Wijffels: criteria EMU iets soepeler

UTRECHT, 29 FEBR. Een lichte versoepeling van de toetredingscriteria voor de Ecomische en Monetaire Unie (EMU), moet mogelijk zijn wanneer een aantal lidstaten er door de tegenvallende economische groei net niet in slaagt om in 1997 aan de eisen te voldoen. Dat heeft Rabo-topman H. Wijffels gisteren gezegd na afloop van de presentatie van de jaarcijfers van de bank. Wijffels, die zich de afgelopen jaren profileerde als een sterk voorvechter van de muntunie, stelt daarmee het halen van de startdatum van 1999 voor de EMU boven een strikte interpretatie van de toelatingseisen, zoals die zijn vastgelegd in het Verdrag van Maastricht.

Het belangrijkste criterium, een begrotingstekort dat niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands produkt, dreigt bij de tegenvallende economische groei in Europa een struikelblok te worden, met name voor Frankrijk. “Als er begin 1998, wanneer de aspirant-leden op de criteria worden beoordeeld, een fractionele overschrijding van die begrotingsnorm blijkt, moet daar een debat over mogelijk zijn,' vindt Wijffels. “Het kan niet zo zijn dat zo'n project zou sneuvelen op een paar tienden van procenten van het begrotingstekort.”

Dat bewindslieden en centrale bankiers in Duitsland, Frankrijk en de Benelux publiekelijk blijven hameren op zowel een strikte beoordeling van EMU-toetreders op het behalen van de criteria als op de startdatum van 1999, vindt Wijffels begrijpelijk. Nu al de deur openhouden voor een soepeler behandeling van de begrotingstekorten zou de begrotingsdiscipline vroegtijdig aanstasten. Wijffels onderstreept dat hij zich niet schaart achter de uitspraken van de Franse oud-president en grondlegger van het Europese Monetaire Stelsel Giscard d'Estaing, die vorige maand de ban brak in Frankrijk door te pleiten voor het te zijner tijd beoordelen van begrotingstekorten in het licht van de conjuncturele ontwikkeling. Die benadering acht hij te soepel. “De euromunt moet hard zijn, en dat kan alleen als de begrotingsnorm wordt gerespecteerd.” Uitstel van de muntunie is volgens de bankier onwenselijk, omdat dat afstel zou kunnen inhouden.

Wijffels zegt begrip te kunnen opbrengen voor de opvatting van de Duitse bondskanselier Kohl, die deze maand in Leuven liet doorschemeren dat het falen van de muntunie politieke instabiliteit in de Europese Unie tot gevolg kan hebben. “Ik bewonder Kohls politieke instinct. Als de muntunie niet doorgaat, dan wordt de Duitse mark de leidende munt in de Europese Unie, in plaats van de euro. Kohl is zich bewust van het zichtbaar worden van de macht van Duitsland in Europa die deze ontwikkeling tot gevolg zal hebben, en alle poltieke consequenties van dien.'

    • Maarten Schinkel