Casserole van jonge hondjes; Onderhoudende 'culi-roman' van John Lanchester

John Lanchester: The Debt to Pleasure. Uitg. Picador, 232 blz., Prijs ƒ 34.65.; De schuld van het genot, vert. Ronald Jonkers, Uitg. Bert Bakker, 256 blz., Prijs ƒ 34,90.

Met veel publiciteitsfanfare presenteert uitgeverij Picador de grote hype van dit voorjaar, die nog voordat iemand iets gelezen heeft getipt wordt als 'de grote Engelse roman van de jaren '90': The Debt to Pleasure van John Lanchester. Voor Nederland wist uitgeverij Bert Bakker met veel moeite en vast een diep in de buidel tasten de vertaalrechten te verwerven. De vertaling komt deze week tegelijk met de originele gebonden Engelse versie uit. Lanchesters eerste roman is bijzonder amusant, de ik-verteller geestig en ongehoord pedant, de toon doorgevoerd ironisch maar zonder vervelend te worden, de stijl is net als de toon perfect in overeenstemming met het onderwerp, en de informatieve waarde is op een smal terrein heel groot. Tarquin Winot is een niet onbemiddeld kunstenaar en een 'culi', een man met een brede culturele belangstelling en een vergaande passie voor koken. Zijn gastronomic armamentarium is schrikwekkend, hij belaagt de lezer met de allerverfijndste sensaties en wetenswaardigheden uit de keuken. Hij weet er echt alles van, en zijn kennis beperkt zich niet tot Europa of de kookkunst van nu. Zoals dat gaat verbindt deze liefhebber, met het hautaine dat de ware culi kenmerkt, aan eten en alles wat er omheen gebeurt hele filosofieën, psychologieën en sociologieën. Mild glim- en soms schaterlachend laat de geamuseerde lezer zich meevoeren door die betweterige kwast van een verteller, tot laat en slechts langzaam het vermoeden begint te sudderen dat er iets stinkt in de keuken van Tarquin Winot. Hij draagt niet alleen fatterig een valse snor maar beschikt daarnaast over diverse pruiken. De al te onbewogen gedane mededeling dat hij als jongetje de hamster van zijn broer vergiftigde wekt argwaan, net als het even onbewogen verhaal over de zelfmoord van een oude kokkin, het onder een trein komen van een andere kok van zijn ouders, en waarom draagt hij in hemelsnaam de Mossad Manual of Surveillance Techniques bij zich? We krijgen deze gegevens niet zomaar plompverloren, ineens voorgeschoteld. Winot lardeert zonder een ogenblik zijn lichte en onderhoudende converseertoon te laten vallen zijn verhaal met onafzienbare mijmerijen over kokkerellen en tot in het absurde uitgelezen spijzen. Welgedaan, half versuft door de uitgeschonken fijne wijnen en de bespiegelingen van gastheer Winot bemerkt de lezer pas veel te laat dat hij betrokken raakt bij een nieuwe aanslag van een koelbloedige seriemoordenaar. Doelwit is een echtpaar waarvan de vrouw op hun huwelijksreis probeert in contact te komen met Winot als de broer van de beroemde maar jong aan een giftige paddestoel gestorven kunstenaar Bartholomew Winot, over wie zij een biografie aan het schrijven is. Maar Tarquin Winot beschouwt haar liever als zijn eigen biograaf en medewerkster - wat zijn zelfingenomen antwoorden op haar vragen bizar en komisch maakt. Niet zijn succesvolle artistieke broer, of hun bij een 'spontane' brand omgekomen ouders zijn van historisch belang maar hijzelf, als kunstenaar met een unieke visie op de esthetiek van de leegte, de weglating, de afwezigheid; 'art, an affair of farewells and absences'.

Wie zou niet willen aanschuiven bij Tarquin Winot? Hij citeert Churchill, Auden, Job, Spinoza, Villon en Freud, geeft tal van recepten prijs van de meest exquise gerechten, verhaalt luchtig van zijn eerste kennismaking met een welbereide puppy casserole, schakelt moeiteloos over van mammoetjagers op het inkopen doen voor een barbecue, en verveelt geen moment met zijn 'gastro-historico-psycho-autobiographico-anthropico-philosophic lucubrations'. Zijn vergelijking, aan het slot van de roman, van een kunstenaar met een moordenaar (en vice versa) is briljant, het ultieme toefje op het grand dessert. “Destruction is as great a passion as creation, and it is as creative too - as visionary and as assertive of the self. The artist is the oyster, but the murderer is the pearl.”

John Lanchester (1962) was culinair journalist voor The Observer en werkt als redacteur voor de London Review of Books. Of hij in een keer 'de grote Engelse roman van de jaren '90' heeft geschreven moeten we over een jaar of vier nog maar zien, maar hij zou wel eens tot de Huysmans, een ironische dan, van de twintigste eeuw uitgeroepen kunnen worden.