Projectontwikkelaar Poot vordert 60 miljoen van ABP

ZWOLLE, 29 FEBR. De gewezen tennishallenexploitant A. Poot vordert van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (kk ABP) 60 miljoen gulden. De zaak dient vandaag voor de rechtbank te Maastricht.

Hiermee bereikt de kruistocht van Poot tegen het ABP een hoogtepunt. Al sinds 1980 strijdt hij voor schadevergoeding, omdat het fonds volgens hem schuldig is aan het faillissement van zijn onderneming in 1980.

Volgens Poot heeft het ABP hem bewust in een faillissement gedreven na zijn weigering steekpenningen te betalen aan de adviseur van het fonds, J. van Zon. De directeur beleggingen van het fonds, de eind 1994 overleden A. Masson, haalde na de weigering een streep door de toekomstplannen van Poot. Deze zag hierdoor zijn tennishallenimperium instorten.

In 1980 bracht Poot de zaak al voor de rechter. Zijn eis van 24 miljoen gulden schadevergoeding werd toen afgewezen. Daarna volgden tal van procedures. In 1993 boekte de curator van Poot een succes. De vroegere Nederlandse Middenstandsbank (nu onderdeel van ING) werd tot betaling van 3 miljoen gulden schadevergoeding veroordeeld, omdat de bank onrechtmatig geld had onttrokken aan het faillissement van Poot.

Omdat de curator geen macht en middelen had om een procedure tegen het ABP te beginnen, heeft Poot in 1987 de zaak in eigen hand genomen. Na een procedure van zeven jaar bepaalde de Hoge Raad dat een dergelijke actie door bestuur of curator moet worden gevoerd. Poot nam toen vier jaar geleden alle boedelvorderingen van de curator over. Een kleinere procedure tegen ABP won Poot onlangs, wat hem drie ton opleverde. In de hoofdprocedure is thans 60 miljoen gulden in het geding. (ANP)