Verbieden van soft drugs is gevaarlijker dan legaliseren

Het kabinet heeft te weinig oog voor de gezondheidsgevaren van de joint, schreef Sylvia Hosman-Benjaminse op 16 februari op de opiniepagina. Volgens Wim Köhler is het uit het oogpunt van de volksgezondheid veel beter soft drugs te legaliseren en hard drugs op recept te verstrekken.

Het staat vast dat gebruikers van soft en designer drugs gevaarlijker leven dan mensen die na het dagelijks sportuurtje een cola drinken. De overheid kan zijn burgers het recht op een gevaarlijk leven echter niet ontzeggen. Risicovol gedrag hoort bij een levensfase, of is het gevolg van een sociaal of psychologisch conflict en is door een simpel verbod, zelfs met dreigende sancties nauwelijks te voorkomen. Meestal gaat het vanzelf over. De overheid kan wel door voorlichting, controle van de voorzieningen en preventieve maatregelen tegen maniakaal gedrag haar accident prone burgers en hun omgeving beschermen.

Soft drugs (marihuana, hasjiesj en designer drugs zoals XTC) blijken voor sommige gebruikers ongezond, maar het ongeluk van een enkel individu speelt bij een afweging in het kader van de volksgezondheid geen beslissende rol. Het volksgezondheidsbeleid (en dus de regering) let op de gezondheidstoestand van de gehele bevolking en bemoeit zich niet met ieder individu, daar is de huisarts voor. Volksgezondheidsbeleid is erop gericht een zo groot mogelijk deel van de bevolking lichamelijk gezond en in geestelijk welzijn een hoge ouderdom te laten bereiken.

Als veroorzaker van handicaps, ziekte en dood staan soft drugs laag in de rangorde van brokkenmakers. Beschouwen we softdruggebruik als ziekte dan zijn voor de volksgezondheid kanker, hart- en vaatziekten, reuma, (manische) depressie, verwondingen door het verkeer en suïcide meer ziekte en dood dan dan softdruggebruik.

Het jaarlijks aantal doden als gevolg van het gebruik van cannabis en designer drugs is op de vingers van één hand te tellen. Tellen we de overleden harddruggebruikers mee, dan kwam het dodental in 1992 op 64. De invloed op de sterfte (in totaal honderddertigduizend overledenen in Nederland in 1992) is daarmee gering. Drugsdoden zijn zelden oud, maar ook vergeleken met de doodsoorzaken op jonge leeftijd (ongelukken, zelfmoord, kanker, hartziekten, aids) bereiken drugs geen toppositie.

Een vergelijking binnen de categorie verslavende (genot)middelen laat zien dat de legale stoffen alcohol (1.584 voortijdige doden in 1992) en nicotine (gekoppeld aan roken ongeveer dertigduizend voortijdige doden per jaar) veel gevaarlijker zijn. Ook relatief kan de preventieve gezondheidszorg meer winnen onder de naar schatting vier miljoen rokers en acht miljoen drinkers dan onder de zeshonderdduizend softdruggebruikers.

Verbieden van een probleemstof is meestal slecht voor de volksgezondheid. De gebruiker/overtreder 'gaat ondergronds' en is onbereikbaar voor voorlichting, preventie en behandeling. Het Amerikaanse experiment met de drooglegging in het begin van deze eeuw, heeft aangetoond dat bij een verbod zowel het misbruik als de criminaliteit rond de produktie en distributie sterk toenemen.

Op de alcohol- en sigarettenmarkt zijn produktie, reclame, distributie en consumptie legaal, maar uit gezondheidsoverwegingen aan beperkingen en vergunningen onderworpen. Drank en sigaretten mogen niet aan beneden-16-jarigen worden verkocht. De sector kent nauwelijks criminaliteit. Bovendien verdient de staat flink aan de gewenning en verslaving van haar burgers die het produkt doorgaans verwerven zonder eerst uit stelen te gaan.

De situatie op de softdrugsmarkt is anders. Er zijn 1.500 getolereerde maar slecht gecontroleerde coffeeshops en nog eens 1.500 tot 3.000 dealers op wie geen enkel toezicht bestaat. De kwaliteit van de geleverde waar wordt niet door de overheid gecontroleerd. Dat leidt tot onzekerheid bij de gebruikers en tot bedrog door de leveranciers. De handel is volledig illegaal, dus afdracht van belasting en premies vindt niet plaats.

De overlast is moeilijk te bestrijden. Coffeeshophouders kunnen niet worden verplicht om mee te werken aan preventieve maatregelen, zoals het weren van jongeren. En er is veel voor te zeggen om jongeren tegen gokken, alcohol, drugs en nicotine te beschermen tot ze oud genoeg zijn om hun eigen keuzen te maken en het gezin waaruit ze komen minder ontwrichten als een tijdje losslaan. Als de overheid een goed preventiebeleid wil opzetten, ligt legalisering en regulering meer voor de hand dan het verbieden.

