Hoogmis voor Saint Harvey; Opera over de homoseksuele politicus Harvey Milk

Harvey Milk was de eerste Amerikaanse politicus die openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam. In 1978 werd hij vermoord, tegelijk met de progressieve burgemeester van San Francisco, George Moscone. Hun moordenaar, net als Milk gemeenteraadslid in San Francisco, werd slechts tot acht jaar veroordeeld. Over Milk is nu een opera gemaakt. Waarom is hij de enige hoofdpersoon?

Harvey Milk. Theater Dortmund, Kuhstrasse 12, Dortmund. 8, 10 en 14 mrt en 3, 6, 11 en 28 april. Aanvang 19.30u. Inl. 00-492315025547.

Vlak voordat gemeenteraadslid Harvey Milk in de ochtend van 27 november 1978 werd doodgeschoten in zijn werkkamer in het stadhuis van San Francisco, had hij zijn politieke testament toevertrouwd aan een cassette-recorder. “Mocht ik een kogel door mijn hoofd krijgen,” sprak hij profetisch: “laat die dan tevens iedere closet door verbrijzelen.” Hij zei te beseffen gemakkelijk het doelwit te kunnen worden van 'iemand die onzeker is en bang' en te hopen dat, mocht hij vermoord worden, 'vijf, tien, honderdduizend' homoseksuelen hun maskers zouden afleggen en 'uit de kast' zouden komen.

Milk was de eerste openlijk homoseksuele politicus in Amerika. Over zijn leven en dood werd in 1984 een documentaire gemaakt door Robert Epstein, later verscheen een biografie van Randy Shilts en vorig jaar ging bij The Grand Opera in Houston, Texas, de opera Harvey Milk van librettist Michael Korie en componist Stewart Wallace in première. De opera was een idee van de Amerikaanse maar al 25 jaar in Duitsland wonende en werkende regisseur John Dew. Vanwege onenigheid met de artistieke leider van The Grand Opera ensceneerde niet hij de eerste uitvoering maar Christopher Alden. Dew, sinds augustus vorig jaar artistiek leider van Theater Dortmund, bracht afgelopen weekeinde zijn versie uit.

Dews idee een opera te maken over Harvey Milk vloeide voort uit onvrede over het bestaande repertoire, waarvan klassieke of in elk geval uit vorige eeuwen afkomstige helden het gezicht bepalen. In onze tijd, waarin bijvoorbeeld de grote religieuze figuren steeds minder aanspreken, is er naar zijn oordeel behoefte aan hedendaagse mythen. Dat daar geslaagde opera's over te maken zijn, bevestigde John Adams' Nixon in China, eveneens uitgebracht door The Grand Opera in Houston.

Harvey Milk is inderdaad een held van de jongste geschiedenis; al stierf hij alweer twintig jaar geleden, de haat die hij opriep lijkt in het Amerika van Pat Buchanan zelfs wijder verbreid dan toen. De euforie van de gay liberation is, mede onder invloed van aids, vervaagd tot een herinnering, tot een droom waarvan het nog moeilijk te geloven is dat hij ooit werkelijkheid was.

Met kracht van argumenten en met steun van wat Jesse Jackson later propageerde als de rainbow-coalition - het verbond van allen die niet het geluk hebben tot de onwrikbaar verankerde, blanke middenklasse te behoren - boekte Milk opmerkelijke successen. Anders dan Jackson lukte het hem die coalitie in San Francisco tot stand te brengen en politieke macht uit te laten oefenen. Dank zij zijn campagne en daarmee groeiende populariteit verwierp een ruime meerderheid van de kiezers een Republikeins wetsvoorstel dat voorzag in de mogelijkheid homoseksuele leerkrachten in Californië te ontslaan. De wet, die overigens in andere staten al bestond en nog steeds bestaat, zou voor de betrokkenen niet alleen een financiële ramp hebben betekend, maar zou duizenden opnieuw hebben veroordeeld tot een bestaan in het verborgene - precies het soort leven dat Milk aanvankelijk, als handelaar op de beurs in Wall Street, zelf had geleid en dat hij zag als belangrijkste obstakel in de emancipatie van zowel homoseksuelen zelf als van de vijandige wereld waarin zij leefden.

Euforie

In Epsteins indrukwekkende documentaire The times of Harvey Milk wordt ruim aandacht besteed aan Milks unieke politieke status en zijn gave om massa's kiezers, inclusief de blanke middenklasse, te begeesteren. Tegelijkertijd wordt de voorgeschiedenis en nasleep van de moord haarfijn uit de doeken gedaan, met behulp van prachtig filmmateriaal van de alerte, lokale televisiezenders. Zo is vastgelegd hoe het gemeenteraadslid Dan White, de toekomstige moordenaar van Milk, na de verwerping van het Republikeinse wetsvoorstel volkomen onverwacht zijn zetel ter beschikking stelt. Enkele dagen later komt hij op zijn besluit terug en verzoekt hij burgemeester George Moscone, die al op zoek was naar een vervanger, hem opnieuw in de raad op te nemen. Mede op aandringen van Milk weigert de burgemeester. Die weigering werd hen beiden fataal.

