Duitse regering wil belediging soldaat strafbaar stellen

BONN, 1 MAART. Belediging van de “eer van soldaten” of van de Bundeswehr moet strafbaar worden gesteld door haar strafrechtelijk in één categorie onder te brengen met spionage, sabotage en propaganda voor een buitenlandse vijand. Over zo'n aanvulling in het Duitse wetboek van strafrecht (in art. 109) zijn de Duitse regeringspartijen (CDU/CSU en FDP) het gisteren eens geworden.

Het wetsvoorstel, dat na lang touwtrekken tussen FDP-minister Edzard Schmidt-Jortzig en de CDU/CSU is ontstaan, moet de strafbaarheid verzekeren van leuzen als “Soldaten zijn moordenaars”. Deze aan de vooroorlogse pacifistische en antinazistische auteur Kurt Tucholsky ontleende leus zorgde anderhalf jaar geleden in Duitsland voor grote opschudding in de Bundeswehr en grote delen van de regeringscoalitie.

Namelijk nadat destijds het Constitutionele Hof in Karlsruhe, de hoogste Duitse rechter, de veroordeling had vernietigd van een man die een sticker met deze tekst op de achterruit van zijn auto had geplakt. Het Hof oordeelde in zijn arrest dat de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting in dat geval zwaarder moest wegen dan het aspect van de belediging, temeer omdat die niet specifiek op een of meer bepaalde militairen of uitdrukkelijk op de Bundeswehr gericht was.

Dat arrest leidde tot grote politieke commotie. Kanselier Helmut Kohl en minister Volker Rühe (CDU, defensie) maakten er groot bezwaar tegen en verklaarden zich met nadruk solidair met de Bundeswehr en alle Duitse militairen. Deze openlijke kritiek uit de wetgevende macht op een arrest van de hoogste rechter voerde vervolgens tot bezorgde commentaren van de SPD en de bond van Duitse rechters. In de SPD, een partij die zich in het vooroorlogse Duitsland altijd heeft verzet tegen het nazisme en na Hitlers machtsoverneming in 1933 werd verboden, werd er ook op gewezen dat Tucholsky's leus niet los kon worden gezien van de tijd waarin hij schreef.

In de nu voorgestelde wetstekst wordt de strafbaarheid van zulke beledigingen gekoppeld aan de vraag of zij eraan bijdragen het publieke aanzien van het leger te beschadigen. Volgens CDU-Bondsdagspecialist Norbert Geis zal het Constitutionele Hof straks dan ook “niet meer aan een andere afweging kunnen ontkomen”. Kritici van het voorstel, tot wie vermoedelijk ook de minister van justitie zelf tot op zekere hoogte behoort, houden er echter rekening mee dat het Hof ook straks aan van zijn opvatting ten gunste van de vrijheid van meningsuiting zal blijven vasthouden.