Rijk gaf afkoopsom aan 14 topambtenaren

DEN HAAG, 1 MAART. Veertien topambtenaren van verschillende departementen hebben de afgelopen vijf jaar na ontslag een afkoopsom gekregen. Dit blijkt uit antwoorden van minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) op vragen van het Kamerlid Marijnissen (SP). Hij stelde die vragen naar aanleiding van de affaire-Van Randwijck. De Amsterdamse procureur-generaal kreeg eind vorig jaar bij zijn vertrek van minister Sorgdrager (Justitie) een afkoopsom van een half miljoen gulden en zeven jaarsalarissen.

Over de hoogte van de regelingen van de veertien topambtenaren laat minister Dijkstal zich niet uit. Hij schrijft dat vergeleken met de wachtgeldregeling voor ambtenaren “veelal” een “iets hoger uitkeringspercentage” is meegegeven.

Dijkstal zal er bij zijn collega's in de ministerraad op aandringen bij dergelijke ontslagzaken de hulp van de landsadvocaat in te roepen. Sorgdrager had dat niet gedaan. “De betreffende ambtenaren laten zich veelal bijstaan door gespecialiseerde juristen”, aldus Dijkstal. “Het is dan ook wenselijk dat afzonderlijk bewindslieden zich ter zake laten bijstaan door deskundigen.”

Tot 1987 waren ministers verplicht ontslagprocedures van hogere ambtenaren te melden bij de minister-president. Voor een herinvoering van die plicht voelt Dijkstal niets. Dat zou in strijd zijn met de verantwoordelijkheid van de individuele ministers, aldus Dijkstal. Wel biedt hij het ministerie van Binnenlandse Zaken aan als vrijwillig “meld- en contactpunt” vooraf. Binnenlandse Zaken zou ministers bij gevoelige ontslagprocedures kunnen adviseren.

De suggestie van Marijnissen om bindende richtlijnen op te stellen wijst Dijkstal af. Hij acht dergelijke richtlijnen “contra-produktief”. “Het gaat immers om uitzonderlijke gevallen, waarin gelet op de specifieke omstandigheden van het geval beoordeeld moet worden welke uitkeringsregeling redelijk is”, schrijft Dijkstal. Bovendien bestaat in zijn ogen het gevaar dat vaste regels verworden tot een bodem waar tijdens onderhandelingen alleen maar “plussen” bovenop kunnen komen.