Schipperskinderen aan de wal

Bijna ieder weekend brengt Chris (11) in een kolenhaven ergens in Duitsland door. Op vrijdagmiddag wordt hij door zijn vader op het schippersinternaat in Nieuwegein opgehaald, maandagochtend is Chris weer present. Hij vindt het allemaal doodnormaal, want hij is geboren en opgegroeid op het schip van zijn ouders. Tot zijn zesde voer hij altijd met ze mee. De vaarroutes tussen Nederland en Duitsland kan hij dromen. Als ze in een Nederlandse haven lagen, ging hij als kleuter wel eens een paar dagen naar een ligplaatsschool. Maar het echte schoolleven begon pas toen hij op zijn zesde naar het schippersinternaat ging en van daaruit naar de Prins Hendrikschool, waar ook alleen schipperskinderen zaten.

De school en het internaat lagen indertijd ver weg van de bewoonde wereld op het eind van een landpunt. 'Om altijd aan twee kanten water te zien was wel vertrouwd voor de kinderen', zegt Hanneke Ruige, voormalig directeur van de Prins Hendrikschool, 'maar ze leefden volkomen geïsoleerd. Met walkinderen kwamen ze nauwelijks in aanraking.'

Behalve een zevental ligplaatsscholen voor varende kleuters, bestaan er geen aparte scholen voor schipperskinderen meer. Toen ruim tien jaar geleden de basisschool werd ingevoerd, werd het onderwijs voor schipperskinderen niet meer tot het speciaal onderwijs gerekend. Deze scholen kregen de opdracht om te fuseren met walscholen, een ontwikkeling die door veel schippersouders met argusogen werd bekeken.

De basisschool voor wal- en schipperskinderen Willem Alexander, gesitueerd vlak naast de brug over het Merwedekanaal in Nieuwegein, is het product van een dergelijke samenwerking. Hanneke Ruige werd adjunctdirecteur van deze 250 leerlingen tellende school. In de kleuterklassen zit incidenteel een schipperskind dat toevallig in de buurt ligt, maar vanaf groep drie is de verhouding tussen schipperskinderen en walkinderen ongeveer half om half. Schipperskinderen zijn pas vanaf hun zevende leerplichtig, maar de meesten gaan toch op hun zesde jaar naar het regulier onderwijs.

Voor Thea (11), nu achtstegroeper, was dat indertijd niet zo'n probleem. 'Ik wilde graag naar school en naar het internaat', herinnert ze zich. 'Het was nieuw, het leek me juist leuk.' Heimwee heeft ze, net als Chris, nauwelijks gekend. De fusie van hun vertrouwde schippersschool met de walschool, nu ruim drie jaar geleden, ligt verser in het geheugen. 'We vonden het jammer dat we naar deze school moesten', vertelt Chris 'het was op de schippersschool zó gezellig.'

In het begin onstonden er nog wel eens scheldpartijen tussen de wallers en de schippers, weet Chris nog, 'maar daar heeft meester Bert (de directeur) toen wat aan gedaan.' Nu is er nauwelijks verschil meer, wal- en schipperskinderen spelen met elkaar, gaan samen naar de sportclub en komen bij elkaar over de vloer.

Toch hebben de schipperskinderen op school extra aandacht en zorg nodig, concludeert adjunctdirectrice Ruige. 'Vooral als ze in groep drie komen, want velen hebben nauwelijks kleuteronderwijs gehad. Ze weten niet precies hoe het toegaat in een klas, en, wat ook belangrijk is, ze kennen de schooltaal nog niet. Omdat ze voor het eerst van boord zijn en hun ouders missen, moet je bovendien alert zijn op hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Sommige kinderen lijden erg aan heimwee.'

De eerste periode in groep drie wordt veel tijd uitgetrokken om te onderzoeken hoe ver deze kinderen zijn in hun ontwikkeling en waar extra aandacht aan moet worden besteed. Omdat schipperskinderen als onderdeel van de rondtrekkende bevolking 'zwaarder wegen', krijgt de school hiervoor extra geld.

Onderzoek uit 1990 onder schipperskinderen wees uit dat ze vaker doubleerden, meer naar het speciaal onderwijs werden verwezen, en sociaal-emotioneel sneller in de verdrukking raakten. Het is een risicogroep, moet Hanneke Ruige erkennen, al doet ze dat met tegenzin. 'Er komen hier in groep drie ook schipperskinderen die al kunnen lezen, en op geen enkele manier achter lopen.' Ze vraagt zich af hoe herkenbaar je ze moet maken. 'Je besteedt toch ook geen speciale aandacht aan kinderen van winkeliers?' Toch zijn de leefomstandigheden van schipperskinderen zo specifiek dat een leerkracht die deze kinderen in de klas krijgt op de hoogte moet zijn van hun bijzondere achtergrond. Wat betekent het om een varend leven te leiden en in een internaat te wonen, welke gevolgen heeft dat voor de ontwikkeling van een kind? Aan de andere kant vindt Ruige dat ze vooral als gewone kinderen gezien moeten worden. 'Je moet ze als individu benaderen en niet als één groep, ze zijn net zo divers als walkinderen.'

Omdat de kennis die er is over schipperskinderen niet verloren mag gaan nu ze verspreid raken over het basisonderwijs, heeft ze meegewerkt aan de brochure 'Rondgaan en langszij komen'. Leerkrachten van de voormalige schipperscholen hebben in dit boekje hun kennis en ervaring op een rijtje gezet voor collega's die voor het eerst met schipperskinderen te maken krijgen. Dat gebeurt in het kader van Weer Samen Naar School, een landelijk samenwerkingsproject dat er op gericht is om kwetsbare kinderen die extra zorg en aandacht nodig hebben binnen de gewone basisschool op te vangen. De toeloop naar het speciaal onderwijs zou daardoor kunnen worden afgeremd. Het Bestuurlijk Samenwerkingsverband Onderwijs aan Schipperskinderen (BSOS) ziet het als haar taak om meesters en juffen die schipperskinderen in hun klas hebben extra te ondersteunen. Elk jaar wordt er een drietal bijeenkomsten voor deze leerkrachten georganiseerd, waar thema's als heimwee, het internaatsleven, de eerste maanden in groep drie, en het signaleren van sociaal-emotionele problemen besproken worden. Ook het contact met ouders die altijd onderweg zijn vraagt om een speciale aanpak.

Chris en Thea gaan volgend jaar naar het voortgezet onderwijs, maar ze blijven, evenals hun oudere broers en zussen op het internaat wonen. 'Mijn moeder komt een paar dagen aan de wal om samen met mijn naar scholen te gaan kijken', vertelt Thea. Chris lijkt zijn keuze al gemaakt te hebben: 'Ik wil later vrachtwagenchauffeur worden. Dat lijkt een beetje op het schippersleven, alleen dan op de weg.'

    • Michaja Langelaan