Cultureel hoeder zonder centen

DEN HAAG, 1 MAART. Wat is er mogelijk in een stad zonder centen? Hoe kan cultuur overeind blijven terwijl de gemeente financieel aan de grond zit? Moeten de kunstinstellingen zeuren om geld bij een armlastig gemeentebestuur of moeten ze zich maar gewoon naar de markt richten?

Nee, zo is het ondubbelzinnige antwoord dat gisteren werd gegeven door de deelnemers aan een debat over de Haagse cultuur, georganiseerd door de Haagsche Courant. Den Haag heeft de laatste jaren ingrijpende bezuinigingen doorgevoerd, en de komende jaren zullen er andere volgen, maar het gaat te ver om daaruit de conclusie te trekken dat de Haagse kunstwereld niets meer van de gemeente te verwachten heeft. De gemeente is en blijft de “beschermheer” van kwetsbare en vernieuwende kunst, de “beheerder” van het culturele erfgoed, bijvoorbeeld door het steunen van renovaties van het Gemeentemuseum en de Koninklijke Schouwburg.

Natuurlijk, de Haagse kunstinstellingen moeten iedere gelegenheid aangrijpen om zelf geld aan te trekken. “Ze moeten weten hoe ze het publiek naar binnen kunnen halen”, zoals mevrouw L. Engering, wethouder van cultuur, het uitdrukte. Dat is het economische aspect dat de kunst altijd heeft. Zie het grote succes van de Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis.

Maar kunst gedijt niet bij sponsoring en rijksbijdragen alleen. Een gemeente moet juist kleinschalige initiatieven steunen. Dat is, aldus voorzitter J. Molier van het Centrum voor Amateurkunst, de “humuslaag” zonder welke geen enkele kunstvorm kan ontstaan. “Een passieve overheid is funest voor het culturele klimaat in de stad”, aldus Molier. “We moeten niet alleen achterover leunen en zeggen: kijk eens wat we in Den Haag allemaal al hebben.”

Wie de kunst overlevert aan de markt, zei directeur H. van Westreenen van de Koninklijke Schouwburg, kan een aanbod aan kunstuitingen verwachten dat precies beantwoordt aan de vraag van het publiek, het is verstrooiende kunst zoals, met alle respect, in het Circustheater van Joop van den Ende wordt verkocht. “Echte kunst is vernieuwend, bij echte kunst schept het aanbod een vraag.”

Resteert de vraag wat vernieuwende Haagse kunst is. Is ieder nieuw initiatief, zoals van regisseur Guusje Eybers die in het voormalige zwembad De Regentes toneel “voor iedereen” wil maken en daarvoor subsidie wil ontvangen, ook vernieuwend? Dat weigerde wethouder Engering te geloven. “Vernieuwing kan ook binnen bestaande, erkende kunstinstellingen gevonden worden. Je kunt niet zeggen: we hebben Het Nationale Toneel nu al zo lang gesubsidieerd dat doen we maar niet meer.”

Ten slotte de definitie van cultuur volgens wethouder Engering. “Onder cultuur versta ik alle uitingen van kunst die wij hebben voortgebracht en die we nog aan het voortbrengen zijn.”

Overigens is wethouder Engering tegenstander van het Haagse plan voor een nieuw operatheater, dat volgens haar ten koste zal gaan van de andere zalen in Den Haag. “Ik ga daar niet voor sjouwen”, aldus de wethouder.