Diplomatieke legpuzzel wordt allengs moeilijker

Diplomatie is puzzelen met handicaps. Of de stukken van de puzzel sluiten niet goed aan. Of, als ze dat wel doen, wordt iets heel anders dan het beoogde plaatje zichtbaar. Of er zetten zich spelers aan tafel die het niet om de oplossing is begonnen. De militaire uitvoering van het Dayton-akkoord heet bijvoorbeeld vlekkeloos te zijn, maar de geïnspireerde exodus uit Servisch-Sarajevo en de steeds weer oplaaiende haat tussen moslims en Kroaten in het door de Europese Unie beheerde Mostar plaatsen de vredestichters voor nauwelijks te verwerken tegenslagen.

In het Midden-Oosten staat het overigens bevredigend verlopende 'vredesproces' tussen Israel en de PLO onder voortdurende zware druk van bloedige extremistische aanslagen, wat om redenen van politieke opportuniteit een nogal hortend ritueel van hervatting en opschorting van de onderlinge betrekkingen tot gevolg heeft.

Europese voornemens om het met Saddam Hussein maar weer eens op een profijtelijk akkoordje te gooien worden doorkruist door de gewelddadige ontknoping van een strijd om de macht tussen de clan van Saddam en de schoonfamilie van zijn dochters.

De NAVO breekt zich het hoofd over de eigen continuïteit en zoekt nieuwe taken in het oosten en zuidoosten van Europa. Tezelfdertijd vliegen twee NAVO-partners, Griekenland en Turkije, elkaar bijkans in de haren over een onbewoonde rots die dankzij gewijzigde internationale regelgeving plotseling aan betekenis heeft gewonnen. De doordachte politiek van de Europese Unie om het strategisch gelegen Turkije in de vorm van een douane-unie nauwer aan zich te binden raakt door dit conflict belast nog voor zij goed en wel vorm heeft gekregen. Opnieuw blijken gebeurtenissen op de Balkan West-Europa te kunnen verdelen.

In het Verre Oosten streven de Verenigde Staten naar een duurzame en winstgevende verhouding met China. De regering-Clinton heeft zich inmiddels neergelegd bij de morele en politieke extravaganties van dat land. Maar dat weerhoudt China er niet van de inzet van het spel te verhogen. Met de bedoeling de aanstaande presidentsverkiezingen op Taiwan naar zijn hand te zetten, heeft Peking het eiland voor de verandering maar weer eens met herovering bedreigd. Over de militaire kansen daartoe zijn de deskundigen verdeeld, maar vast staat dat China de gang van zaken op de eiland-staat behoorlijk in de war kan sturen. Washington zou hier voor een niet-begeerde keuze kunnen komen te staan. Waren het vorig jaar de nucleaire plannen van Noord-Korea die de Amerikaanse regering in opschudding brachten, hun betekenis verbleekt nu de Chinese leviathan zich roert.

Dichter bij huis lopen de zaken evenmin naar wens. De chaotische toestand op Haïti met zijn uitwaaiering naar Amerika's black vote mag wat uit het nieuws zijn verdwenen, er is nog altijd het reliek uit de Koude Oorlog, Castro's Cuba. Zonder enige aankondiging schiet de Cubaanse luchtmacht een tweetal vliegtuigjes met Cubaanse dissidenten aan boord uit de lucht en torpedeert daarmee de voorzichtige dooi die na bijna 35 jaar strenge vorst zich tussen beide landen bezig was te voltrekken. In een Amerikaans verkiezingsjaar kan er nu eenmaal niet op Cubaanse provocaties worden gereageerd met een beleid van benign neglect.

De laatst overgebleven supermogendheid, de Verenigde Staten, heeft zelfs in haar zogenoemde achtertuin blijkbaar de regie niet afdoende in handen. Het zijn de Cubaanse ballingen die de spelregels maken. Dat was zo in 1961, met de (mislukte) invasie in de Varkensbaai - een onderneming waarbij een onverantwoordelijk handelende CIA de handen van een jonge president bij voorbaat had gebonden - en dat is in 1996 nog steeds het geval.

Vanuit hun hoofdkwartieren in Miami organiseren de dissidentenleiders hun campagnes, waarvan de gevolgen voor rekening van de regering in Washington komen. Zoals nu de onderschepte luchtpatrouille, die behalve het redden van bootvluchtelingen het verspreiden van propagandamateriaal boven Cuba tot taak zou hebben gehad.

De bootvluchtelingen waren al eerder een steen des aanstoots in de Amerikaans-Cubaanse betrekkingen, maar met een consulair akkoord tussen beide staten over een geregelde emigratie scheen het probleem opgelost. Een tijdlang is het ook goed gegaan, maar, zoals achteraf blijkt, niet iedere potentiële emigrant heeft van de regeling gebruik kunnen maken. Voor de buitengeslotenen zijn niet-zeewaardige hulkjes het laatste redmiddel gebleven. Dat de Cubaanse diaspora in Florida zich hun lot heeft aangetrokken, valt gemakkelijk te verklaren. Maar dat zij de gelegenheid heeft gekregen om de reddingsoperaties voor verderstrekkende en van Amerikaans standpunt beschouwd laakbare doeleinden te gebruiken, mogen de federale autoriteiten zichzelf wel verwijten. Hun eigen hardleersheid speelt die autoriteiten thans parten.

Sinds de opsplitsing van de Sovjet-Unie bepaalt de Amerikaanse buitenlandse politiek zich tot de verbreiding van democratie en vrije markt in de wereld. Volgens de Amerikaanse ideologie zijn dit twee zijden van dezelfde medaille. Soms zal de democratie het trekpaard zijn, vaker de markt, maar uiteindelijk zullen zij samenvloeien.

De Europese politiek, voorzover daarvan al kan worden gesproken, is aanzienlijk bescheidener. Zij richt zich op de organisatie van de eigen integratie en op uitbreiding van het proces van eenwording naar die delen van het continent die 45 jaar lang van het vrije Europa geïsoleerd zijn gehouden. Sommigen zullen dagdromen over een aanstaand krachtig herstel van de Europese invloed in de wereld, maar vooralsnog loopt Europa daar in het spoor van de Amerikanen.

De grote lijnen van de ontwikkeling naar regionalisering, mondialisering en globalisering worden vrijwel dagelijks overschaduwd door vaak afschuwelijke incidenten die de beleidsmakers eraan herinneren dat hun concept niet iedereen overtuigt en dat hardnekkige tegenstand geen uitzondering is. Dissidente groepen en staten hebben hun eigen prioriteiten, en zij zijn bereid ter verdediging daarvan geweld te gebruiken of er althans mee te dreigen of ten minste de heersende trends te verstoren. De manifestatie daarvan wordt dikwijls als een verrassing ervaren, terwijl zij meestal voorspelbaar was. Als de leidende mogendheden beter voorbereid zouden zijn op de afweer die zij oproepen, zou het puzzelen hun een stuk gemakkelijker afgaan.