Farce majeure

Nederland heeft er weer een overlegorgaan bij: het Nationaal Platform voor de introductie van de Euro. Achttien mannen gaan inventariseren wat de kosten zijn van de invoering van de Europese munt en zullen voorlichting geven. Geld en vrouwen gaan blijkbaar niet samen.

De samenstelling van de commissie is een ongewone afspiegeling van de (economische) werkelijkheid: een vertegenwoordiger van consumentenbelangen, een boerenleider, een representant van de gemeenten, twee werkgeversvoorlieden, drie vakbondsvoorzitters, twee bankiers, twee superbeleggers, een beursvoorzitter, een centrale-bankier en vier ambtenaren.

Is het aantal achttien toeval of opzet? Als het om het grote geld gaat, heeft Nederland iets met het getal zeventien. De Heeren Zeventien leidden de VOC, een van de eerste multinationale ondernemingen ter wereld. Daarna was het een tijdje stil, maar tien jaar geleden was er de lobbygroep om Amsterdam op te stoten in de vaart der volkeren als een internationaal financieel centrum. Weer zeventien. De Europese centrale bank ging aan Amsterdam voorbij, maar dat was nooit de opzet van de lobby geweest, zeiden de deelnemers.

Al met al vielen de successen tegen. Het meeste effect had de hervorming van het handelssysteem van de Amsterdamse effectenbeurs. Een van de mislukkingen was het promoten van de ecu als munt voor leningen van bedrijven en overheden. Niemand wilde vooroplopen. Ecu heet straks Euro. Farce majeure?