Ideeëndichtheid

Vorige week heb ik mij hier vrolijk gemaakt over iemand omdat hij zich uitdrukte in hoogdravende en wijdlopige volzinnen, maar misschien zal de laatste lach voor hem zijn, want wat blijkt? Zij die zich beperken tot eenvoudige en sobere taal zijn kandidaten voor de gevreesde ouderdomsdementie bekend als de ziekte van Alzheimer, en mensen die geneigd zijn tot breedsprakigheid behouden tot op hoge leeftijd hun verstand en een goed geheugen.

Het nieuws, ontleend aan een artikel in de Journal of the American Medical Association, stond in de Herald Tribune van 22 februari: onderzoekers van de Universiteit van Kentucky verdiepten zich in de levensgeschiedenissen van 93 nonnen geboren vóór 1917, en nu dus over de tachtig voor zover nog in leven. Alvorens toe te treden tot de orde werd hen verzocht een korte autobiografie te schrijven, en aan de hand van die teksten van ongeveer zestig jaar geleden bleek het mogelijk met grote nauwkeurigheid te voorspellen wie Alzheimer zou krijgen en wie niet.

Het criterium dat daartoe in staat stelde was 'idea density', ideeëndichtheid, 'een begrip ontleend aan de psycho-linguïstiek'. Er bleek een opvallende correlatie te bestaan tussen deze ideeëndichtheid en het al of niet optreden van Alzheimer, zozeer dat 'onderzoekers, zonder te weten wat er van de schrijfster geworden was, op grond van haar tekst met 90 % betrouwbaarheid konden voorspellen of zij Alzheimer zou krijgen. (-) De nonnen die, toen zij in de twintig waren, grammaticaal ingewikkelde zinnen schreven met veel ideeën, waren boven de 80 nog helder van geest. Daarentegen bleken bijna allen wier zinnen eenvoudig waren en betrekkelijk vrij van complexe grammaticale constructies, zestig jaar later te dementeren.'

Je vraagt je nog even af of die aan de psycho-linguïstiek ontleende ideeëndichtheid nog iets meer omvat dan kwantiteit, maar de twee citaten die dan volgen maken snel een eind aan alle illusies; ziehier eerst een voorbeeld van hoe iemand schreef die zestig jaar later nog goed bij haar verstand is: 'Now I am wandering about in 'Dove's Lane' waiting, yet only three weeks to follow in the footprints of my Spouse, bound to Him by the Holy Vows of Poverty, Chastity and Obedience.' En nu het proza van iemand die intussen al aan Alzheimer is gestorven (ook zij was twintig toen ze dit schreef, en bovendien in bezit van zowel een bachelor's als een master's degree): 'At the time of my entrance, I was in good health and had no serious illnesses before this time.'

In mijn ogen is dit de te prefereren eenvoud, maar zo denkt de Hemelse Bruidegom er blijkbaar niet over - blijkbaar vindt Hij die gezwollen stijl juist mooier. Of is dat verkeerd geredeneerd en geeft Hij integendeel Alzheimer aan degenen die Hij bijtijds tot Zich wil roepen? Volgens Dr James A. Mortimer, een van de auteurs van het artikel, is Alzheimer een ziekte die al vroeg begint en zich pas openbaart als dementia wanneer een bepaalde drempel is overschreden.

Een andere veronderstelling, dat het de ziekte van Alzheimer zelf is die vrouwen al in hun jeugd predisponeert om in het klooster te gaan, is kennelijk niet van toepassing: ongeveer éénderde van de nonnen kreeg Alzheimer; dat is het zelfde percentage als bij gewone mensen buiten het klooster. Het interessante van de gekozen groep is dat die nonnetjes zestig jaar lang in dezelfde omgeving hebben geleefd, dezelfde dingen hebben gedaan en dezelfde voeding hebben gehad, zodat de voorkeuren van het noodlot in elk geval niet gemakkelijk zijn te herleiden tot verschillen in leefwijze.

Wat mij vooral van gemengde gevoelens vervult zijn de verwijzingen naar het ontbreken van geheugenverlies bij die nonnen met hoge ideeëndichtheid. Nu hangt het verleden mij om de hals gelijk een molensteen, maar tegelijk overkomt mij dat ik lustig sta te debatteren met iemand wiens naam mij niet te binnen wil schieten over een boek waarvan zowel de titel als de naam van de schrijver zich even buiten mijn bereik hebben teruggetrokken, als opschriften die ik net niet kan lezen. In de psychologie gespecialiseerde vrienden verzekeren mij dat dit niets te betekenen heeft, dat ook zijzelf geregeld die ervaring hebben, alsof ik met iets genoegen zou moeten nemen omdat het hen ook overkomt.

Met een van hen, een beroemde Brusselse psycholoog, heb ik het elke keer dat ik hem zie over een specifiek verschijnsel dat mij al zo lang als ik mij kan herinneren het leven zuur maakt. Het betreft een activiteit die ik sinds mijn kinderjaren beoefen: het noteren van gedachten die om een of andere reden de kwalificatie van 'vondst' verdienen. Daarbij doet zich soms - of misschien zelfs vaak - het verschijnsel voor dat ik me de inval korte tijd later niet meer te binnen kan brengen. Ik weet dat ik er een gehad heb, ik weet waar, wanneer, hoe ik me er bij voelde - ik herinner me kortom alles er omheen, maar niet de inval zelf. Dit gebeurt voor ik de gelegenheid heb gehad het op te schrijven, soms in het korte ogenblik nodig om een pen te pakken; of wat ook voorkomt, vooral 's nachts, is dat ik overtuigd ben dat ik het niet hoef op te schrijven: 'dit is zoiets bijzonders, dat vergeet ik nooit meer'; elke keer trap ik er weer in. In al die gevallen is het denkbeeld weg, niet meer te achterhalen, als een moord gezien uit een rijdende trein.

Niet waar, zegt mijn Brusselse vriend H., het komt weer terug, het is net zo min weg als die schrijversnaam of boektitel waar je niet op kon komen.

Ik ben ervan overtuigd dat hij zich vergist, weg = weg, maar het bewijs is uiteraard niet te leveren (daarom verwondert mij zijn stelligheid). Mijn overtuiging is sterk omdat ik een enkele keer een inval heb die ik herken, een waarbij ik denk: hee, jou heb ik al eens eerder aan de lijn gehad (en zelfs dan glipt hij me soms weer door de vingers). Over die belevenis bestaat een opvallend gedicht van Emily Dickinson - ook iemand die eenvoud nastreefde, op haar manier. En zij leefde als een non, maar zonder zoals veel nonnen heel oud te worden: ze werd maar 56 jaar. Hier is het gedicht:

A thought went up my mind today -

That I have had before -

But did not finish - some way back -

I could not fix the Year -Nor where it went - nor why it came

The second time to me -

Nor definitely, what it was -

Have I the Art to say -But somewhere - in my Soul - I know -

I've met the Thing before -

It just reminded me - 't was all -

And came my way no more.

Wilhelmus van Nassouwe? Wilhelmus van Nassouwe even naar de kassa komen?