Vertalen is zinvolle hersengymnastiek

Graag wil ik enkele addenda/corrigenda plaatsen ten aanzien van de column van Beatrijs Ritsema over inzicht en oppervlakkigheid in het onderwijs (NRC HANDELSBLAD, 7 februari).

Ten eerste zou ik graag willen weten wanneer er is besloten de vertaling Latijn/Grieks uit het eindexamen te halen. Zelf zit ik op een scholengemeenschap waar, schoolonderzoeken inbegrepen, een derde van het eindcijfer wordt bepaald door 'proefvertalingen'; het ouderwetse vertalen dus. Ik heb niet de indruk gekregen dat men daar op korte termijn een eind aan zou willen maken.

Als Ritsema zich destijds nooit bekommerd heeft om esthetiek of stijl van een vertaling, hoeft dat natuurlijk nog geen algemeen kenmerk van vertalende middelbare scholieren te zijn. Regelmatig is de hele klas bij ons op zoek naar 'het' woord dat het allerbeste past, of besluiten we vrijer te vertalen ten behoeve van een mooie vertaling. Dé discussie in onze eindexamenklas is op dit moment zelfs waar de grens ligt van vrij en mooi vertalen.

Wat de zin van het vertalen betreft: wat ik nu wil noemen zal wel oubollig klinken, maar ik heb zelf ondervonden (in al mijn zeventien jaar) dat dat gepuzzel wèl zorgt voor het snel doorzien en gemakkelijk vertalen van teksten in moderne talen, en dat mijn klassiek geschoolde medeleerlingen over het algemeen verzorgde scripties en dergelijke maken.

Ook lijkt het me niet zinvol het Gilgamesh-epos te gaan vertalen, want a. die taal ligt qua grammatica verder af van de onze en is ons vreemder, dus moeilijker, en b. we hebben niets aan geleerde woorden in het Babylonisch bij andere vakken, omdat dat veel minder met bijvoorbeeld het Frans te maken heeft dan Latijnse woorden. Juist dergelijke overeenkomsten zijn zo prettig, omdat ze op den duur de woordjesleertijd aanzienlijk verkorten en efficiënter maken. Ook staat de klassieke cultuur veel dichter bij de onze. Maar deze redenen zijn al zo vaak aangevoerd.

Ik begrijp Ritsema dan ook niet wanneer ze eerst het voorstel doet de leerlingen cryptogrammen te laten oplossen, vervolgens juicht bij het afschaffen van het vertalen van Latijn/Grieks en uiteindelijk het liefst wil dat scholierenhoofden alleen volgepompt worden met kennis omdat ze alles toch niet doorzien.

Cryptogrammen lijken me inderdaad heel nuttig als hersengymnastiek. Het afschaffen van het vertalen is naar mijn mening echter geenszins een niveauverhoging. Ten eerste omdat dan het moeilijke uit het vak zal zijn, zodat het een veredeld expressievak wordt: je hoeft je hersens niet meer te laten kraken, dat is al door anderen voor jou gedaan, en juist de grammatica leert veel over andere talen. Ik begreep de structuur van het Nederlands en het Frans pas echt toen ik enige jaren Latijn had gehad en me bewust was geworden van dit taalgeraamte, grammatica geheten.

Alleen maar over de betekenis van Tacitus in zijn tijdsgewricht leren kan ook bij geschiedenis. Maar ja, het weglaten van vertalen zorgt misschien wel voor een minder elitair imago van de vakken en ach, die paar studenten die dan zonder basis in vier jaar met prestatiebeurs zowel Grieks als Latijn goed willen leren beheersen, dat zijn er zo weinig, nietwaar?

Wanneer Ritsema beweert dat Plato te hoog gegrepen zou zijn voor 16-jarigen, gaat ze wat te veel uit van haar eigen situatie. Van mijn ouders heb ik gehoord dat zij in hun gymnasiumtijd inderdaad niet door hadden wat ze vertaalden. Maar dat probleem is juist een stuk minder geworden sinds het pensum voor Latijn/Grieks niet alleen vertaling inhoudt, maar ook geschiedenis, cultuur, verbondenheid met huidige situaties en denkbeelden enzovoorts.

Toen wij vorig jaar (op mijn 16e in de 5e klas) enige gedeelten Plato vertaalden, had ik toch echt het idee dat we allemaal begrepen waar het om ging en dat we daar zeker geen bijzonder onintelligente discussies over voerden. Maar ach, dat zal ik wel allemaal verkeerd begrepen hebben op mijn leeftijd, de wijsheid komt immers met de jaren; wat heb ik nu aan leefervaring opgedaan, dit alles is slechts papegaaibegrip.

Zeker ben ik het met Ritsema eens dat uit het hoofd leren van bepaalde dingen (literatuur bijvoorbeeld) absoluut nuttig kan zijn, maar niet nuttiger dan het gehad hebben van zoveel jaar klassieke vorming. Dat alles is, net zoals christelijk onderwijs, als algemene vorming prima en het is het onderwijs in bijvoorbeeld Frankrijk ten goede gekomen.

Maar om kinderen alleen uit het hoofd te laten leren zou betekenen dat je op de middelbare school de kinderen selecteert op reproductievermogen en niet op inzicht. Later zullen de uitblinkers in het eerste misschien in de problemen komen, omdat ze alleen dat kunnen, en omdat er nooit sprake is geweest van 'inzichtsvragen' en probleemoplossend denken, en ze daar daarom ook niet in zijn getraind.

Trouwens, waar het getal van acht boeken vandaan komt, weet ik niet, maar dat verschilt per school: bij ons is één moderne taal verplicht (vijftien boeken) en wordt er voor Nederlands een lijst geëist van 24 boeken uit verschillende periodes.

    • Mijntje Nijboer