Zijn soft drugs schadelijker dan we altijd hebben gedacht? Waarschijnlijk niet. In het kader van de door Amerika aangevoerde war on drugs wordt de schadelijkheid van soft drugs stelselmatig overdreven. Een treffend voorbeeld stond onlangs (21 februari) nog in het Journal of the American Medical Association, het wetenschappelijke tijdschrift van de Amerikaanse beroepsorganisatie voor artsen. Het blad meldde dat jongeren die veel (22 tot 30 dagen per maand) hash roken zich moeilijker kunnen concentreren en meer moeite hebben met het uitvoeren van simpele testjes, zelfs nadat ze een dag niet hebben gerookt, vergeleken met leeftijdgenoten die niet of weinig (0 tot 9 keer per maand) marihuana roken.

Niemand signaleert het in het tijdschrift, maar impliciet is de eerste conclusie dat het kennelijk niet de moeite waard wordt gevonden om de niet-rokers van de lichte rokers te onderscheiden. De auteurs concluderen dat marihuanagebruik geen duidelijke psychopathologie of serieuze cognitieve handicaps veroorzaakt, maar dat veelvuldig gebruik toch moeilijkheden veroorzaakt bij het uitvoeren van intellectuele en sociale taken. De onderzoekers denken dat de slechte testresultaten ofwel zijn veroorzaakt door in de hersenen achtergebleven residuen van marihuana of door een onthoudingseffect. Het zijn dus in de ogen van de onderzoekers voorbijgaande effecten.

Een redactioneel commentaar weerspreekt die conclusie: “De meest voor de hand liggende verklaring is dat zwaar marihuanagebruik veranderingen in de hersenstructuur teweegbrengt die langer duren dan de aanwezigheid van de drug in de hersenen.” De commentator poneert dit zonder enige onderbouwing en zonder de conclusies van de auteurs te weerleggen. Een tijdelijk effect ligt echter meer voor de hand, want een criterium om in de groep zware gebruikers te worden opgenomen was dat er cannabinol-afbraakprodukten in de urine aantoonbaar moesten zijn.

Zolang de belangrijke discussie over tijdelijke en blijvende effecten op dit armzalige niveau wordt gevoerd, blijven uitspraken over het gevaar van het gebruik van canabisprodukten speculatief. Er is leuk onderzoek te bedenken, alleen wordt het niet uitgevoerd. Is bijvoorbeeld bij de inmiddels oude mensen van de flower-power-generatie ooit vastgesteld dat ze cognitief gemiddeld slechter functioneren of eerder aan Alzheimer lijden dan hun cannabisvrije generatiegenoten?

Een andere reden om uit oogpunt van volksgezondheid maatregelen tegen risicovol gedrag van groepen burgers te treffen is de beperking van de overlast die medeburgers ondervinden. Een automobilist met een paar glazen alcohol op wil nog wel eens een argeloze fietser scheppen. Alcohol is dus niet alleen een gezondheidsprobleem voor de drinker. Een marihuanaroker die volgens eigen normen goed high achter het stuur kruipt, vertoont het slingergedrag van iemand met vijf glazen alcohol op. Maar de alcoholicus denkt dat hij nog prima rijdt, terwijl de cannabinolicus voorzichtig is. Dat bleek bij onderzoek aan de Rijksuniversiteit Limburg.

De overlast die luidruchtige, vechtende en pissende dronken cafébezoekers in de binnensteden veroorzaken wordt niet geëvenaard door de vreedzame cannabisrokers. Wel vallen er bij afrekeningen en schietpartijen tussen concurrerende bendes jaarlijks 60 tot 150 doden in de handel in soft drugs. Legalisering bespaart verder nog de verzorging van de slachtoffers van 1.500 zware geweldsdelicten.

Verder gaat ook soft-druggebruik gepaard met kleine criminaliteit. De internationale drugshandel wordt deels gefinancierd met onze diefstalverzekeringspremies. Van de moorden in het drugsmilieu wordt de argeloze burger zelden slachtoffer, van diefstal wel. De criminaliteit rond de drugshandel veroorzaakt daardoor een onveilig gevoel, wat leidt tot stress en ziekten.

Het zou een hele opluchting zijn als de produktie- en distributieketen van soft drugs werd gelegaliseerd en als hard drugs voor de overlast bezorgende langdurige gebruikers op recept werd verstrekt. De volksgezondheid zou ermee gediend zijn.

    • Wim Köhler