'We hoeven niet de islam te verkondigen'

In Nederland zijn al 29 islamitische scholen. De leraren zijn in hoofdzaak Nederlanders. Ze geven vaak extra goed les in het Nederlands - ook een reden om je kind naar deze scholen te sturen.

'Als je hier een tijdje werkt word je vanzelf een beetje moslim.' Voor de katholiek J. van Elewout vormt zijn geloof geen belemmering in zijn functie als directeur van de Bredase islamitische basisschool Okba Ibnoe Nafi. Het is even stil op zijn school. Een rij schoenen bij de deur van de gymzaal geeft aan waarom: het is tijd voor het dagelijkse gezamenlijke gebed. 'Ik zie veel overeenkomsten tussen de religies', vervolgt Van Elewout. Maar: 'Toch voel ik mij een buitenstaander als ik de kinderen zo zie bidden.'

Nederland kent inmiddels 29 islamitische basisscholen met in totaal zo'n 5.500 leerlingen. Acht scholen hebben een moslim als directeur. Volgens schattingen van de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO) is 25 procent van de docenten moslim, waarvan de helft onderwijs in het Turks of Arabisch geeft: onderwijs in de eigen taal (OET). Op de Okba Ibnoe Nafi school zijn drie van de veertien leerkrachten moslim, waaronder twee OET-leerkrachten. Door 'de opvoeding van thuis op school voort te zetten', probeert de islamitische school haar leerlingen meer eigenwaarde mee te geven. 'Taalverwerving staat voorop', aldus de directeur. Brabants dialect is verboden, algemeen beschaafd Nederlands is de norm.

Maar hoe kunnen Nederlandse docenten de normen en waarden van de islam overdragen? De islamitische grondslag van de scholen is vastgelegd in het reglement, waarop het bestuur van elke school toezicht houdt. 'Het is niet de bedoeling dat de niet-moslims de Islam gaan verkondigen', aldus het reglement. Wel moeten de docenten vorm geven aan de islamitische identiteit van de school door rekening te houden met het feit dat 'Allah de schepper is van alles', dat 'gedragsregels op school volgens normen van de islam behoren' en dat 'leermiddelen die in strijd zijn met de Islam en aanpassing behoeven'.

'Niet-islamitische docenten moeten een bepaalde rol aannemen op school', aldus ISBO-coördinator I. Taspinar. 'Ze moeten tolerant zijn, want sommige dingen kunnen botsen met hun eigen identiteit. Zo behandelen wij op onze scholen wel de evolutieleer, maar we zeggen erbij: wij, als moslims, geloven er niet in. Het is wel eens voorgekomen dat een leerkracht het wel als waarheid verkondigde en dan staan de ouders de volgende dag op de stoep met de mededeling dat ze hun kind van school willen halen.' Voorlichting over de islam is essentieel volgens Taspinar. Hij ziet ook voordelen aan Nederlandse leerkrachten: 'Niet alleen voor de taal, maar ook vanwege de integratie. Via hen leren onze kinderen dat er ook andersdenkenden zijn.'

Het reglement bevat ook kledingvoorschriften en gedragscodes, als een weerspiegeling van de 'innerlijke waarden' nederigheid, bescheidenheid en schaamte. 'Zowel de dames als de heren horen zich als goed voorbeeld voor de kinderen 'zedig' te kleden', aldus het reglement. 'Het gebruik van make-up, parfum en lange nagels is niet toegestaan. Men dient geen korte mouwen, korte rokken en broeken of strakke kleding te dragen.' Behalve een trouwring en een horloge mogen mannen geen sieraden dragen. Vrouwen en meisjes moeten een hoofddoek om hebben. Respect voor ouderen is belangrijk. Daarom wordt de leerkracht met 'u' aangesproken. In de klas moet orde heersen: jongens en meisjes zitten in aparte rijen.

De niet-islamitische docente D. van Alphen vindt deze waarden universeel: 'Ook als ik op een openbare of katholieke school zou werken zou ik van de kinderen eisen dat ze eerlijk en beleefd zijn, elkaar respecteren en niet uitschelden.' Maar docent R. Rossi - evenmin islamiet - zegt: 'Wij zijn op sommige punten wel strenger dan een andere school. Als ik hoor dat een leerling een ander uitscheldt, geef ik hem daarvoor strafwerk. Als ik dat niet zou doen, zou ik de ouders over me heen krijgen. Met vallen en opstaan leer je zo wat wel en niet kan.'

