberley. Het schrijven van een klucht vergt nu eenmaal meer dan het loutere invullen van de essentiële ingrediënten. Dat heeft ook Brandon Thomas gemerkt: van de twaalf kluchten die hij schreef, heeft alleen De tante van Charlie hem overleefd.