Akkoord in Stichting van de Arbeid; Betere rechtspositie bij flexibele arbeid

DEN HAAG, 1 MAART. Onderhandelaars van werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid hebben vandaag een akkoord bereikt over de positie van flexibele werknemers en de uitzendbranche. Het kabinet heeft hierover in december advies gevraagd nadat het overleg binnen het kabinet was stukgelopen.

Hoofdlijn van het akkoord is dat de rechtspositie van op- en afroepkrachten wordt versterkt, evenals die van uitzendkrachten. De uitzendformule zoals die nu bestaat blijft het eerste jaar gehandhaafd. De mogelijkheid om voor langere tijd tijdelijke contracten af te sluiten wordt verruimd. Voortaan vallen uitzendkrachten na zes maanden onder de bepalingen van het burgerlijk wetboek, net als overige werknemers. Voor hen geldt dan een arbeidsovereenkomst. Aan zo'n arbeidsovereenkomst zitten bepaalde rechten en plichten vast. Zo is de werkgever verplicht om loon door te betalen als er even geen werk is.

Werkgevers- en werknemersonderhandelaars in de Stichting van de Arbeid hebben afgesproken dat ze via de CAO de arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten tot een periode van een jaar buiten werking stellen. Gedurende dat jaar kunnen uitzendbureaus doorgaan met het voor kortere duur uitlenen van personeel, zonder dat ze vastzitten aan de plichten die de wet straks voorschrijft. In de CAO kunnen werkgevers en werknemers in de uitzendbranche wel afspraken maken over scholing, pensioen en andere arbeidsvoorwaarden.

Als uitzendkrachten twaalf maanden voor één of meer uitzendbureaus hebben gewerkt krijgen ze meer rechten. Zo gaat bijvoorbeeld een loongarantie gelden. Als een uitzendbureau geen werk heeft moet drie maanden loon worden doorbetaald. Op enig moment zal het recht ontstaan op een vast dienstverband. Hierover worden per CAO afspraken gemaakt.

Werkgevers en werknemers hebben ook afspraken gemaakt over de contracten voor bepaalde tijd. Gedurende een periode van drie jaar kan driemaal een tijdelijk contract met dezelfde werknemer worden afgesloten. Nu krijgen werknemers na eenmaal verlengen van een tijdelijk contract allerlei rechten, zoals ontslagbescherming.

De proeftijd blijft maximaal twee maanden. Dit wijkt af van de nota Flexibilisering en Zekerheid die minister Melkert (Sociale Zaken) in december namens het kabinet naar de Tweede Kamer stuurde. Melkert wilde dat per CAO een langere proeftijd kon worden afgesproken.

Over de structuur van de uitzendbranche zullen langdurige afspraken worden gemaakt. Werkgevers- en werknemersonderhandelaars denken aan een meerjarige CAO (vijf jaar), of een convenant.

Pagina 15: Pensioen en scholing voor uitzendsector

De vertegenwoordiger van de werkgevers in de uitzendbranche, de ABU, is bereid om pensioenopbouw en opleiding te gaan regelen voor uitzendkrachten waarmee een langdurige verbintenis bestaat. Afspraken daarover zullen eveneens in de meerjarige CAO of een convenant worden vastgelegd.

Omdat een aantal onderdelen van het akkoord nog nader moeten uitgewerkt en in een CAO moeten worden verankerd hebben werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid in een brief aan minister Melkert (Sociale Zaken) om een maand uitstel verzocht. Oorspronkelijk zouden ze voor vandaag advies hebben moeten uitbrengen. Minister Melkert verleent uitstel tot 4 april en zal de Tweede Kamer verzoeken om “geduld te betrachten”.

Melkert hoopt door het akkoord van de sociale partners voor een belangrijk deel alsnog zijn gelijk te halen in het kabinet. Oorspronkelijk wilde Melkert de proeftijd voor werknemers verlengen tot zes maanden, waarna een arbeidsovereenkomst met loondoorbetalingsverplichting voor werkgevers zou gaan gelden. Melkert raakte hierover in conflict met de ministers Zalm (Financiën) en Wijers (Economische Zaken), die zijn voorstellen een “doodsteek voor de uitzendbranche” vonden. Het akkoord dat de sociale partners nu hebben gesloten geeft flexibele werknemers die voor langere tijd op tijdelijk contract werken meer zekerheid, terwijl anderzijds de flexibiliteit van de arbeidsmarkt blijft gewaarborgd.

Het akkoord behelst verder dat het vergunningenstelsel en de maximale uitzendtermijn (formeel zes maanden, maar feitelijk al een jaar) overeenkomstig de plannen van het kabinet worden afgeschaft.

Werknemers die op op- of afroep beschikbaar zijn krijgen aanvullende rechten. Wanneer zij langere tijd achtereen werken moet de ondernemer aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Bij contracten van bepaalde tijd (bijvoorbeeld een half jaar of een jaar) is tussentijdse opzegging alleen mogelijk via schriftelijke opzegging.