DSM blikt tevreden terug op een 'voortreffelijk' jaar

HEERLEN, 1 MAART. Het vorig jaar was “voortreffelijk”, 1996 zal “goed” zijn, zo keek ir. S.D. de Bree, voorzitter van de raad van bestuur van chemieconcern DSM gisteren in het koffiedik tijdens de presentatie over de jaarcijfers 1995. Er was alleszins reden tot tevredenheid. De netto winst over vorig jaar bedroeg 1.071 miljoen gulden, een ruime verdubbeling ten opzichte van 1994 toen het ook al niet slecht ging. Vorig jaar, kortom, werd het record van 1989 verbeterd. De sprint uit het dal is voortvarend geweest, gegeven het feit dat DSM in '93 nog een verlies maakte van 118 miljoen gulden.

De netto omzet die vorig jaar werd behaald, bedroeg 9,8 miljard gulden, een toename met 9,4 procent vergeleken met het voorgaande jaar. Die stijging in omzet werd voor 14,6 procent bereikt door een hogere opbrengst van de produkten van DSM. Het verkoopvolume nam slechts met 0,9 procent toe. Dat die verkoop betrekkelijk gering was uitgedijd, hing ook samen met het feit dat DSM een paar bedrijven van de hand heeft gedaan, dat het omzetcijfer met 2,5 procent negatief beinvloedde. Dat negatieve effect werd nog versterkt door de wisselkoersen - met name de dollar - die de omzetgroei met 3,6 procent drukte. Maar De Bree moppert daar niet over: “Koersen van yen of dollar zijn zoals ze zijn. Je kunt ze niet beïnvloeden. Een optie zou zijn contracten met afnemers te sluiten die over een langere periode lopen waardoor de fluctuaties voor het bedrijf wat minder hard aankomen. Maar zie de deelnemers aan OPEC (Organisatie van olie-exporterende landen). Als er geen overeenstemming bestaat tussen de producenten valt er weinig te doen aan prijzen”.

Wat de raad van bestuur vooral een prettig gevoel geeft was het bedrijfsresultaat over 1995, dat met 905 miljoen gulden steeg, van 617 miljoen gulden in 1994 tot 1.522 miljoen gulden in 1995. In procenten van de netto omzet nam dat resultaat toe tot 15,5 procent, het was 6,9 procent in '94. Het rendement op het geïnvesteerd vermogen nam toe tot 24,1 procent, terwijl dat in '94 nog 9,1 procent was.

Voorzichtigheid blijft bij chemie-concerns altijd geboden, weet De Bree, want geen industrie-tak lijkt zo conjunctuur-gevoelig. “DSM's resultaten bewegen mee met de conjunctuur in de chemische industrie. Door goed met de cyclus om te gaan is het ons gelukt de afgelopen tien jaar een rendement op het geïnvesteerde vermogen te maken van gemiddeld bijna 15 procent en een rendement op het eigen vermogen van gemiddeld 16 procent”.

De Bree schrijft dat resultaat toe aan “de kracht van DSM om maximaal te profiteren van de betere marktsituatie”. Dat zal zonder twijfel zo zijn, maar ook de inmiddels afgeronde herstructurering van het bedrijf, dat de naam Concern 2000 draagt, heeft daar sterk aan bijgedragen. “DSM is nu kerngezond en financieel sterk, zowel in staat om optimaal te profiteren van gunstige marktomstandigheden als om slechte te doorstaan. Onze organisatie is slagvaardig en efficient. Als we kijken naar produktiviteit, dan blijkt die vergeleken met vier jaar geleden met 50 procent te zijn gestegen op basis van verkoopvolume per werknemer”, aldus De Bree.

Om toch ook slechte marktomstandigheden beter dan weleer het hoofd te kunnen bieden, ziet het bedrijf uit naar mogelijkheden om activiteiten aan te trekken die verderop in de bedrijfskolom liggen. Het is immers met name de basischemie, die zo gevoelig is voor conjuncturele cycli. “Voor DSM is een groeiperiode aangebroken, waarin we selectief investeren om onze goede posities in de basischemie te behouden en om onze posities in de “performance materialen”, fijnchemie en kunststofverwerking uit te breiden. Tot de performance materialen rekenen we polypropeen, engineering plastics en elastomeren. Door deze investeringen komt het zwaartepunt van onze activiteiten verderop in de bedrijfskolom te liggen, waardoor onze resultaten geleidelijk aan minder cyclisch zullen zijn”, aldus De Bree.

Deze strategie is overigens een voorzetting van hetgeen waarvoor al eerder was gekozen. De omzet van performance kunststoffen was in 1986 drie maal geringer dan in 1995. Het aandeel fijnchemie is 2,5 maal groter geworden, terwijl het aandeel van basischemicalien - de bulkproduktie - is geslonken van 41 procent tot 24 procent.

De acquisities van vorig jaar en de joint-ventures die DSM is aangegaan passen ook in dat streven. Vorig jaar al meldde De Bree, dat het concern graag wat meer voet aan de grond zou krijgen in de farmacie. Dat is in zoverre gelukt, dat DSM inmiddels een belangrijke toeleverancier is van die bedrijfstak. De Bree rekende voor dat van de tien best verkochte geneesmiddelen op de wereld, er vijf zijn waarin componenten zijn verwerkt die door DSM worden gemaakt.

Het innovatieve gezicht van DSM wordt dus steeds belangrijker. Het concern haakt daarom in bij het initiatief van de ministers Ritzen (onderwijs en wetenschappen), Wijers (economische zaken) en Van Aartsen (landbouw natuurbeheer en visserij) om in Nederland vijf topinstituten tot stand te brengen. DSM zou graag mee doen aan een Technologisch Topinstituut Polymeren en Polymeerverwerking, want het zou graag het dure onderzoek samen doen met anderen, zoals andere ondernemingen, universiteiten en onderzoeksinstellingen. Daar is volgens De Bree ook alles voor te zeggen. Deze industrie-tak genereert op het ogenblik een omzet van 26 miljard gulden in Nederland, biedt in directe zin werk aan 64.000 mensen en indirect aan het drievoudige daarvan. “Met zo'n instituut kan Nederland zijn concurrentie-positie op het gebied van kunststoffen versterken”. En die kansen liggen er, want, zo zegt De Bree, op universiteiten en bij instituten is hoogwaardige kennis op dit gebied aanwezig, maar versnipperd.