Getrouwd met al het mooie; Autobiografische roman van Bohumil Hrabal

Bohumil Hrabal: Trouwpartijen. Vert. Kees Mercks Uitg. Bert Bakker, 221 blz. Prijs ƒ 39,90.

Aan het einde krijgen ze elkaar. Maar ook eerder al suggereert Trouwpartijen, het eerste deel van de autobiografische trilogie van de in Tsjechië wonende schrijver Bohumil Hrabal (1914), te zijn wat het in de ondertitel genoemd wordt: een damesroman. De verteller - altijd een cruciale figuur in Hrabals 'babbelproza' - is in dit geval de jonge vrouw met wie auteur zal trouwen: Eliska, koosnaam Pipsi. Misplaatste komma's, licht ontsporende redeneringen en kleine schoonheidsfoutjes als 'niet zozeer... dan wel' of 'hij had een mooi gebouwd figuur' moeten aan haar worden toegeschreven. Samen met een bepaalde stijl van formuleren ('die donkere tunnel waar ik persoonlijk doorheen moest') en een wat naïevere en emotionelere toon dan gebruikelijk bij Hrabal, vormen zij de sfeer die 'Lieve Mona'-rubrieken kenmerkt.

De geschiedenis speelt zich af in de jaren vijftig. Pipsi's rijke ouders, tijdens de oorlog pro-Duits zoals bijna heel Sudetenland, en daarna berooid door het communisme, zijn geëmigreerd en in het Westen gestorven. Haar verloofde is er vlak voor de bruiloft met een ander vandoor gegaan. Na een mislukte zelfmoordpoging zit ze zonder verblijfs- of werkvergunning in Praag, waar ze een zwart baantje heeft als caissière in een chic hotel. Dan ontmoet ze Hrabal en wordt verliefd; ze krijgt haar zelfverzekerdheid terug, koopt nieuwe kleren en een nieuw kapsel en begint een nieuw leven als 'Parijs' soesje met slagroom'.

Maar Trouwpartijen is veel meer dan een persiflage op het Assepoesterverhaal. De figuur om wie het werkelijk draait is Hrabal zelf, hier gewoonlijk 'de doctor' genoemd, als toespeling op zijn nooit benutte graad in de rechten, maar ook op zijn onhandigheid, zijn beginnende kaalheid en zijn geschrijf temidden van schimmelige muren en afbladderend pleisterwerk. Dankzij de verteltruc met Pipsi kan Hrabal een beeld van zichzelf geven dat tegelijkertijd ironisch en serieus is. Hij kan ongelimiteerd toegeven aan zijn voorliefde voor het hyperbolische en groteske, hij kan zichzelf via die liefhebbende en begrijpende vrouwenogen afschilderen als een groot kind, bangelijk, wispelturig, vertederend, en tegelijkertijd de existentiële vragen die hem bezighouden beschrijven op een manier die nergens opdringerig is.

Afgezaagde poten

Toen Hrabal Pipsi leerde kennen was hij ruim veertig. Hij werkte in een depot voor oud papier en woonde in een oude Praagse arbeiderswijk. Het verval waaraan de buurt ten prooi is, wordt door Hrabal uitvoerig en met smaak beschreven, want het is juist temidden van dit verval dat de doctor creatief kan zijn. Op een gammel dakje in de zon, gezeten op een stoel met afgezaagde poten, met vóór hem een iets hogere stoel waarop zijn oude schrijfmachine staat, voltrekt doctor Hrabal het ritueel dat schrijven voor hem is. Schrijven, zo bekent de doctor aan Pipsi, is een 'soort verdediging tegen zelfmoord, net alsof ik door dat schrijven voor me uit kan blijven rennen en weg van mezelf, door dat schrijven, maar tegelijk kom ik er soms ook inderdaad achter wat er van me terecht zal komen, wie ik was en wie ik nou ben...' Hier ligt ook het bij Hrabal zo innige verband tussen drinken en schrijven: sommige gedachten, die hij op z'n sterke, 'gezonde' momenten zou weren, kunnen pas opkomen wanneer hij een kater heeft. Vandaar ook dat de doctor zo hecht aan de 'trouwpartijen', lees: 'zuippartijen' die hij regelmatig met bevriende kunstenaars in zijn huis aanricht.

Typerend voor Hrabal is dat een motief als dit laatste - trouwpartijen - vele betekenissen heeft, die steeds allemaal meespelen. De doctor is niet alleen een door onrust en onzekerheid gekwelde zinzoeker, hij is ook een kinderlijke levensgenieter die direct 'trouwt' met al het mooie dat hij ziet juist in al wat lelijk, oud en vervallen is. Ook in die zin houdt de term verband met zijn schrijverschap: schrijven is een manier van zien.

Voor zijn geliefde symboliseren bruiloften alles wat haar door de oorlog en het daaropvolgende communisme is afgenomen: liefde, schittering, geborgenheid. Verder neemt zij, die na de klap van de gemankeerde bruiloft liefst zo snel mogelijk wil trouwen, de term zo letterlijk als maar kan. Hoe die letterlijke betekenis de doctor dan weer de stuipen op het lijf jaagt, blijkt uit zijn ontreddering en zijn wanhopige kroegentocht de laatste dagen voor het huwelijk. Op het moment suprème, wanneer alles en iedereen klaar is voor de huwelijksinzegening, ontbreekt de bruidegom. De bruid is in tranen, alles wijst erop dat hij hem gesmeerd is. Maar 'op dat moment kwam mijn verloofde het plaatsje op gerend, hij straalde van geluk en zijn ogen stonden wazig van de sterke drank, hij glunderde en zijn ogen stonden vol tranen, niet van vreugde dat we dadelijk in de echt verbonden zouden worden, maar van vreugde dat hij zichzelf had overwonnen, dat hij lef had getoond....' Wat een prachtige manier om de draak te steken met jezelf!

En zo gaat het voortdurend bij Hrabal: het verhevene wordt neergehaald en het kleine opgeblazen, het ernstige bespot en het belachelijke ernstig genomen, het symbolische vervleselijkt en het vleselijke gesymboliseerd. Zo kan het zinderen van erotiek in deze liefdesgeschiedenis waarin over liefde nauwelijks gesproken wordt. Zo kan het kunstenaarschap beschreven worden in de figuur van een 'bedroefde clown'.