In drugsvrije cel draait het leven om urinecontroles

Op de drugsvrije afdeling in Veenhuizen kunnen gemotiveerde gevangenen proberen af te kicken.

VEENHUIZEN, 1 MAART. “Mag ik een momentje stilte?” roept Joeke (58), een van de bewaarders van de drugsvrije afdeling van de strafinrichting in Veenhuizen. Het lawaai aan de eettafels verstomt vijf tellen. “Okee”, zegt Joeke. “Goede toekomst!” roept iemand en met een luid geschuif van stoelen staat iedereen op. De keukenploeg begint borden te stapelen en de rest van de gedetineerden verspreidt zich over de afdeling. Boven gaat een housedreun aan.

Frans (29), paars T-shirtje, lang haar, tatoeages op zijn onderarmen, veegt de placemats schoon. “Elf jaar verslaafd geweest”, roept hij. “En nu al twee jaar clean.” Over twee dagen verruilt hij de gevangenis voor een therapeutische gemeenschap in Alkmaar. Ook Mike (29) gaat binnenkort naar Alkmaar. “Ik voel dat ik nog wat nazorg nodig heb”, zegt hij. “Meer resocialisatie. Werk, studeren, sociale contacten.” Hij was elf jaar verslaafd aan heroïne en twee jaar aan cocaïne.

Naar schatting ruim de helft van de 10.000 Nederlandse gevangenen is verslaafd aan drugs. Buiten de gevangenis gebruikt een deel van hen methadon, binnen de muren krijgen ze niets - in theorie. Drugs worden echter op grote schaal de gevangenissen ingesmokkeld, waardoor afkicken in de gevangenis minstens even moeilijk is als 'buiten'. Verslaafde gevangenen die vrijkomen pakken vaak hun oude leven weer op. In de ongeveer 300 'drugsvrije cellen' in Nederland krijgen gevangenen die echt geen drugs meer willen begeleiding bij hun aanzet tot afkicken.

De drugsvrije afdeling (DVA) van Esserheem, een van de strafinrichtingen in het Drentse Veenhuizen, telt 23 cellen. Nog voor ze berecht zijn worden kandidaten voor de afdeling geselecteerd. Motivatie om af te kicken is het belangrijkste criterium, maar omdat deelname aan gespreksgroepen verplicht is moet een kandidaat ook goed Nederlands spreken. Allochtone verslaafden vallen daardoor buiten de boot. Bij binnenkomst ondertekent de gevangene een contract, waarin hij verklaart zich te houden aan de regels: verplichte deelname aan alle activiteiten; geen bezit, handel of gebruik van drugs; geen geweld, ook niet verbaal.

Op de drugsvrije afdeling draait het leven om urinecontroles. De gevangenen zijn contractueel verplicht tussen half acht en acht uur 's ochtends in een aparte cel onder toezicht te plassen. Nieuwkomers doen dit elke dag, langblijvers een keer per week. De urine gaat naar een laboratorium in Tilburg en over de uitslag valt niet te twisten, al wordt dat vaak geprobeerd. “De grootste smoes die ik gehoord heb”, zegt afdelingshoofd Jan Wormmeester, “was dat iemand bij twee hasjrokers had gestaan en zogenaamd te veel had meegerookt.”

Als sporen van drugs worden aangetroffen volgt straf: een week 'Rode Pannen' (een gebouw met isoleercellen) na de eerste overtreding, twee weken na de tweede keer, wegplaatsing naar een andere afdeling na de derde keer. Wormmeester schat dat een op de zes, zeven gevangenen weleens in de fout gaat.

In tegenstelling tot de rest van de gevangenis heerst op de drugsvrije afdeling een praatcultuur. De gevangenen krijgen een van de acht bewaarders toegewezen als mentor, bij wie ze terecht kunnen voor al hun problemen. In een aantal wekelijkse gespreksgroepen krijgen ze steun van elkaar en leren ze hun emoties te uiten. Bij de Afdelingsvergadering en Irritatiegroep zijn alle 23 gevangenen aanwezig. Daarnaast zijn er drie kleinere groepen: een puinruimgroep (beginners), een kliniekengroep (bereidt voor op een afkickkliniek) en een groep gevorderden die nog veel straf moet uitzitten.

Volgens Wormmeester kijkt het personeel van andere afdelingen het gepraat meewarig aan. “Ze denken: Moet dat nou, laat die gevangenen toch.” Gespreksgroepen passen niet in de heersende macho-cultuur. Ter bescherming van de afwijkende sfeer is toegang tot de drugsvrije afdeling voor andere gevangenen verboden. De drugsvrije gedetineerden mogen binnen de muren van Esserheem wel overal komen.

