Naar school

RUST VANUIT Zoetermeer als het om onderwijsbeleid gaat, blijft een onmogelijk te vervullen wens. Hoewel scholen hier keer op keer om vragen, gaan de bewindslieden onverdroten door met het produceren van ideeën, beleidsnota's en heroverwegingsplannen. Echt vreemd is die onuitputtelijke dadendrang niet. Want wat is een minister of staatssecretaris zonder beleid? Iedere, zichzelf respecterende politicus wil zijn eigen stempel zetten, met alle gevolgen van dien voor degenen die het beleid in de praktijk moeten brengen.

Staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) doet wat dit betreft niet onder voor haar voorgangers. Haar speciale belangstelling gaat op dit moment uit naar de allerjongsten. Gisteren installeerde zij een commissie die moet nagaan of jonge kinderen voordat zij naar school gaan getest kunnen worden. Tevens heeft zij deze week geopperd de Leerplichtwet al voor kinderen vanaf vier jaar te laten gelden, inplaats van de huidige leeftijdsgrens van vijf jaar.

De test voor jonge kinderen betreft nog slechts een plan. De ingestelde commissie bestaande uit diverse deskundigen moet juist onderzoeken of betrouwbare testen voor deze leeftijdscategorie mogelijk zijn. Het gaat er dan om of de relatieve achterstand van individuele leerlingen ten opzichte van leeftijdsgenoten en het risico op relatieve achterstand in de verdere schoolloopbaan betrouwbaar te meten, respectievelijk te voorspellen zijn. HET IDEE komt voort uit onvrede over de bestaande verdeling van geldmiddelen over de basisscholen. Daarin zijn de ouders een bepalende factor. Hun opleidingsniveau, hun beroep en hun land van herkomst zijn beslissend voor het aantal leerkrachten dat een school kan aanstellen. In de praktijk leidt dit ertoe dat de klassen van scholen in achterstandswijken klein zijn en de zogeheten 'witte scholen' relatief grote klassen kennen. Zo'n systeem is arbitrair. De antecedenten van de ouders zeggen niet alles over de kinderen zelf. Maar de vraag is of er betere criteria zijn te hanteren.

Het individueel testen van kinderen nog voordat ze naar school gaan, is op het eerste gezicht een objectievere maatstaf. Maar tegelijkertijd is het een verfijning waar ook grote nadelen aan vastzitten. Het betekent dat kinderen voordat ze de leeftijd van vier jaar hebben bereikt reeds van een etiket zijn voorzien, als gevolg van een test afgenomen op een willekeurige dag. Hoe kinderen zich echt ontwikkelen blijkt echter veelal pas op school zelf. De staatssecretaris heeft behoefte aan overzichtelijkheid. Maar de charme van heel jonge kinderen is nu juist dat ze nog niet overzichtelijk zijn.