'En daarbij word je wel eens door het bestuur op de vingers getikt,' vult Van Elewout aan. Rossi: 'Als ik bijvoorbeeld tekeningen van de leerlingen in de klas liet hangen, terwijl het project waarvoor ze gemaakt waren al afgesloten was, dan zei het bestuur er iets van. Want dan waren de tekeningen niet meer functioneel. Dat is wel eens moeilijk, want voor die kinderen is het heel leuk om hun werk in de klas te zien hangen.'

Lesmateriaal

Het lesmateriaal op islamitische scholen is aan regels gebonden. Zo is het binnen de islam verboden om afbeeldingen van mensen en dieren te maken, maar het is haast onmogelijk lesmateriaal te vinden zonder plaatjes van mensen en dieren. Besloten is dan ook dat dergelijke afbeeldingen wel mogen als ze functioneel zijn, bijvoorbeeld binnen een project. Verhalen over verliefdheid zijn nog wel te omzeilen, maar 'je kunt geen anatomie geven zonder een plaatje van een mens', aldus Van Elewout. 'Je moet 'feeling' krijgen voor wat wel en niet kan.' Dit levert soms spanningen op tussen het bestuur en de docenten die de kinderen toch tot een bepaald eindniveau moeten brengen. Om het beleid in deze wat meer te coördineren is in april vorig jaar het Islamitisch Pedagogisch Centrum opgericht, dat bestaand materiaal gaat 'screenen' en verder aangepaste methoden gaat ontwikkelen.

Rossi kwam in 1992 via het arbeidsbureau op de Okba Ibnoe Nafi school terecht. Nog steeds ontmoet hij veel vooroordelen, zowel bij de PABO's, als bij collega's. Aan vragen als 'je moet je leerlingen zeker slaan?' is hij gewend geraakt. 'Maar slaan mag hier net zo min als op welke school dan ook.' Van Alphen kon na de PABO toevallig direct aan de slag op de islamitische basisschool in Bergen op Zoom en kwam twee jaar later naar de Okba Ibnoe Nafi. 'Het omgaan met andere culturen heeft mijn leven verrijkt', aldus Van Alphen.

Met de kledingvoorschriften heeft Van Alphen geen moeite: 'Ik zie het als een soort werkkleding. En bovendien, waarom zouden moslims zich altijd aan ons moeten aanpassen?' Van Elewout: 'Op onze school moet je je aan de regels houden. Als je dat niet kunt, dan hoor je hier niet thuis, niet als docent, maar ook niet als leerling of ouder. Als een Marokkaanse moeder, die normaal geen hoofddoek draagt naar school komt, dan moet ze ook een hoofddoek om.' Maar getuigt het verplichten van een hoofddoek nog wel van respect voor anders-denkenden? De ISBO erkent dat dit gevoelig kan liggen. Taspinar: 'Daarom schrijven we de scholen niet dwingend voor hoe strikt zij deze regel moeten hanteren.'

Voor een moslim is het niet gepast iemand van de andere sekse een hand te geven. In Nederland is het echter onbeleefd om iemand géén hand te geven. Hoe gaan de islamitische basisscholen hiermee om? Van Elewout: 'Als directeur ben ik een voorbeeld voor de kinderen en ook al ben ik rooms-katholiek, toch geef ik vrouwen geen hand.' Taspinar en R. Bal van de ISBO geven toe dat het later in de maatschappij veel problemen kan geven als je niet geleerd hebt een hand te geven. Als je als sollicitant de personeelschef geen hand geeft, zul je nooit werk vinden. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?

'Inderdaad', beaamt Taspinar, 'maar waarom kunnen Nederlanders niet leren dat het voor een moslim niet gepast is om iemand van de andere sekse een hand te geven? Wij willen integreren, niet assimileren, want als je integreert mag je je zelf blijven, maar als je assimileert lever je een stukje van jezelf in.' Bal vindt dat de islamitische basisschool voorlichting moet geven over de Nederlandse cultuur: 'Omdat je samenleeft met niet-moslims zal er een soort 'westerse islam' ontstaan, waarin ieder voor zich bepaalt welke regels hij of zij belangrijk vindt. Daarom moeten onze leerlingen beide kanten leren kennen.'

