Chirac kritiseert banken ten overstaan van de wereld

PARIJS, 1 MAART. De Franse bank-sector heeft uit onverwachte hoek zware kritiek gekregen. President Jacques Chirac, op reis in Azië om de banden tussen de Frankrijk en de snelst groeiende economieën aan te halen, heeft ten overstaan van de wereld in Singapore gezegd dat de banken “hun verantwoordelijkheid niet nemen ten opzichte van het Franse bedrijfsleven”.

De Franse banken, die deze week zeer teleurstellende resultaten publiceerden, kregen opnieuw het verwijt dat zij de voor herstel van de groei essentiële rente-verlagingen door de Banque de France onvoldoende en te laat doorgeven aan de klanten. Burgers kopen daardoor te weinig en het bedrijfsleven leent te duur en investeert daardoor te weinig. Die kritiek is inmiddels herhaald door leden van de Franse regering die worstelt met een weer oplopende werkloosheid (bijna 12 procent) en een groei die niet of nauwelijks van de nullijn loskomt.

De Franse president heeft buitenlandse bankiers verrast met zijn openlijke aanval op de banksector in zijn land. Men ziet kanselier Kohl of premier Major op een promotie-reis nog niet vlug zeggen dat de slechte resultaten van de banken in eigen land het gevolg zijn van “slecht management” en dat de manier waarop het midden- en kleinbedrijf in de steek wordt gelaten “een reden tot wanhoop” is. Chirac zei dat hij “overal” hoorde dat Franse ondernemers overal in de wereld hun toevlucht nemen tot buitenlandse bankiers.

Het duurde even voor Franse bankiers reageerden. André Lévy-Lang, president van Paribas (4 miljard francs verlies in 1995) veronderstelde op Radio Classique dat het staatshoofd “vast niet doelde op Paribas; wij doen namelijk veel voor midden- en kleinbedrijf”. Overigens accepteerde hij dat er ruimte voor kritiek was: “Het kan altijd beter”. Marc Viénot (president van Société Générale) liet een woordvoerder zeggen dat hij op zakenreis was in Argentinië, “een bewijs dat we niet stilzitten”.

Van de staatsbank Crédit Lyonnais is nog geen reactie vernomen. Ook na afsplitsing van de verlieslijdende en dubieuze deelnemingen heeft de bank, die eind jaren tachtig en begin negentig miljardenverliezen boekte door onverstandige deelnames in onroerend goed en film-industrie, nog steeds de weg naar rentabiliteit niet helemaal teruggevonden. De vergelijking met de recente resultaten van de Britse banken legt de meeste Franse bankiers het zwijgen op.

Een bankier, die anoniem wenste te blijven, sloeg de bal vanmorgen in de financiële krant La Tribune terug door te zeggen: “De staat is de belangrijkste aandeelhouder van de meeste banken die in moeilijkheden verkeren. Als de staat zich wil overgeven aan een rondje zelfkritiek, laat ze hun gang gaan.” Een collega: “Wij willen het midden- en kleinbedrijf best helpen. Zo lang er droog brood te verdienen valt. Vorig jaar hebben de banken weer 60 miljard franc (20 miljard gulden) aan voorzieningen moeten treffen.” Een particuliere bankier wijst erop dat de staat de eigen banken voorrechten gunt die de concurrentie scheeftrekken.

Franse bankiers erkennen onder vier ogen dat de sector toe is aan ingrijpende herstructurering. Er is te veel aanbod, te veel personeel en te weinig efficiënte dienstverlening. Daardoor zijn de marges ongezond krap.