Verbrande loods voldeed niet aan eisen brandweer

ROTTERDAM, 29 FEBR. Het opslag- en expeditiebedrijf CMI Masters aan de Keilestraat in Rotterdam voldeed niet aan de veiligheidseisen die de opslagvergunning voorschrijft.

Gisteren werd een loods van het bedrijf door uitslaande brand verwoest. De oorzaak is nog onbekend. Een rechercheteam van tien man onderzoekt of de brand het gevolg is van een gebrek aan veiligheidsmaatregelen. Een grote rookwolk bezorgde 115.000 mensen overlast, maar uit metingen blijkt dat de wolk geen gevaarlijke concentraties chemicaliën bevatte. Dit heeft burgemeester B. Peper van Rotterdam gisteravond gezegd.

De brand ontwrichtte gisteren het openbare leven in een groot deel van Rotterdam. In de wijken Heijplaat, Pernis en Hoogvliet en in buurgemeente Spijkernisse mochten bewoners hun huis niet uit, omdat giftige dampen vanaf de Keilestraat over de Nieuwe Maas naar het Zuiden dreven. Bewoners van de bedriegde gebieden mochten hun huis niet uit. Toegangswegen van het zuidelijk havengebied raakten verstopt, nadat de politie enkelen ervan had afgesloten. De volksgezondheid was volgens het crisisteam, waarin ondermeer burgemeester Peper, de brandweerkorpschef J. Berghuijs en de politiecommissaris zitting hadden, nooit in gevaar. De brand brak gisteren uit om ongeveer half elf 's ochtends. Omstreeks middernacht gaf Berghuijs het sein 'brand meester'. Vanmiddag was de brandweer nog aan het nablussen.

De gemeentelijke Milieudienst Rijnmond sommeerde CMI in juni 1995 schriftelijk aan de veiligheidseisen te voldoen, zoals de vergunning die voorschrijft. “Maar de verbeteringen waren mondjesmaat en niet voldoende”, zei milieudienst-directeur G. van Tongeren gisteren op een persconferentie. Op 8 februari herhaalde de milieudienst in een “streng getoonzette brief” dat CMI aan de veiligheidseisen moest voldoen. Die eisen hebben onder meer betrekking op de manier van opslaan en de hoeveelheid stoffen die een bedrijf mag herbergen. Toen gaf de milieudienst CMI tot 22 februari respijt aan de voorschriften te voldoen. Van Tongeren sluit niet uit dat er sprake was van lekkages.

Op 22 februari vroeg CMI per brief om uitstel. Van Tongeren zegt dat zijn dienst ondanks die laatste brief aanstaande dinsdag het college van b en w wilde adviseren CMI aan de Keilestraat te sluiten. Een andere mogelijkheid zou zijn geweest maatregelen conform de vergunningen te eisen op straffe van een dwangsom. Dat uitgerekend zes dagen vóór dinsdag brand uitbrak in een loods van CMI noemde Peper gisteravond “een uitzonderlijk toeval. Toevalliger kan bijna niet”. De gemeente zocht samen met het Havenbedrijf al naar mogelijkheden het bedrijf naar een ander deel van de Rotterdamse haven te verplaatsen, minder dicht bij woonwijken.

Een woordvoerder van de politie benadrukt dat de oorzaak van de brand nog onbekend is. Hij sluit niets uit. In overleg met de brandweer en de Milieudienst onderzoekt het rechercheteam niet alleen of aan de veiligheidseisen werd voldaan, maar ook of de administratie van de aanwezige stoffen wel in orde was. Ieder chemisch bedrijf houdt een logboek bij, waarin de stoffen exact worden geregistreerd. “Het logboek van CMI is niet deugdelijk geweest. De brandweer heeft niet vlug kunnen bepalen welke stoffen verbrandden”, aldus milieuambtenaar Van Tongeren.

Dat was volgens brandweercommandant A. van Leeuwen ook de reden voor de vertraging bij het bluswerk. Burgemeester Peper vindt dat de vraag of de kosten van de hulpoperatie op CMI kunnen worden verhaald “zeker gesteld moet worden”.