Hierbij wordt hun wilskracht voortdurend op de proef gesteld, want op andere afdelingen zijn drugs ruim voorradig. “Ik hoef maar de gang op te lopen en ik heb het”, zegt de Amsterdamse gedetineerde Cor (34). “In het begin had ik het wel moeilijk met die vrijheid.” Cody Mike vindt de aanwezigheid van drugs geen probleem. “Ik vind het wel een goede leerervaring. Over een tijdje moeten we toch de stap naar buiten doen.” Als ze zien dat een van hen gebruikt moeten de DVA'ers dat melden bij een bewaarder. Ze leren dat dit niet 'verlinken' is maar 'steun'.

Om half twee is het doodstil in de recreatieruimte. De puinruimgroep krijgt 'Crea' van Olga, de creatief consulent. Vijf mannen zitten te tekenen met wascokrijt of potloden. Een jongen met een Reebokpetje zit achterover geleund met een leeg vel voor zich. Hij rolt een sigaret. “Normaal krijgen we opdrachten”, zegt hij, “Maar deze week niet. En dan weet ik het niet.” Olga gaat geduldig tegenover hem zitten. “Misschien kun je verder gaan met wat je vorige week getekend hebt”, zegt ze.

Later die middag komt de puinruimgroep in de televisiehoek bijeen voor het kringgesprek. Bewaarder Ad Bloemendal heeft de leiding. Vorig jaar heeft hij voor het eerst een cursus gesprekstechniek gevolgd, hoewel hij het groepsleiderswerk al vele jaren doet. De DVA-bewaarders werken nauw samen met reclasseringswerkers van het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs in Assen, die zelf ook een paar groepen onder hun hoede hebben.

Wim is schuldbewust. Onlangs is hij teruggeplaatst op de drugsvrije afdeling nadat hij in het Penitentiair Selectiecentrum was betrapt op heroïnegebruik. “Hoe voelde je je daar nou zelf bij?” zegt Ad. “Ik kon mezelf wel voor de kop schoppen”, zegt Wim. “Het ging niet goed met mijn familie, daar kwam het ook door.” “En als je weer in een dip komt, wat doe je dan?” zegt een andere gedetineerde kritisch. Wim maakt de indruk dat hij dat nog niet helemaal weet.

Dick, in geruite broek, zit gezellig onderuitgezakt te roken. Hij is nieuw. Ad vraagt naar zijn bevindingen tot nu toe. “Vergeleken bij het huis van bewaring is dit een paradijs!” zegt Dick opgetogen. “Centerparcs!” Hij komt vrij in mei en wil trouwen in de herfst. Ad vraagt Dick, een Brabander, wat zijn plannen zijn voor het verblijf op de drugsvrije afdeling. “Ik heb een alcoholprobleem”, zegt Dick, “en ik wil graag van de drank af. Van de sterke drank tenminste. Ik wil gewoon naar een feestje kunnen en een paar biertjes drinken en dan de rest van de week niet.”

En hoe wil hij dat bereiken?

“Daar heb ik afspraken over met mijn vriendin.”

Patrick snuift. “Dat heb ik al zo vaak gedaan. Dat helpt echt niet.” “Jij moet helemaal geen afspraken maken met je vriendin. Jij moet afspraken maken met jezelf”, zegt Ad. Hij houdt een streng betoog over eigen verantwoordelijkheid en wilskracht. Dick valt stil.

Victor, in trainingspak, zit te stralen. “Ik heb voor het eerst in tien maanden contact gehad met mijn moeder”, vertelt hij. “En ik heb met haar gepraat zoals ik nog nooit met die vrouw gepraat heb. Vroeger zat ik altijd zwaar onder de drugs, weet je, dan interesseren zulke dingen je niet.” Zondag komt zijn moeder op bezoek. “Ik ben nu al nerveus.”

Voor de drugsvrije afdeling van Esserheem bestaat een wachtlijst. De drugsnota van de ministers Sorgdrager en Borst voorziet in een verdubbeling van het aantal drugsvrije cellen in '97, maar dan nog zullen de cellen maar een fractie van de verslaafde gevangenen onderdak kunnen bieden. De grote steden komen nu zelf met initiatieven. Rotterdam heeft plannen voor een 'Stadsbajes' waar verslaafden die overlast veroorzaken moeten afkicken terwijl ze hun straf uitzitten. Het Amsterdamse centrum voor verslavingsziekten Jellinek ziet heil in een behandelgevangenis, die verslaafden in de laatste fase van hun straf zou moeten helpen met afkicken. Justitie heeft een voorstel hiervoor echter afgewezen.

De doelstelling van de drugsvrije afdelingen is bescheiden: gevangenen helpen in de gevangenis drugsvrij te blijven. Doorstroming naar een afkickkliniek is gewenst, maar kan vaak niet doorgaan omdat de klinieken kampen met een groot tekort aan bedden. Wat er na hun straftijd met de DVA'ers gebeurt is in Esserheem onbekend. Wormmeester: “Na de detentie is het een groot grijs gebied.”

Om reden van privacy zijn de namen van de gevangenen gefingeerd.