Minister berispt officier in zaak van gedode baby

GRONINGEN, 1 MAART. Minister Sorgdrager (justitie) heeft de Groningse officier van justitie R. Drenth berispt voor zijn optreden in de strafzaak tegen huisarts G. Kadijk uit Holwierde.

Drenth gaat vrijwel zeker in beroep tegen de berisping, een straf die zelden aan een officier van justitie wordt opgelegd.

Drenth vorderde eind oktober niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie (OM) in de rechtszaak tegen Kadijk. De huisarts had het leven van een ernstig gehandicapte baby beëindigd. Drenth kwam met deze vordering omdat de meldingsprocedure voor artsen bij euthanasiegevallen volgens hem in strijd is met het nemo-tenetur-beginsel. Volgens dit principe hoeft niemand aan zijn eigen veroordeling mee te werken.

De rechter wees de vordering af op procedurele gronden. Had hij dat niet gedaan, dan had hij niet tot een inhoudelijk oordeel over het handelen van Kadijk kunnen komen. Sorgdrager had juist deze zaak als proefproces aangewezen om rechtsregels te kunnen formuleren over het levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwamen.

Een dag na de zitting werd Drenth op het matje geroepen door de procureur-generaal D. Steenhuis. Hij verbood Drenth nog euthanasieazken of andere politiek gevoelige kwesties te behandelen.

Sorgdrager geeft met de berisping gevolg aan een verzoek van procureur-generaal D. Steenhuis en de Groningse hoofdofficier R. Daverschot. Ze schrijft Drenth dat hij zijn plicht heeft verzuimd door haar aanwijzing verkeerd te interpreteren. Daarnaast verwijt zij hem de leiding van het OM niet vooraf te hebben ingelicht over zijn eis tot niet-ontvankelijkheid.

“Bij beide aspecten plaats ik vraagtekens”, zegt Drenth. Hij zegt daarom vrijwel zeker in beroep te gaan. Dat moet bij een bezwarencommissie van het ministerie en vervolgens bij de Centrale Raad voor Beroep. “Aan de ene kant zeg ik: ach zo'n briefje, maar er zitten principiële kanten aan. Ik vind dat ik geen straf verdien.”

De aanwijzing tot vervolging hield volgens Drenth niet in dat hij een straf moest eisen. “Ik heb bovendien vanaf het begin gezegd dat ik geen inmenging in mijn requisitoir wilde. Dan hadden ze een ander moeten nemen.” Hij vindt dat hij als officier 'vrijheid van requisitoir' had en dus mocht handelen zoals hij wilde. “De nieuwe stijl van leidinggeven binnen het OM is dat je je naar de wens van je superieuren hebt te gedragen, maar de wet geeft een officier van justitie altijd nog ruimte.”

Drenth heeft Steenhuis voor de zitting gesproken en hem toen gezegd de meldingsplicht voor artsen aan de orde te zullen stellen. “Hij heeft me dat ontraden, maar hij zei ook dat hij het me niet kon verbieden.” Dat gaf voor Drenth de doorslag. Hij vertelde Steenhuis niet dat hij niet-ontvankelijkheid zou vorderen. Volgens hem was dat de enige mogelijkheid de rechter te laten oordelen over de meldingsplicht.

Drenth noemt het “ronduit onfatsoenlijk personeelsbeleid” dat hij de brief met de berisping pas deze week heeft gekregen terwijl deze is gedateerd op 26 januari. “Ik zie niet in waarom juist in deze kwestie een brief zo lang op een bureau moet blijven liggen.” Drenth zegt Sorgdrager een goede minister te vinden.

Sorgdrager wil volgens een woordvoerder van Justitie niet reageren omdat het een zaak tussen werkgever en werknemer betreft.