Ministerie van Vrom: duurzaamheid is speerpunt

Zestig procent van de milieuproblemen is volgens minister De Boer (VROM) met behulp van de technologie op te lossen. De laatste 20 procent moet komen uit gedragsverandering of volumebeleid. Dat wordt de speerpunt van VROM.

UTRECHT, 1 MAART. Het zag er zo mooi uit in 1989: binnen één generatie zouden de milieuproblemen zijn opgelost. De toenmalige minister Alders stond er garant voor met z'n Nationaal Milieubeleidsplan. Inmiddels is duidelijk dat dat plan van de minister en z'n ambtenaren niet tot het gewenste resultaat leidt. De uitstoot van CO2 stijgt nog steeds en ook de doelen voor verzuring, vermesting en verdroging worden niet gehaald. In 2010 zullen de emissies niet met de nagestreefde 80 tot 90 procent zijn gereduceerd maar hooguit met 50 tot 60 procent. In 1992 waarschuwde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de overheid al voor een beleid met een te grote nadruk op wet- en regelgeving.

De WRR noemde het milieuprobleem vooral een gedragsprobleem. Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten het milieu in hun gedragingen gaan meewegen, anders sorteren maatregelen onvoldoende effect. De WRR adviseerde de overheid de mensen meer informatie te geven en hen door overreding tot ander gedrag te bewegen.

De overheid reageerde positief. Ze zou een andere rol gaan spelen en in de toekomst meer “normerend, spelregelbepalend, scheidsrechterlijk, faciliterend en evaluerend” gaan optreden. Dat was mooi gezegd, maar hoe breng je mensen ertoe om meer te doen dan alleen hun afval te scheiden? Hoe krijg je ze zover dat ze milieu-onvriendelijke gewoonten doorbreken en bij sociale dilemma's hun eigen belang (of dat van hun bedrijf, organisatie of land) ondergeschikt maken aan het collectieve belang van een schoon en duurzaam milieu?

Het directoraat-generaal Milieubeheer (DGM) van VROM besloot gedragsverandering tot speerpunt van het milieu-onderzoek te maken. Een indrukwekkend aantal onderzoekers werd ingehuurd om het probleem in kaart te brengen: levensstijlen nu en in de toekomst, gewoontegedrag, sociale dilemma's, financiële instrumenten, om er maar een paar te noemen.

Nu, vier jaar na het advies van de WRR, ligt het resultaat van de kostbare onderzoeksoperatie in de vorm van 24 rapporten bij VROM op tafel, als uitgangspunt voor een nieuwmilieubeleid. De gedachte achter dat beleid is dat het alleen zin heeft om maatregelen te nemen als er een draagvlak voor bestaat. Beleidsmakers en bestuurders zijn tijdens een besloten congres geïnformeerd over het nieuwe beleid. Directeur Strategische Planning van DGM, drs. G.H.J. Keijzers, zei tijdens die bijeenkomst dat VROM na twintig jaar milieubeleid is aanbeland bij “een strategie op hoofdlijnen en zelfregulering waar mogelijk”. Hoe VROM dat beleid gestalte kan geven, vertelde op hetzelfde congres prof. Paul Frissen van de sectie Bestuurskunde van de Katholiek Universiteit Brabant (KUB). Hij pleit voor een open bestuursstijl die meer op processen dan op inhoud is gericht. Doelen moeten niet vooraf door de overheid worden geformuleerd, maar in overleg met partijen uit de samenleving.

Ambtenaren zien wel in dat hun rol moet veranderen, maar ze hebben moeite met het idee van een overheid die zich inhoudelijk terugtrekt. De grote vraag die het nieuwe beleid van VROM oproept, is wat het aan milieuwinst oplevert. Dr. Henk van de Graaf van de vakgroep Bestuurskunde van de Universiteit van Amsterdam ziet gedragsverandering als een zaak van lange adem. “Ik heb er geen idee van hoever we in 2010 zijn.” Ook dr. Jaap van de Vlies van KPMG Milieu, projectleider van een onderzoek naar marketingtechnieken in het milieubeleid, houdt zich op de vlakte. “Vroeger had je een overheid die regels uitvaardigde. Er werden mensen langs bedrijven gestuurd om te kijken of die werden nageleefd. Nu wordt er naar elkaars standpunten geluisterd. De rol van de overheid is daarmee veranderd. Er is nu veel meer netwerksturing. Maar als dat niet werkt, zullen er toch weer maatregelen komen.”

Gedragsverandering is volgens Van de Vlies nodig voor een duurzame toekomst, maar knelpunten op milieugebied zijn het snelst op te lossen door invoering van strenge regels met hoge sancties. Het is relatief gemakkelijk voor de overheid om met een verbod een eind te maken aan produkten of gedragingen die mens- en milieu-onvriendelijk zijn. “Maar dan moet er wel een acceptabel alternatief zijn. Voor de auto is dat bijvoorbeeld nog niet gevonden.”

Dr. Rik Pieters van de sectie Marketing en Marktonderzoek van de KUB, is niet erg optimistisch over de kans op milieuwinst bij het nieuwe beleid. “We zitten op het dieptepunt van de issue attention cycle. De gemiddelde burger vertoont alleen nog maar symbolisch milieugedrag. Ik denk dat de kans op effectiviteit van het milieubeleid wel toeneemt als wordt vastgesteld welke milieubelastende gedragingen het gemakkelijkst te veranderen zijn, maar de vraag is of je niet sneller meer bereikt door te zeggen: het mag niet.”

Volgens minister De Boer kan 60 procent van de milieuproblemen worden opgelost met technologie. De komende jaren komt daar nog eens 20 procent bij. De resterende 20 procent kan alleen worden aan gepakt door volumebeleid of gedragsverandering.

Als dat klopt, is het vreemd dat de overheid zoveel geld steekt in een beleid gericht op gedragsverandering, vindt Lucas Reijnders, hoogleraar milieu-economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en medewerker van de stichting Natuur en Milieu. “Maar dat past wel bij de tijdgeest op het ministerie van Milieubeheer. Ze willen daar af van doelen waarop ze afgerekend kunnen worden.” Reijnders noemt het een illusie dat de overheid als regisseur van sociaal-dynamische processen kan optreden. “Dat moeten ze aan anderen overlaten, aan Albert Heijn of aan Greenpeace. Het is veel logischer dat de overheid zich concentreert op regelgeving en het faciliteren van technologische ontwikkeling.”

Volgens Reijnders is premier Kok verantwoordelijk voor de gang van zaken bij VROM. “Kok had andere opties voor de functies van De Boer en Pont (de directeur-generaal milieubeheer). Maar hij wilde geen gedonder over milieukwesties en heeft daarom gekozen voor een beleidscultuur van praten en dikke rapporten.” Reijnders vreest dat het huidige beleid leidt tot een splitsing in de milieubeweging. “Er ontstaat een scheiding tussen radicalen en gematigden. Je hebt dat gezien bij Schiphol en bij de Brent Spar: mensen voeren actie omdat de overheid het laat afweten. Datzelfde gevoel bestaat in het bedrijfsleven.”

Dat de overheid zich terugtrekt is een gevaarlijke ontwikkeling, vindt Ton Tukker, directeur Greenpeace Nederland. “Milieu-organisaties als Greenpeace zijn een luis in de pels. Ze kunnen confronterende oplossingen aandragen voor milieuproblemen, zoals wij gedaan hebben met de Greenfreeze, de CKF-vrije koelkast, Maar ze kunnen niet de verantwoordelijkheid voor het milieubeleid op zich nemen. Je hebt een overheid nodig om oplossingen af te dwingen.”