Veiligheid

DE COMMISSIE-SANTER heeft de smaak te pakken. Niet geïntimideerd door de tragische lessen van de recente geschiedenis heeft zij een blauwdruk ontwikkeld voor een eigen Europese veiligheidspolitiek. De zwakte van de plannen blijkt al onmiddellijk in hun beperktheid: veel verder dan het vormen van een 'coalition of the willing' (NAVO-jargon) komt de Commissie niet. Flexibiliteit, het modewoord binnen de Europese Unie om het bij voorbaat verwachte gebrek aan eensgezindheid af te dekken, scheidt, als er militair moet worden opgetreden, de weigeraars van de willenden. De eersten zullen de laatsten niet kunnen tegenhouden, sterker er zijn zelfs suggesties om ze aan de operaties te laten meebetalen.

Nu is hiermee weinig nieuws gezegd. Nog voor de EU goed en wel tot stand was gekomen, hebben lidstaten van de Gemeenschap (nauwkeuriger: deelnemers aan de toenmalige Europese Politieke Samenwerking) waarnemers (de zogenoemde ijscomannen) gestuurd naar het verscheurde Joegoslavië. De EU heeft later die missie overgenomen. Toegegeven, dat personeel is ongewapend, maar militairen maken er deel van uit en het is belast met de uitvoering van de Europese veiligheidspolitiek ter plaatse, hoe rudimentair die op zichzelf ook is. De EU heeft verder weinig tot geen invloed gehad op de deelname van haar lidstaten aan UNPROFOR, zo min als dat het geval is met het tegenwoordige IFOR IN DE PRAKTIJK van de Joegoslavische crisis heeft de Europese Unie hooguit een marginale rol gespeeld. Die beperking leverde overigens geen problemen op voor deelname van haar lidstaten aan veel verdergaande veiligheidsoperaties. Het plan van de Commissie voor een Europese veiligheidspolitiek onder haar verantwoordelijkheid wekt dan ook de indruk nogal hoog gegrepen te zijn. Vooral omdat zij niet geacht mag worden het tekort aan besluitvaardigheid en wilskracht te neutraliseren dat de Unie en de individuele Europese landen tot dusver aan de dag hebben gelegd.

Voor de Commissie ligt er voldoende werk op andere terreinen van de Europese eenwording, dan dat zij haar krachten zou moeten botvieren op zoiets ongrijpbaars als een Europese veiligheidspolitiek, over de vorm waarvan tussen de lidstaten bovendien onoverbrugbare tegenstellingen bestaan.