Financiële handel grote winstmaker banken in '95

AMSTERDAM, 1 MAART. Bestuursvoorzitter J. Kalff moet er niet aan denken: ABN Amro zal zeker geen bank worden die tweederde van de winst uit investment banking haalt, zoals 'sommige Zwitserse' concurrenten. Toch is de winstsprong van 14,4 procent over 1995 die ABN Amro gisteren liet zien voor een groot deel juist aan handel op de financiële markten te danken, en minder aan de twee traditionele inkomstenbronnen, het kredietbedrijf en de provisie-inkomsten. Dat geldt ook voor de Rabo, die woensdag met de jaarcijfers kwam.

De provisiekosten lijden in Nederland onder de verlaging, of in het geval van Rabo zelfs afschaffing, van betalingstarieven, en een toegenomen tariefconcurrentie bij effectentransacties. ABN Amro zag de provisies weliswaar in totaal stijgen met 11 procent, maar dat was geheel te danken aan het buitenlands bedrijf. In Nederland gingen de provisies met 1,2 procent omlaag. Dat is te vergelijken met de Rabo, die de provisie-inkomsten met 2,2 procent zag afnemen.

Banken halen hun rente-inkomsten op ruwweg drie verschillende manieren. Allereerst kan het eigen vermogen van de bank rentedragend worden uitgezet. In het klimaat van lage en dalende rentes van vorig jaar, betekent dit dat de inkomsten daaruit minder zijn. De tweede bron van rente-inkomsten is het verschil tussen de rente die gerekend wordt bij het uitlenen van geld en de rente waartegen dat geld door de bank van spaarders, rekeninghouders en de kapitaalmarkt wordt betrokken. De toegenomen concurrentie op de spaarmarkt enerzijds, en bij het uitzetten van leningen anderzijds, veroorzaakt dat het renteverschil dat bij de bank blijft hangen minder groot wordt.

De looptijd van die aangetrokken en uitgezette gelden wordt in principe gematched aan weerszijden van de balans. Maar in tijden dat de rente op kortlopende leningen lager is (vorig jaar in Nederland gemiddeld 4,6 procent) dan de rente op langlopende leningen (gemiddeld 6,9 procent vorig jaar), is het profijtelijk om verhoudingsgewijs meer kortlopend geld aan te trekken en meer langlopend geld uit te zetten. Zowel De Nederlandsche Bank als speciale comité's binnen de banken zelf zien er overigens op toe dat deze mismatch niet te groot wordt: als de kortlopende rente plotseling onvoorzien stijgt, kan een bank met een forse mismatch in de problemen raken, zoals Mees & Hope (nu onderdeel van MeesPierson) eind jaren tachtig overkwam.

Zowel ABN Amro als de Rabobank, die deze week de jaarcijfers presenteerden, zagen hun rentemarge vorig jaar afnemen. Bij de Rabo stegen de rente-inkomsten daarom met maar 2,5 procent, maar bij ABN Amro stegen ze toch nog met 4,6 procent. De coöperatieve Rabo, die minder winstgericht is dan ABN Amro, deed het met de mismatch veel rustiger aan. ABN Amro's Kalff haalde daarentegen het balansbeleid juist aan als reden voor het op peil blijven van de rente-inkomsten, waarbij het buitenlands bedrijf zorgde voor de grootste stijging.

Van zowel provisie als rente moesten de stijging van het bedrijfsresultaat van Rabo (met 7 procent) als dat van ABN Amro (met ruim 14 procent) het niet hebben. Wel van de transacties op de financiële markten. Dat was ook niet moeilijk, na het rampzalige jaar 1994 toen beleggers - waaronder de banken zelf - bij de plotselinge rentestijging massaal op het verkeerde been stonden en verliezen moesten incasseren. Rabo's inkomsten uit financiële transacties vervijfvoudigden vorig jaar tot 272 miljoen gulden. Die van ABN Amro stegen wereldwijd met bijna 30 procent tot 1,2 miljard gulden. Die resultaten waren zelfs hoger geweest wanneer ABN Amro zich niet had veroorloofd om de 105 miljoen gulden aan reserveringen te nemen voor mogelijke valuta-gerelateerde koersverliezen op uitgezette middelen in Brazilië: ligt daar misschien een grote (en riskante) mismatch van de bank?

De betere resultaten uit de financiële handel zijn ook het gevolg van de strategie om meer middelen in te zetten om deze bron van inkomsten uit te bouwen. Vooral het derivatenbedrijf, waarbij wordt gehandeld in opties, termijncontracten, ruilcontracten (swaps) en allerhande tussenvormen, heeft prioriteit. De onder de derivatencontracten liggende bedragen, die de banken onder beheer hebben, zijn vorig jaar wederom gestegen. Bij Rabo ging deze buiten-balanspost, volgens navraag, omhoog van 583 miljard gulden tot 663 miljard gulden. Dat is meer dan tweemaal het officiële balanstotaal van de bank. ABN Amro ging gisteren niet verder dan een stijging van “tussen 20 procent en 30 procent” prijs te geven, waarmee de derivatenposities zijn gestegen van 1229 miljard gulden tot tussen 1500 en 1600 miljard gulden. Dat is bijna driemaal het officiële balanstotaal. De opbrengst van de derivatenhandel vertienvoudigde bij ABN Amro vorig jaar tot 162 miljoen gulden. Bij de Rabo werd het cijfer niet uitgesplitst, maar de dealingroom, waar de financiële transacties plaatshebben, werd vorig jaar met 34 werkplekken uitgebreid tot 140. Een groot deel van die uitbreiding was voor de derivatenhandel.

Gezien de koersstijging van ABN Amro gisteren zien beleggers de resultaten over 1996 met vreugde tegemoet. In de kern van Europa, waaronder Nederland, is het verschil tussen de kortlopende en langlopende rente inmiddels verder opgelopen, tot 3,5 procent. Dat is gunstiger dan vorig jaar en zal gezien het balansprofiel moeten leiden tot hogere rente-inkomsten. De dollar, waarvan de daling met 12,2 procent over vorig jaar de bank 149 miljoen gulden aan winst kostte, bevindt zich in 1996 nog steeds boven 1,59 gulden, die ABN Amro als gemiddelde hanteerde over 1995. Bij een gelijke dollarkoers gaat de winst van ABN Amro vanzelf met tegen de 7 procent omhoog. Daartegenover staat de onzekerheid op de obligatiemarkt. Gezien ABN Amro's omvangrijke handelsportefeuille, kunnen koersschommelingen op de obligatiemarkt grote invloed hebben op de handelsresultaten van de bank. En op de aandelenkoers van de bank zelf, die vorig jaar gelijk opging met de dollar- en de obligatiekoersen.

Die perceptie van beleggers voor de gevoeligheid van ABN Amro voor de schommelingen op de financiële markten vindt Kalff overdreven, zo liet hij gisteren doorschemeren. Waarmee de bestuursvoorzitter nogmaals wilde onderstrepen dat het ouderwetse krediet- en provisiebedrijf de ruggegraat van de bank blijft. Ook al zaten de echte winstmakers vorig jaar in de dealingroom.