Opnieuw kritiek drugsbureau VN op gedoogbeleid

DEN HAAG, 29 FEBR. Het VN-bureau voor drugscontrole INCB houdt kritiek op het Nederlandse drugsbeleid.

In het gisteren verschenen jaarrapport vraagt het bureau van de Verenigde Naties zich af of Nederland zijn verplichtingen nakomt met het oog op internationale verdragen ter bestrijding van de drugshandel. Het Nederlandse beleid werd in voorgaande jaren ook al onder vuur genomen.

In een eerste reactie heeft de Nederlandse regering de kritiek gisteren direct verworpen. De bezwaren van het VN-bureau zijn ongefundeerd en doen geen recht aan de feitelijke situatie in Nederland, aldus het commentaar dat bij monde van de permanent vertegenwoordiger aan de VN is overgebracht.

Het VN-bureau constateert dat Nederland in zijn beleid meer rekening gaat houden met de gevolgen daarvan voor andere landen, maar tegelijkertijd blijft vasthouden aan het “mislukte beleid” van gescheiden markten voor soft en hard drugs. Verder tolereert Den Haag de teelt van nederwiet, aldus de INCB, en is veel amfetamine afkomstig uit Nederland.

Nederland is tevens een belangrijke producent van zelfgekweekte hennep geworden. Het VN-bureau wijst erop dat in 1994 alleen al een half miljoen hennepplanten in beslag werd genomen. Bovendien speelt de export van de Nederlandse kennis inzake hennepkweek een belangrijke rol in de toename van het softdrug-gebruik in Europa. In 1994 werd in Europa 783 ton softdrugs in beslag genomen, tegen 440 ton het jaar daarvoor.

De Nederlandse regering vraagt zich af waar het VN-bureau de informatie vergaard heeft, aangezien er het afgelopen jaar geen missie van het INCB in Nederland is geweest. Zij bestrijdt dat het concept van gescheiden markten is mislukt en nodigt het bureau uit naar Nederland te komen om meer inzicht te krijgen in het drugsbeleid. Het gebruik van softdrugs door jongeren ligt in Nederland op hetzelfde niveau als in andere westerse landen. Bij het gebruik van heroïne en cocaïne door jongeren steekt Nederland zelfs gunstig af bij de meeste andere Europese landen.

De regering wijst erop dat zij met het oog op het gevoerde gedoogbeleid bepaalde voorbehouden heeft gemaakt bij de VN-verdragen over de bestrijding van drugs, die nimmer door andere staten zijn betwist. Het INCB werd in 1968 opgericht. Het VN-bureau heeft als taak onder meer de internationale handel in narcotica in kaart te brengen en toe te zien op de naleving van internationale verdragen voor drugscontrole.