Met je neus in haar nachthemd; De anarchistische nalatenschap van striptekenaar Reiser

Reiser: A bas tout! Collection les années Reiser, 1976. Samenst. en inl. Delfeil de Ton. Uitg. Albin Michel, Prijs: 98FF.

Pas echt beroemd worden na je dood - dat is geen voorrecht voorbehouden aan kunstenaars van het genre Rembrandt. Ook de in 1983 overleden Franse cartoonist-striptekenaar Jean-Marc Reiser overkomt de postume roem. Reiser was voor zijn dood op 42-jarige leeftijd zeker een van de meest vooraanstaande tekenaars in door anarchistische humor gekenmerkte bladen als Hari Kiri en Charlie Hebdo, bladen die, meer misschien nog dan gevestigde dag- en weekbladen in Frankrijk, de geest van rebellie in de jaren zestig en zeventig tot uitdrukking brachten. Maar de consecratie van Reiser als 'auteur' heeft toch vooral na diens dood plaatsgevonden. Twintig kloeke albums voert de uitgeverij Albin Michel in zijn catalogus, en sommige daarvan zijn ook als Folio-pocket verschenen.

Als kroon op het werk verschijnen nu de verspreide tekeningen van Reiser in de serie 'Les années Reiser'. Zojuist is deel drie uitgekomen: veelal actualiteitsgebonden werk dat eerder in het jaar 1976 in maand- of weekbladen verscheen. Merkwaardig genoeg hebben die tekeningen, of langere strips met een actuele aanleiding, meestal weinig van hun kracht verloren. Dat komt doordat Reiser - nog afgezien van zijn geniale tekentechniek, waarbij met enkele lijntjes slechts sterke karakters worden verbeeld - een verhaaltjesverteller is. Een goed verhaaltje gaat lang mee.

Neem 'Les Croissants', mijn persoonlijke favoriet in deze bundel. Uitgangspunt is de klacht in Frankrijk, dat brood en meer in het bijzonder croissants steeds onsmakelijker worden en het feit dat in de voorsteden steeds minder ambachtelijke bakkerijen te vinden zijn en de mensen aangewezen zijn op supermarktbrood. De strip begint heel ergens anders: bij het wakker worden op zondagochtend. De genoegens van het mogen blijven uitslapen worden geïllustreerd aan de hand van een detail, dat mij geheel wint voor de tekenaar: met je neus het bandje van het nylonnachthemd van je vrouw opzij schuiven. Gevolgd door de evocatie van de nabijheid van een slapend vrouwenlichaam: de geur van de geneugten van de vorige avond, het lichte knorren bij strelingen.

De zaak der croissants sluit logisch aan op deze huiselijke idylle. De man wordt op croissants uitgestuurd, en begeeft zich, een overjas over de pyama aangeschoten, naar de dichtstbijzijnde bakker, een bescheiden heldenexploot dat bij terugkomst wordt beloond door een voortzetting van de idylle: samen in bed met croissants en koffie.

De dan volgende uiteenzetting over de teloorgang van de croissant door het gebruik van margarine in plaats van boter, de ellende van de 'voorgebakken' croissants en het schrijnend gebrek aan warme bakkers in de voorsteden vormen een logische voortzetting van deze kleine economie van het huiselijk geluk. Als vaker reikt Reiser ook een praktische oplossing aan voor de problemen. Bevestig een koord aan de enkel van een man die op zondagochtend voor zijn vrouw croissants gaat halen. Stel de lengte van het koord vast, op het moment dat hij bij zijn vergeefse zoektocht naar een bakkerij elk enthousiasme begint te verliezen. Ziedaar de straal waarbinnen warme bakkers dienen te worden gevestigd.

Scabreuze grappen

Evenmin als collega's bij Hari Kiri en Charlie Hebdo als Willem of Wolinski, schrok Reiser terug voor scabreuze grappen en onderwerpen. Maar zijn talent steeg duidelijk uit boven dat van deze twee, nog levende collega's. Willem (de Nederlander Bernard Holtrop) was en is de maker van enkelvoudige, in hun uitwerking veelal nogal ideologische tekeningen. Wolinski, wiens tekenstijl met die van Reiser wel enige overeenkomst vertoont in het werken met enkele lijntjes, is wat beperkter in zijn veelal seksuele repertoire-keuze.

Misschien kan het feit dat Reisers tekeningen de tand des tijds hebben doorstaan ook gelden als een eerbewijs aan de levenslustigheid van de jaren zestig en zeventig in Frankrijk, toen een blad als Hara Kiri nog regelmatig in beslag werd genomen of met processen bedreigd. Het dagblad Le Monde onderbrak in de zomer 1978 voortijdig de dagelijkse serie 'La famille Oboulot en vacances', zozeer stoorden lezers en redactie zich aan de licht anarchistische grapjes die Reiser maakte over het heilig instituut van de massale zomervakantie.

De oude orde van staat en kerk bestond nog in Frankrijk, terwijl aan de andere kant ook moderne fenomenen als de milieu-beweging effectief op de hak genomen konden worden, wat Reiser in de onderhavige bundel doet met een uiteenzetting over de gewoonte van mannen om stiekem in wasbakken te pissen en hoe deze neiging op macroniveau kan worden aangewend voor bevruchting in de landbouw.

Charlie Hebdo is een paar jaar geleden heropgericht, gedeeltelijk met de oude tekenaars, maar is nu een saai blaadje en geen schaduw meer van zijn eigen verleden. Het lijkt wel of de maatschappij zelf waarin grappen kunnen gedijen, minder grappig is geworden. 'On vit une époque formidable' heet een eerdere bundel van Reiser. De uitspraak was ironisch bedoeld, en de bundel stond vol met sarcastische grappen over de tijdgeest en de pseudo-vooruitgang in economie, techniek en maatschappelijk gedrag. Achteraf lijkt het echter alsof de tekenaar gewoon gelijk heeft gehad.