Overleg over CAO Philips afgebroken

ROTTERDAM, 1 MAART. De besprekingen over een nieuwe CAO voor de werknemers van Philips in Nederland zijn gisteren al na enkele uren afgebroken. Philips wil pas verder praten over de CAO, wanneer de Industriebonden FNV en CNV hun eis voor een 36-urige werkweek laten vallen.

Philips-onderhandelaar mr. A. de Haas heeft ervoor gekozen al in een vroeg stadium de confrontatie met de vakbonden aan te gaan. Wanneer de Industriebonden vasthouden aan de 36-urige werkweek, hoeven ze bij de volgende gespreksronde (die gepland staat voor 12 maart) niet te verschijnen, zo liet De Haas gisteren na afloop van het gesprek met de bonden weten.

Philips wil in dat geval in eerste instantie verder praten met de Vereniging van Hoger Philips Personeel (VHPP) en De Unie. Deze bonden hebben geen eis tot arbeidsverkorting op tafel gelegd. Wanneer ook met deze twee vakbonden geen overeenstemming over een nieuwe CAO te bereiken is, overweegt Philips om de arbeidsvoorwaarden voor het personeel eenzijdig vast te stellen. De CAO voor de circa 44.000 werknemers van Philips in Nederland eindigt op 31 maart. Wanneer er op die datum geen nieuwe CAO is, lopen de bepalingen van de huidige CAO nog een jaar door.

Alle vakbonden hebben verbaasd gereageerd op het besluit van Philips om de onderhandelingen zo snel af te breken. Volgens de Industriebonden FNV en CNV is er geen sprake van dat zij de eis voor een 36-urige werkweek nu laten vallen. Ze zijn van plan om op 12 maart toch aan de onderhandelingstafel te verschijnen. Hoewel De Unie en de VHHP de eis van de Industriebonden niet delen, willen zij vooralsnog één lijn trekken met deze bonden. In het verleden is Philips er wel eens in geslaagd om met De Unie (toen nog Unie BLHP) en de VHHP apart een akkoord te bereiken; als gevolg daarvan zijn de verhoudingen tussen de bonden lange tijd ernstig verstoord geweest.

Het onderwerp arbeidsduurverkorting ligt bij Philips zeer gevoelig. Al in 1986 hebben de Industriebonden FNV en CNV (tevergeefs) gestaakt voor een 36-urige werkweek bij Philips. De bonden hebben het onderwerp dit jaar weer op de agenda gezet omdat volgens hen op deze manier werkgelegenheid bij Philips Nederland behouden kan blijven. In ruil daarvoor zou Philips de mogelijkheid krijgen om de werknemers flexibeler in te zetten.

Voor Philips is een kortere werkweek uitgesloten, omdat de arbeidskosten daardoor in de ogen van het concern veel te hoog worden. Een verkorting van de werkweek naar 36 uur (nu 38 uur) tegen hetzelfde salaris levert per werknemer een loonkostenstijging op van circa vijf procent. Behalve arbeidsduurverkorting eisen de Industriebonden evenals De Unie een loonsverhoging van drie procent in 1996. De VHHP wil dat de lonen van het hoger personeel met 4 procent stijgen.