Rembrandt-kopie misschien toch van de meester zelf; Graveren zoals Rembrandt

Tentoonstelling: Rembrandt & Van Vliet. Een samenwerking in koper. T/m 5 mei. Museum het Rembrandthuis. Jodenbreestraat 4-6, Amsterdam. Ma t/m za 10-17u, zo 13-17u. Catalogus ƒ 47,50. Informatie over lezingen en fotowedstrijd: 020-6249486/6384668.

Is het schilderij De doop van de kamerling een kopie naar een werk van Rembrandt dat verloren is gegaan, of is het misschien toch een èchte Rembrandt? Vanaf volgende week is dit schilderij te zien op de tentoonstelling Rembrandt & Van Vliet in het Rembrandthuis in Amsterdam. Onlangs is een ander werk op deze expositie, een portret van een oude man met baard en muts uit circa 1630, weer aan Rembrandt toegeschreven. Het Rembrandt Research Project (RRP) dat het oeuvre van Rembrandt op echtheid onderzoekt, velde in 1982 een negatief oordeel over dit paneeltje van de oude man uit de collectie Bader. In dezelfde publicatie van het RRP uit 1982 wordt De doop van de kamerling (115 x 90 cm) beschreven als een zeventiende-eeuwse kopie. Deze Rembrandt-kopie werd ongeveer vijf jaar geleden in Londen aangekocht door een Nederlandse verzamelaar. Nieuw onderzoek van het RRP moet uitwijzen of het toch een Rembrandt is.

De expositie Rembrandt & Van Vliet werpt nieuw licht op de samenwerking van Rembrandt en de Leidse graficus Johannes Gillisz. van Vliet. In opdracht van Rembrandt maakte Van Vliet tussen 1631 en 1636 twaalf etsen naar zijn schilderijen, waaronder bovengenoemd portret van de oude man en De doop van de kamerling. Deze produktie zegt veel over de ambities van de jeugdige Rembrandt. In navolging van de succesvolle Antwerpse schilder-diplomaat Peter Paul Rubens (1577-1640), die zijn schilderijen ook in prenten liet kopiëren, wilde Rembrandt door deze prenten internationale bekendheid krijgen.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat in het begin vaak dezelfde watermerken voorkomen in het papier dat Rembrandt en Van Vliet gebruikten. Waarschijnlijk stonden zij in 1631 samen in een Leids atelier aan de etspers. Daarna verhuisde Rembrandt definitief naar Amsterdam. Van Vliet bleef in Leiden wonen, maar dit betekende niet het einde van hun contacten - ook al duurde de tocht per trekschuit van Leiden naar Amsterdam toen ongeveer een halve dag.

Van Vliet maakte vrij getrouwe kopieën, zo blijkt uit een vergelijking van de etsen met het oorspronkelijke schilderij. Op de tentoonstelling hangt behalve het paneel uit de collectie Bader, ook een ander portret van een oude man met bontmuts uit 1630. Van de twaalf werken van Rembrandt die Van Vliet als voorbeeld dienden, is een aantal verloren gegaan. De etsen hebben daarom ook een bijzondere documentaire waarde.

Tegenwoordig geldt het persoonlijke handschrift van een kunstenaar als onaantastbaar; elke ingreep staat gelijk aan de vernietiging van een uniek kunstwerk. In onze ogen is het, zacht gezegd, opmerkelijk dat Rembrandt Van Vliet toestond een serie kleine tronies of karakterkoppen te 'voltooien' die hij zelf even snel op een etsplaat had getekend. Naast deze 'bewerkingen' van Van Vliet hangen ook enkele eerste drukken van Rembrandt zelf. Het is overduidelijk dat Van Vliet weliswaar een gedegen vakman was, maar beslist geen virtuoze kunstenaar zoals Rembrandt. Zijn lijnvoering is veel stijver en minder gevarieerd.

Anders dan bij de etsen naar schilderijen waarop staat dat Rembrandt de inventor was en Van Vliet de uitvoerder (fecit), dragen deze bewerkingen vaak alleen Rembrandts signatuur. Ondanks het evidente kwaliteitsverschil bestond er toch lange tijd verwarring over de juiste toeschrijving van deze tronies. Ook de grote ets Christus voor Pilatus uit 1636 stelde wetenschappers voor problemen. Op de expositie hangt naast de schitterende olieverfschets van Rembrandt die Van Vliet kopieerde, een eerste, halfvoltooide proefdruk van de ets. Behalve vouwen zijn hierop vingerafdrukken te zien en correcties in bruine olieverf van Rembrandt.

Over het leven van Van Vliet is vrij weinig bekend. Na zijn huwelijk in 1636 met een vrouw uit de gegoede burgerij ging hij waarschijnlijk in de wijnhandel. In het Rembrandthuis is één zaal gewijd aan Van Vliet als zelfstandig graficus. Zijn prenten van bijvoorbeeld ambachten hebben niet veel artistieke waarde, maar gunnen de toeschouwer wel een blik in de werkplaats van de zeventiende-eeuwse handwerksman.