Hen beiden, want niet alleen Milk werd vermoord, maar enkele ogenblikken vóor hem ook Moscone, die met reden te boek stond als een humaan en verlicht bestuurder. Aanvankelijk was vooral zijn dood bekend bij het grote publiek en was Milk het onbekendere tweede slachtoffer, maar nadat Epsteins film was uitgebracht, werden de rollen omgedraaid. Louter literair bezien maar ook in historisch opzicht is die accentverschuiving gerechtvaardigd, omdat Milks persoonlijke ontwikkeling gelijke tred hield met die van de samenleving op dat moment. Hij werd het vanzelfsprekende en dankbare symbool van een periode, van de euforie en vooral van de illusie - en met dat laatste van de tot op de dag van vandaag heersende werkelijkheid in Amerika.

Die werkelijkheid wordt in Epsteins film verwoord door een vakbondsman. Als alleen Moscone was vermoord, zegt hij, had White zonder pardon levenslang gekregen. “In San Quentin,” preciseert hij nog. Maar omdat hij ook Milk vermoordde, werd hij slechts veroordeeld tot acht jaar (waarvan hij er vervolgens maar vijf daadwerkelijk in de gevangenis doorbracht). De vakbondsman, die voordat hij Milk leerde kennen nog nooit met fruits te maken had gehad en eerlijk bekent het tot die tijd zelf ook altijd normaal te hebben gevonden dat de politie razzia's hield in homobars, begrijpt de veroordeling maar al te goed. Behalve een moord gepleegd (op Moscone) had White Amerika ook een dienst bewezen (de moord op Milk). Hij werd dus bestraft én beloond.

Daar, in de realistische visie van de vakbondsman, ligt volgens mij de sleutel tot de verbeelding van de life and times van Harvey Milk. In de film zien we een fragment van een lokaal televisiestation, dat die visie onbedoeld op komische wijze onderstreept. De vrouwelijke reporter staat naast het kelderraam, waardoor de gewapende White, om de metaaldetector te ontlopen, het stadhuis binnendrong. Zo neutraal mogelijk maar met een gezicht dat boekdelen spreekt en terwijl ze met een mooi gebaar de contouren van het raam aangeeft, meldt de journaliste dat Whites verdediger aanvoert “dat mensen wel vaker op deze manier het stadhuis binnengaan.” Dat werd aannemelijk geacht door een uit twaalf Dan Whites samengestelde jury.

Buchanan

Mooier materiaal kan, bijvoorbeeld, een librettist zich nauwelijks wensen. Hij had kunnen verhalen van een ooit geleefd bijzonder leven, van een hedendaagse mythe, en tegelijkertijd het grotere geheel, de samenleving en het huidige Amerika, op de snijtafel kunnen leggen. Hij had, anders gezegd, zijn opera de titel Dan White (die prachtige achternaam kreeg hij al cadeau) kunnen geven en in het contract met de uitvoerder kunnen laten opnemen dat die figuur eruit zou moeten zien als Buchanan of als de redneck par excellence van het moment.

Dan was zijn opera interessant geworden en, naar te vrezen valt, tijdloos. Nu is hij een hagiografie, die bovendien - we kunnen er kort over zijn - in de regie van de geestelijke vader John Dew uiterst krakkemikkig oogt. Librettist Korie staat, in de eerste akte, uitgebreid stil bij Milks joodse afkomst en zijn met de paplepel ingegeven overlevingsdrift, hij haalt er zelfs de concentratiekampen bij. Ook vertoeft hij, om het begin van de gay liberation te markeren, een scène lang bij de legendarische, door travestieten begonnen rellen in 1969 rondom de Stonewall-bar in New York en, heel post-modernistisch, bij de vermeende liefde van nichten voor opera, wat opera-in-opera oplevert.

Het is allemaal onnodig, bedacht, geforceerd en, in al zijn wijdlopigheid, te beperkt. Het cruciale vonnis, zo tekenend voor de heersende moraal, komt in de opera niet voor. Die gaat alleen maar over Harvey Milk. Dat is dom. En dat het ook nog eens irritant is, blijkt uit de laatste scène die Dew bovendien opklopt tot een liturgische katharsis. Moscone wordt neergeschoten en valt neer terzijde van het toneel. Daarna is het Milks beurt, maar hij valt, heel toevallig, neer in het centrum van het proscenium. Dan kan de hoogmis, ter nagedachtenis aan Saint Harvey, op de plotseling esoterische klanken van Stewart Wallaces tot dan toe chaotische muziek pas goed van start gaan. De honderdduizenden die in 1978 spontaan een zwijgende fakkeltocht hielden, reciteren in de opera zomaar ineens de Kaddish, het gebed van de herinnering - zo verheven als wat, maar intussen lopen ze wel Moscones levenloze lichaam onder de voet.

Die rangorde in lijken, ik ben er helemaal geen voorstander van. Wat in de film geen probleem is, wordt in de opera smakeloos. Ergerlijker nog is de gemiste kans die deze opera in zijn geheel is. Dan White, symbool van het onverdraagzame Amerika, pleegde na zijn vrijlating zelfmoord. De makers van Harvey Milk geloven kennelijk dat met het symbool ook dat lelijke Amerika tot inkeer gekomen en verdwenen is.