Vlakbij de Okba Ibnoe Nafi school bevindt zich de katholieke basisschool De Liniedoorn. Op de speelplaats spelen Turkse en Marokkaanse meisjes met èn zonder hoofddoek. 'Onze school staat in een multiculturele wijk', aldus directeur Schoone. 'Integratie en het bestrijden van discriminatie staan bij ons voorop. Voor ons houdt dat in dat we ieder individu respecteren en de ruimte bieden. Ook tussen moslims onderling bestaan verschillen, daarom moeten de meisjes zelf maar bepalen of ze een hoofddoek dragen of niet.'

Feesten

Van de leerlingen van De Liniedoorn is 40 procent allochtoon. Gestreefd wordt zoveel mogelijk samen te doen. Daarom viert de school zowel christelijke als islamitische feesten. 'We laten onze leerlingen echter geen dingen doen die niet bij hun geloof passen', aldus J. Schoone. De islamitische basisscholen vieren alleen de belangrijkste islamitische feesten. Schoone: 'Juist binnen een multiculturele samenleving is het belangrijk dat je elkaars cultuur leert kennen. We wijzen op de overeenkomsten, bijvoorbeeld tussen de Ramadan en de Vastentijd. En we betrekken de ouders erbij. Zo staan er ook Marokkaanse moeders koffie te schenken bij de Kerstviering.'

Directeur Schoone van de Liniedoorn is blij met de Okba Ibnoe Nafi school, omdat het ouders de mogelijkheid biedt bewust te kiezen voor onderwijs op islamitische grondslag, maar hij ziet ook nadelen. 'Ik ben bang voor eilandvorming, bijvoorbeeld doordat ze de vrijdagmiddag vrij hebben, omdat de vrijdag hun traditionele rustdag is.'

Zijn ervaring is dat kinderen van de Okba Ibnoe Nafi school niet of nauwelijks deelnemen aan aktiviteiten die in de wijk worden georganiseerd, zoals bijvoorbeeeld knutselmiddagen of fietsen versieren voor koninginnedag. 'De islamitische school heeft kinderen uit de hele stad, de binding met de wijk is minder. Maar de ouders zijn ook bang dat er dingen gebeuren die niet mogen volgens hun geloof. Ouders van onze kinderen kennen de school en weten dat het vertrouwd is. Bijvoorbeeld een disco-avond, dat is echt niet meer dan wat muziek, cola en een zak chips.'

Autoritair

Het leren omgaan met Nederlandse kinderen was voor de moeder van Ayegül (4) een van de redenen om voor De Liniedoorn te kiezen. 'Wij leven hier in Nederland, hier ligt de toekomst van onze kinderen. Bovendien, hoe moet het als ze naar de middelbare school gaat? Er is geen islamitisch vervolgonderwijs. Je kunt niet heel je leven een aparte weg volgen.'

De vader van Khalid (7) en Mohammed (8) vindt de islamitische basisschool te autoritair: 'Je moet niet radicaliseren. Daardoor kun je je kinderen van je vervreemden. Ik weet zelf tussen twee werelden te leven, maar dat wil ik mijn kinderen niet aandoen. Je moet integreren, niet jezelf isoleren.'

Bestuurslid A. Boudzra van de Okba Ibnoe Nafi school en vader van Iman (4)heeft gekozen voor de islamitische basisschool: 'In de eerste plaats wegens de grote aandacht voor de Nederlandse taalverwerving en in de tweede plaats voor de islamitische identiteit.' Hij prefereert dan ook een Nederlandse docent boven een Turkse of Marokkaanse: 'Ik vind het belangrijker dat Iman goed Nederlands leert, zonder een 'allochtonen-accent', dan dat ze les krijgt van iemand die heel goed moslim is.' Hij is tevreden over de islamitische identiteit van de school: 'Het is voldoende dat de leerkrachten het schoolreglement als basis erkennen.'

Moustaslim, OET-leerkracht op de Liniedoorn: 'Er zijn traditionele moslims en moderne. Voor mij geldt dat de islam niet in een hoofddoek of baard zit. De islam zit in je hart. Als je in Nederland een toekomst wil opbouwen moet dat je uitgangspunt zijn.'