Onvermoeibaar strijder uit Marokko

Concert: Nass el Ghiwane. Gehoord: 28/2 Melkweg, Amsterdam.

Zoals Boudewijn de Groot en Doe Maar belangrijk waren voor het volwassen worden van de Nederpop, zo speelde Nass el Ghiwane een grote rol bij de emancipatie van de Marokkaanse populaire muziek. Met heel direkte teksten, vaak politiek geladen, en felritmische muziek sloeg de groep in de jaren zeventig een bres in de toen heersende liefdesliedjes-cultuur, naar Egyptische en Libanese voorbeelden gemodelleerd. De teksten van Nass en Ghiwane waren soms zo kritisch jegens het regime dat er wel geruchten moesten ontstaan toen leider en leadzanger Boujmia begin jaren tachtig op de weg overleed. De geheime dienst zat achter vrijwel alles, dus waarom niet achter dit ongeval.

Het regime moge intussen minder onderdrukkend schijnen, voor Nass el Ghiwane valt er nog genoeg te strijden, zo bleek gisteren in de Melkweg waar Marokkaanse luisteraars best wilden uitleggen, waarom ze midden in een stuk opeens zo hard begonnen te klappen, graag zelfs. “Ze zingen over armoede en sociale onrechtvaardigheid, houdt u van Marokkaanse muziek?”

Het is moeilijk om geen symphatie te hebben voor de leden van Nass el Ghiwane want ook afgezien van de teksten zijn ze bewonderenswaardig trouw aan zichzelf. Ze vermijden elke zelfverheerlijking en glamour en zingen nog steeds bijna alle stukken collectief.

Daarbij begeleiden ze zich op vrijwel hetzelfde instrumentarium als twintig jaar geleden: aardewerk trommels, bendir en banjo, en bijna verplicht in dit soort muziek: de hadjouj, een driesnarig instrument met een bas(gitaar)-functie. Het resultaat is recht voor zijn raap gespeelde muziek die door zijn eenvoud heel aanstekelijk is maar niet aanzet tot uitzinnig dansen. Nass el Ghiwane zingt bij voorkeur over het volle leven en weet dat daar heel veel in mis kan gaan.